“Ik voelde me gelijk thuis in het peloton”, vertelt Joël Haasjes. “Ik kreeg een flinke duw van Metodej Jilek en gaf er ook een terug.” Haasjes had geen ontzag voor de Tsjechische olympisch kampioen tien kilometer op ijs. “Dat maakt me niks uit. Op een gegeven moment had ik het wiel van Bart Swings. Nu zit ik goed, dacht ik. Alleen werd het steeds lastiger om elke bocht hard uit te versnellen. Ik ben een marathonrijder, dus dat is niet mijn sterkste punt. Maar ik ben dik tevreden met mijn dertiende plaats.”
Van tevoren had de jongste van de gebroeders Haasjes meegekregen dat hij zijn plekje moest opeisen. “Iedereen zei dat ik er vol in moest gaan. Als je een beetje bang bent, kom je er niet. Zelf was ik vooraf gespannen hoe het zou gaan. Ben ik scherp genoeg? Niet te bang? Val ik in de eerste rondes al af? Maar tijdens de race zat ik er zo lekker in. Ik keek een keer achterom en zag veel rijders achter me zitten. Als je eenmaal dat vertrouwen hebt, kun je lekker rijden. Ik heb nu al zin in morgen, want de puntenkoers ligt mij beter.”
De jongste van het stel eindigde zelfs boven zijn oudere broers Christian (25e) en Ronald (17e). “Ronald werd vlak voor de finishlijn achteruit getrokken, waardoor hij in een keer stilstond. Dat was jammer. Ik reed in dienst van mijn broers, maar bleef alleen over. Ik had ze liever geholpen aan een goede klassering, want de tank was bij mij ook wel aardig leeg.”
“Het is volgens mij uniek dat wij hier met drie broers deelnemen. Vroeger - nou ja, voor mij een paar jaar terug - hadden we het erover dat we graag een keer met z’n vieren een wedstrijd wilden rijden (ook met oudere broer Jurrian, red.). Dat is in Nederland al gelukt. En nu ook nog met Christian en Ronald op een EK staan, dat is prachtig. We zitten bij verschillende ploegen, maar hier in Italië kunnen we samenwerken.”
Sofia Schilder bewees met drie individuele Europese titels bij de junioren A al een uitstekende inlineskater te zijn, maar een vijfde plaats in haar eerste seniorenwedstrijd overtrof ook haar eigen verwachtingen. De Noord-Hollandse blijft er, zoals altijd, nuchter onder. “Ik heb goed meegedraaid en zat veel van voren, maar had liever gezien dat Lianne podium had gepakt. Of eigenlijk winst. Het is balen als je met twee rijders de laatste vijf haalt en dan op vier en vijf blijft steken.”
Trots én teleurgesteld
“Ik kan niet zeggen welk gevoel overheerst”, concludeert Van Loon na haar vierde plaats. Hoewel het haar beste EK-klassering is op de afvalkoers, baalt ze dat ze net het podium gemist heeft. “Het is mooi hoe ver we als team zijn gekomen. Daar ben ik trots op. Helaas hadden Sofia en ik weinig meer over in de finale, omdat we er onderweg veel energie in moesten stoppen om de laatste vijf te halen. Ik riep nog naar Sofia dat ze om de rest heen moest, maar ook zij was te vermoeid. Ach, we hebben eruit gehaald wat erin zit.”
“Vandaag zag je dat Sofia ook na een jaar afwezigheid het spelletje prima snapt. Het is heel fijn voor ons dat ze erbij is. We vormen nu een blok in het peloton, ook met Amber (van der Meijden, red.). Deze wedstrijd heeft vertrouwen gegeven.”
Hoewel ze gewaarschuwd was door haar teamgenoten, viel het Schilder wel tegen hoe gemeen de concurrentie was. “De andere meiden zeiden dat ik me erop moest voorbereiden dat er getrokken, geduwd en geknepen zou worden. Het zal wel, dacht ik. Tijdens de wedstrijden in Geisingen ging het ook goed. Maar het was echt heftig, een grote chaos. Op een gegeven moment werd ik stevig vastgepakt door iemand, vlak voor een eliminatie. Dat was een spannend sprintje voor mij.” Gelukkig is Schilder prima in staat voor zichzelf op te komen. “Maar knijpen zou ik nooit doen.”
De eerste koers smaakt naar meer. “Het is leuk om weer terug te zijn op een EK, dat had ik gemist. Deze rit heeft me geholpen om erin te komen. We hebben laten zien dat we sterker zijn dan de meeste teams. We zijn klaar voor morgen.”