Ga je voor het eerst marathon kijken? Lees hier hoe het allemaal zit!

Oorsprong
De oorsprong van het marathonschaatsen ligt in het schaatsen van lange afstanden op natuurijs, waarvan de Elfstedentocht wel het bekendste voorbeeld is. Vanwege het uitblijven van natuurijs in de jaren '70 kwamen er steeds meer wedstrijden op de kunstijsbanen. Geleidelijk aan ontstond een wedstrijdcyclus die de afgelopen jaren is uitgegroeid tot een landelijke Marathon Cup voor drie divisies: Topdivisie Dames, Topdivisie Heren en Beloftendivisie Heren. Sinds het seizoen 2019/2020 is er ook een Beloftendivisie Dames.

Op natuurijs worden Grand Prix-wedstrijden georganiseerd in Oostenrijk (Weissensee) en Zweden. En als het vriest natuurlijk ook in eigen land. 

De wedstrijd
De basis van het marathonschaatsen is heel simpel. De schaatser die als eerste over de finish komt na het vooraf bepaalde aantal ronden is de winnaar. Een wedstrijd op kunstijs duurt meestal 60 ronden (beloften dames) 80 ronden (dames), 100 ronden (beloften heren) of 125 ronden (heren). Voor de Trachitol Trophy en het NK wijkt dit aantal af. Op natuurijs variëren de afstanden. De langste wedstrijd is de (Alternatieve) Elfstedentocht, die 200 kilometer lang is. 

  • Ploegen bestaan uit maximaal zes schaatsers (vier bij de dames en beloften) en rijders uit dezelfde ploeg mogen elkaar helpen.
  • Een schaatser met een ronde achterstand op het peloton (de grootste groep in de wedstrijd) moet de wedstrijd verlaten.
  • Schaatsers mogen elkaar niet (op)duwen, maar wel voor of achter elkaar rijden om te helpen.

Teamplay
Marathonschaatsen is een teamsport en vaak offeren schaatsers hun kansen volledig op voor hun kopman. Dat kan een schaatser op verschillende manieren doen.

  • Terug laten zakken om er voor te zorgen dat de koploper bij het peloton komt en zo een ronde voorsprong pakt. De ploeggenoot gaat dan voor de aanvaller rijden om hem uit de wind te houden.
  • Teamgenoten van de koplopers kunnen nieuwe aanvallers terughalen door hard op kop te rijden van het peloton. Op deze manier wordt voorkomen dat nog meer rijders een ronde voorsprong nemen.
  • Ploeggenoten kunnen ook de aanvallers helpen om nóg een ronde voorsprong te halen.
  • Let op: rijders uit verschillende ploegen mogen elkaar niet op deze manier helpen.
  • Bij overtredingen kan de scheidsrechter besluiten om een boete uit te delen voor eenvoudige vergrijpen. Voor ernstigere overtredingen kan een gele of rode kaart worden uitgedeeld. Aan deelnemers die in twee afzonderlijke wedstrijden een gele kaart heeft gekregen en deelnemers die een rode kaart hebben gekregen kan een wedstrijd schorsing worden opgelegd.

Finish
Naarmate de finish in zicht komt, neemt de spanning toe. Is er een kopgroep of wordt het toch een pelotonsprint?

  • De eerste rijders in de wedstrijd rijden altijd het vooraf bepaalde aantal ronden.
  • Als er een kopgroep is dan finisht het peloton eerder. Afhankelijk van de grootte van de kopgroep is dat 2, 5 of 10 ronden voor het einde van de wedstrijd (zie reglementen KNSB). De winnaar van deze sprint wordt geklasseerd als eerste rijder na de kopgroep.
  • Als de kopgroep geen ronde voorsprong heeft, maar bijvoorbeeld 100 meter voorsprong, dan finisht het peloton niet eerder.

Klassement
Na afloop van iedere wedstrijd wordt het klassement opgemaakt. Er zijn verschillende marathoncompetities. Zo is er de Marathon Cup, die per seizoen op diverse ijsbanen in Nederland verreden wordt. Hier worden per divisie een algemeen klassement, een jongerenklassement en een ploegenklassement bijgehouden. Tijdens de Trachitol Trophy worden vier dagen achter elkaar wedstrijden verreden op kunstijs. Dit levert een apart klassement op én er is een apart klassement voor de tussensprints. Op natuurijs is er de Grand Prix-reeks. Deze reeks heeft een algemeen klassement en een ploegenklassement. 

De volledige wedstrijdreglementen vind je hier.