In vijf weken tijd won ze plotseling álles. De Holland Cup/ Kraantje Lek in Haarlem begin februari 2026, vervolgens de drie laatste marathons op kunstijs in de Topdivisie, en tussendoor het eindklassement op het Daikin NK Allround. Ongekend. Eindelijk kwam eruit wat Gioya Lancee al veel langer voor mogelijk hield. “Zie je dat ik dit nu al kan? Zonder dat de voorbereiding ideaal is geweest? Dat dacht ik, toen ik in Heerenveen Nederlands kampioen Allround was geworden. Het klinkt stom, maar ik wachtte al even op dit moment, waarop het een keer goed zou vallen…”

Want ze is, dat benadrukt de geboren Utrechtse graag, gretig en ongeduldig. “Niet alleen afgelopen seizoen, daarvoor ook al”, zegt Lancee, die zonder overdrijven intussen een avontuurlijke sportloopbaan in meerdere schaatsdisciplines achter de rug heeft, verschillende keren onderbroken door zware blessures. Ook de rugproblemen waarmee ze de jaargang 2025-’26 begon, doorkruisten weer haar grootse plannen. “Als je kijkt wat ik vorig seizoen heb gepresteerd, wetend van hoe ver ik heb moeten komen, is dat bijzonder. Vooral na de zege op het NK voelde ik: dat smaakt naar veel meer.”

Daarom dacht en denkt ze dat het een goed moment is om een nieuwe richting in te slaan. Bij de vooral op de marathon toegespitste ploeg van Puur ICT-BTZ hoefde ze niet weg; ze wilde het zelf. Rond de wedstrijden die ze reed, voerde ze goede gesprekken met Robert Post, de Groningse oud-marathonrijder en trainer-coach van Team Speelman. De 27-jarige Lancee zag in gedachten hoe de puzzelstukjes in elkaar pasten. “Uiteindelijk wist ik: dit gaan we doen. Het gevoel was heel goed. Ik ben Puur ICT-BTZ zeer dankbaar voor de kans en het vertrouwen dat ik heb gekregen, toen ik als shorttracker overstapte en verliefd ben geworden op het spelletje van de marathon.”

Gioya Lancee met haar nieuwe teamgenoten Sanne Westra, Maaike Koelewijn en Susanne Prins
Gioya (l) met een deel van haar nieuwe ploeggenoten: Sanne Westra, Maaike Koelewijn en Susanne Prins. | Foto: Neeke Smit

Enige allroundkampioen zonder races in de World Cup

’n Bijzonder feitje over Gioya Lancee: ze is de eerste Nederlands allroundkampioen die nog nooit aan een wereldbekerwedstrijd heeft meegedaan sinds die competitie in 1985-1986 het levenslicht zag. Vanaf dat seizoen werden 26 verschillende vrouwen Nederlands kampioen; op Henriët van der Meer na waren ze allemaal voordien minstens een keer in de World Cup aan de start verschenen. Van der Meer, de moeder van Marcel Bosker en in 1989 de beste op het NK Allround, zou nadat ze begin deze eeuw van nationaliteit veranderde als Zwitserse nog 21 World Cup-wedstrijden rijden. Lancee hoopt zich komende winter te kwalificeren voor haar debuut in de wereldbeker.

Wat is bepalend geweest bij je keuze?
Gioya: “Bij Speelman staat er een vastere structuur met de trainingsgroep die groter is dan ik gewend was. Er wordt getraind met achttien tot twintig mensen, een omvang die ik nodig heb om op de langebaan te verbeteren. Dat ik me daaraan kan optrekken vind ik fijn. Met tien vrouwen die zich op de marathon en de langebaan richten, maakt de keuze reuze, zeg maar.”

En ik heb het idee dat je er al vrij snel uit was dat het Team Speelman zou worden.
“Ja, dat klopt, al vind ik het maken van zo’n keuze niet zo gemakkelijk. Want ik heb het goed gehad bij Puur ICT, en zeker de laatste vijf weken brachten me aan het twijfelen. Oké, wil ik echt naar een andere omgeving? Het werkt nu toch ook? Maar ja, ik wil nog weer verder dan dit. Dat is een tweestrijd waarin je belandt.”

Die deed zich ook voor tijdens de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Lancee had toen al de focus meer op goed presteren bij het NK Allround. Door toeval (of attent koersen) kwam ze in een vroege kopgroep terecht, wat niet per se de bedoeling was van Puur ICT-BTZ. “Ik sprong achter iemand aan, er ontstond een gat en in het peloton ging iedereen overeind. Om nu niet vooraan mee te rijden, is onnodig, schoot door mijn hoofd. Het peloton bleef aansukkelen, na verloop van tijd hadden we vijftien minuten voorsprong. Toen kon ik na honderd kilometer niet meer zeggen: ik stap eruit. Want dan zou mijn ploeg aan de beurt zijn om die achterstand goed te maken. Ondertussen besefte ik wel dat ik steeds meer kilometers schaatste. Shit, dit was het plan niet, maar nu moet ik door.

