Aan het begin van dit jaar reed de 21-jarige Lataesha Narain aangeslagen rond in het Duitse Geisingen. Ze wist dat ze in topvorm bij de beste pure skaters van Europa zou horen, maar die vorm was ver te zoeken. Geteisterd door een rugblessure verloor ze de moed. Zeker toen ze tijdens trainingen door tienjarige skeeleraars werd ingehaald. Waar ben ik mee bezig?, schoot er door haar hoofd. Kan ik niet beter stoppen? De verleiding was groot om haar koffers te pakken en terug te keren naar Nederland, maar ze zette door. De rug bleef haar parten spelen, voortdurend balanceerde ze op een dun koordje.
Ondanks haar kwetsuur werd Narain geselecteerd voor het EK Inlineskaten. Het was lastig vooraf concrete doelen te stellen, maar de 100 meter stond voor haar wel rood omcirkeld. Dat was immers de afstand waarop ze in 2022 brons had gewonnen bij de junioren. Met goede races zou een medaille er in Italië misschien opnieuw inzitten.
Die gedachte werd gesterkt door haar optreden in de kwalificatieronde. Met 10,697 snelde ze naar een persoonlijk record én plaatste ze zich als derde voor de kwartfinales. “Ik heb nog nooit zo goed gereden op een 100 meter”, aldus Narain. “Ik heb vaak moeite met overgaan van rennen naar skeeleren op deze afstand. Zeker hier is dat belangrijk, omdat de weg naar beneden loopt. Met Valentina (bondscoach Valentina Berga-Belloni, red.)had ik afgesproken dat ik vanaf de pionnetjes, ongeveer halverwege, zou beginnen met skeeleren. Dat hielp me tijdens mijn race.”
“Ik was heel blij dat ik als derde doorging, dat was boven verwachting”, vervolgt Narain. “Zeker omdat mijn pistetoernooi tegenviel. Maar die snelle tijd maakte me ook extra nerveus. Ik moest proberen mijn hoofd erbij te houden voor mijn kwartfinale en dat was lastig.”
Berga-Belloni herinnerde de ietwat onrustige Narain eraan dat ze dit seizoen in haar tweede race van de dag altijd sneller is en dat ze daarop moest vertrouwen. “Ja, vaak ben ik de tweede keer twee of drie tienden harder. Helaas was dat vandaag niet zo…” Met 10,864 gaf ze juist bijna twee tienden toe op haar nieuwe persoonlijk record. Omdat ze wel eerder over de streep kwam dan haar directe tegenstander, hoopte ze alsnog geplaatst te zijn voor de halve eindstrijd. Na enkele spannende minuten wachten kreeg ze door dat ze dertien duizendsten tekortkwam. “Omdat het verschil zo klein was, baalde ik enorm.”
Als de eerste teleurstelling is gezakt, kan Narain toch ook trots zijn op het doorzettingsvermogen dat ze getoond heeft. “Aan het begin van dit jaar dacht ik dat het niet meer goed zou komen met mijn rug. Daarom moet ik blij zijn met mijn vijfde plaats.”
Dan rijst de vraag: wat zou er volgend jaar mogelijk zijn als ze wel een volledige voorbereiding kan draaien? “Ik hoop meer. Komende winter zal ik me focussen op het skeeleren, omdat het tijdens het schaatsen telkens in mijn rug schoot. Zo wil ik meer conditie opbouwen, al blijven de 100 en 200 meter mijn belangrijkste afstanden.”