Op de skeelerbaan in Hengelo valt deze donderdag één ding direct op. Terwijl bijna de hele ploeg rondjes draait op skeelers, staat Sebas Diniz op een schaatsplank. Alleen. “Ja, ik ben niet heel erg fan van skeeleren", zegt hij lachend. Voor een sprinter voelt skeeleren volgens Diniz simpelweg anders. “De afzet is lastig na te bootsen en je hebt geen klapschaats.” Liever werkt hij op een schaatsplank of met elastieken aan specifieke sprintbewegingen. Alles in dienst van sneller worden op het ijs.
Ook coach Jac Orie kijkt daar nuchter naar. “We hebben wel meer rijders gehad die niet skeeleren”, zegt hij. “Ik ga ze niet leren skeeleren. Ik wil ze vooral leren schaatsen.” Op de achtergrond klinkt muziek uit een speaker en ondertussen wordt er wat geroepen, gelachen en geplaagd onderling. Hoewel het pas zijn eerste officiële trainingsweek is in het magenta van Team Essent, oogt Diniz nu al op zijn gemak.
Met Diniz' overstap van Team IKO-X2O naar Team Essent is een nieuw hoofdstuk begonnen. Een opvallende transfer in de sprintwereld, zeker omdat hij het naar eigen zeggen 'hartstikke goed' had bij zijn oude ploeg. Toch voelde hij dat het tijd was voor iets nieuws. “Ik maak voor mezelf een langetermijnplan”, vertelt Diniz. “En dan kijk ik: wat past het beste voor mij? Wat heb ik nodig om de volgende stap te zetten?” Dat antwoord vond hij bij Essent.
“Ik heb snelheid nodig”, zegt hij. “Jongens die mij naar een hoger niveau kunnen tillen. Maar die ik ook beter kan maken.” Daarmee doelt hij onder meer op Joep Wennemars en nieuwkomer Bjørn Magnussen. De Noor dook afgelopen seizoen voor het eerst onder de 34 seconden en sloot zich deze zomer eveneens aan bij Team Essent. Dat is precies het niveau waar Diniz naartoe wil. “Volgens mij heb ik drie, vier jaar geleden al gezegd dat ik voor een 33’er wilde gaan”, zegt hij. “Toen reed ik nog 34 hoog. Inmiddels is dat wel een stuk realistischer.”
Voor Diniz zat de aantrekkingskracht van Team Essent vooral in de visie van de ploeg. In de gesprekken met coach Jac Orie merkte hij dat meteen. “Hij viel direct met de deur in huis”, vertelt Diniz, "en zei meteen wat ik niet goed deed.” Wat precies houdt hij liever voor zichzelf, maar juist die directheid sprak hem aan. “Ik vond het heel fijn dat hij er gelijk scherp op zat. Met ideeën hoe ik beter kan worden.”
Orie bevestigt dat beeld lachend. “Zo hoort het natuurlijk”, zegt hij. “Sebas schaatst heel hard. Het is een groot talent. Dus we moeten ook rekening houden met wat hij allemaal al geleerd heeft.” Voor Orie begint zo’n samenwerking met observeren. Niet alleen op het ijs, maar juist ook tijdens droogtrainingen. Hoe beweegt iemand? Wat pakt een sporter makkelijk op? “Je leert gelijk hoe hij beweegt”, zegt Orie. “En wat voor programma bij hem past.”
Terwijl Orie vooral observeert hoe zijn nieuwe sprinters bewegen en trainen, begint ook binnen de ploeg het echte kennismaken. Voor Diniz voelt deze week daarom als een eerste schooldag. “Ik zat vanochtend te denken: waar moet ik eigenlijk allemaal naartoe?” vertelt hij lachend. “Andere gezichten, ander hotel. Dus dat voelt wel echt zo.” Tegelijkertijd zien de meeste schaatsers elkaar al jaren bij wedstrijden en trainingen.
“Die gasten gaan zo makkelijk met elkaar om”, zegt Orie. “Ze kennen elkaar beter dan ik ze ken.” Toch ontstaat een ploegband niet alleen door samen aan tafel te zitten. “Op momenten dat je tijdens een zware training aan het doodgaan bent, leer je elkaar ook heel goed kennen.” Hij lacht erbij, maar bedoelt het serieus. “Hoe reageert iemand die moe wordt? Waar heeft diegene wel of geen behoefte aan?” Juist tijdens dat soort trainingen groeit een ploeg langzaam naar elkaar toe.
Volgens Orie zit daarin de kracht van een goed team. “In een ploeg moet je wat pakken, maar je moet ook wat teruggeven”, zegt hij. “Als je alleen maar neemt, gaat het op de lange termijn niet goed. Maar als je jezelf altijd wegcijfert ook niet. Want uiteindelijk moet je alleen aan de start staan.”
Met die balans, nieuwe trainingsprikkels en extra concurrentie op training hoopt Diniz verder te groeien binnen Team Essent. En vooral dichter bij zijn grote doel te komen: een 500 meter in de 33 seconden.