Tegelijkertijd zag ik ook dat we ver vooruit bleven met de ontsnapte groep en dat onze poging een kans van slagen had. Daarop heb ik de knop omgezet, met de bedoeling het spel goed uit te spelen. Aan het NK dacht ik niet meer. In de kopgroep werd niet met elkaar gepraat. Ik hield alleen in de gaten hoe lang de anderen kopwerk verrichtten, of hoe ze eruitzagen, of ik hen kon horen hijgen. Het was de afleiding die ik nodig had. Achteraf denk ik dat het wijze lessen heeft opgeleverd. Bovendien merkte ik na terugkeer in Nederland dat het schaatsen op het ijs van Thialf hartstikke goed ging.”

Je nam een mentale drempel.
“Ik geloof dat het veel heeft toegevoegd, zonder het van tevoren zo te bedenken. Ik ben niet echt getraind om 200 kilometer te rijden. Dan wordt het al gauw een mentaal gevecht. Je krijgt overal last, wat niet heel aangenaam is. Dat heeft me op bepaalde momenten in de marathon wel geholpen, en wellicht ook op de langebaan. Wanneer ik dacht dat het zwaar was, bleek het niet zo erg.”

Gioya Lancee in de kopgroep op de Weissensee
Het was niet de bedoeling, maar toen Gioya eenmaal in de kopgroep zat op de Weissensee maakte ze er het beste van. | Foto: Neeke Smit

Door over te stappen naar Team Speelman, een ploeg in ontwikkeling, word je in een klap het boegbeeld. Daar kun je niet omheen.
Eerst een beetje weifelend: “Klopt.” Dan: “Ik ben heel enthousiast en gemotiveerd. Niet dat ik daarvoor niet gemotiveerd was, maar ik ben heel benieuwd hoe het nu in het seizoen gaat lopen. Ook met de marathon. Dit is een andere ploeg waarin de meiden een stukje jonger zijn dan dat ze bij Puur ICT waren. Het maakt me nieuwsgierig naar hoe we het kunnen neerzetten. Ik weet wat ik zelf kan en heb gedaan, maar dat was in een andere omgeving.”

Kopvrouw van de marathonploeg, kopvrouw van Team Speelman dat automatisch meer aandacht zal krijgen met een Nederlands kampioen in de gelederen.
“Ik ben me bewust van deze positie, status of aanzien, hoe je het ook wilt noemen. Dat is leuk, spannend en fijn. Ik heb het aan mezelf te danken, anders had ik de slotweken van het seizoen niet zo moeten schaatsen. Verder merk ik er niet veel van hoor. Speelman doet er een stapje bovenop. Daardoor kan het net zo goed heel chaotisch worden in de marathons. Als iedereen gaat denken die ploeg of die ploeg moet het opknappen, krijg je rare acties. Ik verander er niet door, omdat ik nog steeds de wedstrijden wil winnen. Waar ik dan voor rijd interesseert me niet. Ik word alleen snel chagrijnig wanneer ik zelf de benen er niet voor heb. Ik ben benieuwd hoe de ploeg kan meegroeien en hoe dat uitpakt in het marathonpeloton.”

Ben jij iemand die het leuk vindt om de jonkies op sleeptouw te nemen?
“Zodra ik merk dat ze willen leren, dan wel. Ik ben niet iemand die zegt: hier ben ik en volgen jullie mij. Daar houd ik helemaal niet van. Iedereen moet lekker zijn ding doen. Iedereen is bezig om zichzelf te verbeteren. Als je mij iets zou vragen, geef ik mijn mening er wel over.”

Gioya Lancee wint het NK Allround 2026
De mooiste prijs tot dusver: nationaal allroundkampioen 2026. | Foto: Orange Pictures

Vooruitblikkend op het komend seizoen: plaatsen voor de wereldbeker zal het eerste grote doel zijn.
“Ja, en dat was het vorig jaar ook, al liep dat anders door die rugblessure. Nu voel ik, doordat ik mezelf op het NK verbeterde op twee afstanden, dat er meer mogelijkheden liggen op dat vlak. Zou ik stil blijven staan qua tijden, dan nog zou ik er een doel van maken, maar dan zou ik er verder vanaf zitten. Nu heb ik de zevende tijd op de drie kilometer staan (4.03,42) die een beetje uit het niets kwam. Ik verbaasde mezelf over het feit dat ik heel lang 31’ers kon blijven schaatsen. Met zo’n basis het seizoen afronden is anders dan afsluiten met 4.08.”

