Twee weken geleden maakte ze haar debuut in een vol stadion bij de Europese kampioenschappen shorttrack in Dordrecht. Dit weekeinde gaat Suzanne Schulting in Deventer op jacht naar een andere titel. Die van Nederlands kampioene bij de junioren, op de langebaan. “Ik wil alles uit mezelf halen”, aldus Schulting.

Haar ploeggenoten, waarmee ze in Dordrecht naar het Europees zilver schaatste op de aflossing, zitten alweer in Dresden voor de vijfde wereldbeker. Schulting is er niet bij op het snelle Duitse ijs. De havo-scholiere heeft na de Europese kampioenschappen haar aandacht verlegt naar de langebaan. In het seizoen waarin ze haar doorbraak beleefde als shorttrackster, jaagt ze in Deventer het grootste doel dit seizoen in die andere discipline na: Nederlands kampioene worden bij de junioren B.

 

“Er zijn een aantal concurrentes, dus zo’n titel is nooit appeltje-eitje. Ik zal er hard voor moeten rijden en alles uit mezelf moeten halen”, kijkt Schulting vooruit. Het is het plezier wat haar drijft om successen op twee disciplines na te streven. “Ik heb geen voorkeur. Ik wil bij allebei het beste uit mezelf halen.”

 

Jong Oranje

Al op jonge leeftijd had Schulting twee paar schaatsen in haar kast liggen. Nadat ze als achtjarige leerde schaatsen bij het jeugdschaatsen op Thialf, begon ze met langebaan- én shorttrackschaatsen. De 17-jarige juniore is niet anders gewend. En de combinatie verloopt steeds soepeler. De beide Jong Oranjes werken sinds vorig seizoen samen en beide trainers stemmen de trainingsprogramma’s op elkaar af.

 

Daardoor kan Schulting, die voor het vierde jaar lid is van Jong Oranje shorttrack, zo’n twee tot drie keer in de week voor haar langebaantrainingen aansluiten bij de juniorenploeg van Jeroen van der Lee. “De basis voor Suzanne bestaat uit shorttrack. Een aantal trainingen slaat ze over om op de langebaan haar trainingen te doen met langebaanschaatsers. Daar wordt ze sneller en beter van”, is shorttrackcoach Dave Versteeg overtuigd.

 

IJsuren nodig

Het wisselen tussen de twee schaatsdisciplines gaat Schulting steeds makkelijker af. Maar zo natuurlijk als het bij Jorien ter Mors lijkt te gaan, is het nog niet. “Langebaan pik ik vrij makkelijk op, maar voor shorttrack heb ik meer ijsuren nodig. Ik moet eigenlijk iedere dag op het shorttrackijs staan. Na een week langebaanschaatsen heb ik twee trainingen nodig om weer lekker te shorttracken.”

 

Ter Mors is voor Schulting een voorbeeld. De Enschedese combineerde in Sotsji beide disciplines met speels gemak en dat leverde haar dubbel olympisch goud op in het langebaanschaatsen. “Jorien heeft heel veel gevoel voor schaatsen. Ze heeft weinig langebaantraining nodig om goede wedstrijden te kunnen rijden. Ik zou het in de toekomst graag willen combineren zoals zij dat op de Spelen deed”, vertelt Schulting. “Hopelijk dan met een shorttrackmedaille erbij.”

 

De B-juniore mikt wat het shorttrack betreft al op de Olympische Spelen van 2018 in Pyeongchang, maar verwacht voor het langebaanschaatsen meer tijd nodig te hebben. “Jorien is supersterk en heeft heel hard getraind. Zij was vorig jaar ouder dan ik in 2018 ben. Ik moet per seizoen bekijken hoe het te combineren valt.”

 

Puzzel

Het lastigste daarbij zijn de wedstrijdprogramma’s. Die zijn niet altijd goed op elkaar af te stemmen. Zo schaatste Schulting pas eind november haar eerste trainingswedstrijd op de langebaan, nadat ze zich in het begin van het seizoen verrassend kwalificeerde voor de wereldbekers shorttrack. Niet ideaal, maar je kunt niet ieder weekend racen.

 

Het samenstellen van haar programma is iedere keer weer een puzzel. Eentje die in onderling overleg met shorttrackcoach Dave Versteeg en langebaancoach Jeroen van der Lee wordt uitgedacht. Dat de regels op de langebaan nu voor het eerst rekening houden met shorttrackers maakt die opgave iets eenvoudiger.

 

Shorttrackers kunnen zich via de ranking op de Sara-lijst kwalificeren voor de Nederlandse kampioenschappen junioren. Zij moeten zich dan met hun tijden in de top twaalf scharen. “Daardoor kon Suzanne onbezorgd de EK shorttrack schaatsen, zonder bang te zijn om het NK op de langebaan te moeten missen”, zegt Van der Lee.

 

“Suzanne schaatste pas vijf wedstrijden op de langebaan dit jaar. Haar tijden kunnen zeker nog scherper, maar daar moet je meer wedstrijden voor rijden. Dat is een keuze die je maakt”, aldus Versteeg. Schulting zelf gaat er nuchter mee om. “Aan het begin van het seizoen zetten we alles op een rijtje. Daarna volg ik het gewoon.”

 

Betere atleet

De combinatie helpt Schulting om een betere atleet te worden. “Mijn bochten zijn sterk op de langebaan, ik neem daar veel van het shorttrack mee. En mijn rechte stukken op het shorttrack worden sterker van de langebaan. Ik kan daar beter op de valbeweging trainen”, aldus Schulting.

 

Langebaancoach Van der Lee ziet dat voordeel ook. “Suzanne schaatst hele makkelijke bochten. Ze snijdt de bochten goed aan en rijdt mooie lijnen.” Bovendien komt in de nieuwe disciplines op de langebaan handigheid goed van pas. “Ik ben heel benieuwd hoe Suzanne het zou doen in de massa-start. Gezien haar shorttrackervaring heeft ze daar een groot voordeel.”

 

De hardheid van een 1500 meter race die Schulting opdoet op de langebaan, komt ook weer van pas bij het shorttrack. Schulting is geen schaatser die zich alleen in de groep verschuilt, ziet Versteeg. “Shorttrackers kunnen vaak goed meerijden, maar als ze op kop komen vallen ze stil. Suzanne kan doorbijten, dat moet ze op de langebaan immers ook. Zij kan de rit ook domineren en controleren.”

 

 

Door Fiona van Doorn - Laatste update op 06 jul 2017 om 12:40