“Voor mij kwam het nieuws dat ik de Nationale Trainingsselectie niet gehaald had als een verrassing”, vertelt Bas van der Valk, 22 lentes jong. “Ik had het gevoel dat ik tegen de NTS-jongens kon strijden, dat ik bij ze in de buurt zat. Bovendien had ik echt zin in een volgende stap, maar volgens bondscoach Niels Kerstholt was ik daar nog niet aan toe. Hij vertelde dat ik nog aan mijn techniek moest werken, wat ik overigens met hem eens was.”
De klap kwam hard binnen. Van der Valk had tijd nodig om de teleurstelling te verwerken. “Het missen van de selectie deed echt pijn. Maar ik maakte snel de keuze dat ik door zou gaan, want ik ben verliefd op deze sport.” Voor mannen die (nipt) tekortkomen voor de NTS is er in Nederland (slechts) een vangnet: het Centre of Excellence, een internationaal trainingsgezelschap voor shorttrackers om naar de top te groeien.
De 22-jarige Brian Boer is net als Van der Valk al meerdere jaren onderdeel van dat collectief. Hoewel hij blij is met de faciliteiten daar zoekt hij naar vernieuwing. “Ik train in het Centre of Excellence onder Benny Bruggemans, maar in mijn jaren bij het KNSB Talent Team was hij ook al mijn coach. Dit is het negende of zelfs tiende seizoen dat ik aanwijzingen van hem krijg. Daarom heb ik twee jaar geleden in de winter besloten mee te trainen bij de Canadezen en te leren van andere coaches en trainingspartners.” De trip beviel zo goed dat Boer nu elk jaar naar Noord-Amerika gaat.
Voor Van der Valk was het een uitgelezen kans om deze zomer mee te gaan met zijn teamgenoot. Vijf weken verbleven ze samen in Canada, waar ze zich aansloten bij een trainingsgroep die qua niveau vergelijkbaar is met de Nederlandse KTT’s. “Maar de top is breder”, legt Van der Valk uit. “We stonden dagelijks met vijftien man op het ijs die allemaal ongeveer even hard gingen. Daardoor was het niveau van een training ook heel hoog.”
Omdat hij gespecialiseerd is in de twee langere afstanden, kon hij zich vooral op de 500 meter optrekken aan de Canadezen. Daarnaast werkte hij aan zijn technische verbeterpunten in de bocht. “Het was leuk om feedback van anderen te horen. Een van de coaches was Charles Hamelin, een van de grootste shorttrackers aller tijden. Als hij wat tegen mij zei, wilde ik daar gelijk wat mee doen.”
Boer noemt de intensiteit van de trainingen als grootste verschil tussen de twee shorttracknaties. “In Nederland halen we hoge snelheden in de trainingen door relays te simuleren en elkaar te duwen, terwijl we in Canada zelf het tempo moesten maken. Omdat het doorversnellen best zwaar is, leer je heel efficiënt rijden. Als sprinter vind ik die explosieve manier van trainen fijn. Je ziet ook dat de Canadezen allemaal heel explosief zijn en veel goede 500 meter-rijders in huis hebben, waarschijnlijk door deze trainingen.”
Maar… was Nederland niet in het numerieke voordeel tijdens de olympische finale? Melle (zilver) en Jens van ’t Wout (brons) en Teun Boer tegen Steven Dubois (goud) en William Dandjinou. “Ja, de coaches grapten ook tegen mij: ‘Kun je niet beter thuis blijven trainen? Want jullie jongens hebben het heel goed gedaan’”, lacht Boer. Hij heeft zijn ervaringen uit Canada meegenomen en met coach Bruggemans gedeeld. “Sommige dingen willen we ook in mijn trainingsschema invoegen en kijken of het voor mij werkt.”
Voor zowel Boer als Van der Valk is de missie voor dit jaar duidelijk: zichzelf bewijzen, zodat ze volgend jaar de stap naar het NTS kunnen maken. Verschillende trainingen zullen ze bij de groep van Kerstholt aansluiten om naar het niveau toe te groeien. Van der Valk: “Maar het eerste doel is de kwalificatiewedstrijden voor de World Tour, daar wil ik me laten zien. Stiekem hoop ik dat ik zo goed rijd dat ik er dit jaar een mag rijden. Dat zou gaaf zijn. Verder staat er een heel mooie Universiade op het programma waar ik naar uitkijk.”
Hopelijk werpen de extra techniektrainingen de komende maanden hun vruchten af.