Als je je kwalificeert voor de wereldbeker, schaats je komende winter ook eens wat meer op buitenlandse banen. Je hebt ooit in Inzell een keer gereden en de drie kilometer tijdens het EK Afstanden in Tomaszow Mazowiecki. Dat zijn de avonturen over de grens: vrij beperkt.
“Alleen als shorttracker ben ik bekend met het reizen, maar dat is niet te vergelijken. Het interesseert me meer welke internationale toernooien ik kan schaatsen dan de plaatsen waar dat gebeurt. Nu zou ik vooral kijken naar het EK Allround. Dat is toevallig in Thialf. Ik hoop dat ik dankzij de marathons – steeds op andere banen, met wisselende omstandigheden – wat makkelijker switch.

Als een baan als zwaar te boek staat, weet je dat je meer op je ritme moet letten. Het ijs van Thialf glijdt lekker en dat kan ik goed, dus dat is niet iets waarover ik dan nadenk. Ik heb geen idee hoe het voelt op een snellere piste te rijden, zoals een hooglandbaan. Ik hoor mensen dikwijls zeggen dat het een aanslag is op je benen, of dat er een klap komt: dat zijn zaken die ik nog moet ervaren.”

Komend seizoen begint er weer een nieuwe olympische cyclus. Jij hoopt dat nu jouw succesjaren zullen aanbreken op de langebaan. Heb je dan zoiets van laat maar komen die Spelen, aangezien je gretig en ongeduldig bent.
“Dat zou ik graag willen, nu ik heb geproefd hoe het is als je echt goed schaatst. Daarmee wil ik doorgaan. Ik probeer minder bezig te zijn met de Winterspelen, omdat het je volgens mij beperkt wanneer je in die vierjarige cyclussen blijft denken. We zijn allemaal enorm gefixeerd op dat evenement, maar als je nooit de Spelen haalt, betekent dat dan dat je je dromen niet hebt gerealiseerd? Ik wil het liefst elk seizoen hard rijden en het YES!-moment van het NK Allround vaker beleven.”

Jij hebt sowieso een mooie carrière, als je nagaat welke ellende je hebt meegemaakt en desondanks bent blijven doorknokken.
“Ja, klopt. Ik zei na het NK Allround dat het frustrerend is als je weet dat er meer inzit, maar het er elke keer niet uitkomt. Ik erken dat ik een beetje ongeduldig ben, want in m’n eerste jaar bij BDM had ik slechts een halve zomer gedraaid. Vorige zomer was evenmin een volledig voorbereiding, omdat ik last had van een ontstoken hartzakje. Vervolgens zat ik met die rug en dacht ik als het deze keer opnieuw tegenvalt en ik rijd weer geen persoonlijke records, dan is het niet heel leuk om op de langebaan te blijven focussen.

Ik doe de marathon ernaast, maar ben me wel bewust van het langebaanaspect daarin. Bij de marathon is het eenvoudiger meer uren te maken. Ik bedoel het niet zo plat als ik het zeg, maar dan kom je er wel als je goed kunt schaatsen. Op de langebaan is dat niet zo. Steek ik er heel veel energie in zonder dat het iets oplevert, terwijl ik weet dat ik het kan, dan durf ik niet te zeggen hoe lang ik ermee zou zijn doorgegaan. Gelukkig kon ik me afgelopen winter verbeteren, met de allroundtitel als prachtig resultaat.”

'Olympisch schaatstoernooi in Thialf helemaal niks'

Stel dat Gioya er over vier jaar bij is op de Winterspelen.... nee, ze moet er niet aan denken dat het langebaantoernooi wordt verreden in de hal waar ze de helft van het jaar bijna dagelijks binnenloopt. "Ik vind dat helemaal niks: Olympische Spelen in Thialf. Ervaring met het evenement heb ik niet; ik ben alleen naar de Jeugd Olympische Spelen geweest in Lillehammer (2016, red.) waar het werd nagebootst. We verbleven daar met de ploeg, terwijl het schaatsen in Hamar was. Het was steeds drie kwartier met de bus naar de ijsbaan. Heel anders dan wanneer we in 2030 als langebaners in een olympisch dorp verblijven in Heerenveen, en niet gewoon thuis. Ik zie dat nog niet voor me. Ik snap ook niet goed waar het plan vandaan komt. In Milaan had men toch een beurshal waar de ijsbaan is neergelegd? Dat lijkt me net zo goed een duurzame oplossing."