In de serie 'hoe is het met' gaan we langs bij oud-schaatsers om te kijken wat ze tegenwoordig doen en hoe ze terugkijken op hun schaatscarrière. Voor het elfde verhaal in deze serie gaan we langs bij Falko Zandstra, die twintig jaar geleden zijn eigen bedrijf 'Falko Dak en Wand' opzette. "Een bedrijf runnen is heel erg vergelijkbaar met topsport."

Naam: Falko Zandstra
Geboorteplaats: Heerenveen
Geboortedatum: 27-12-1971
Hoogtepunten: Wereldkampioen allround in 1993
Stopte met schaatsen in: 1998
Burgerlijke staat: Woont met zijn vrouw Ellen in Heerenveen en samen hebben ze drie kinderen: Owen (23), Mirthe (20) en Bente (12)

Gefeliciteerd met het twintigjarig bestaan van Falko Dak en Wand! Hebben jullie de coronacrisis een beetje overleefd?
"Ik ben zeker niet ontevreden! Ondanks de corona-ellende hebben we qua omzet best goed kunnen draaien, zeker als je het vergelijkt met vorig jaar. We merken wel dat het een paar maanden wat rustiger is geweest, maar het is niet dat we helemaal niks meer hebben kunnen doen."

Jij bent zelf de eigenaar van je bedrijf, maar wat voor werkzaamheden komen daar zoal bij kijken?
"Echt van alles. Ik ga bij de bouw langs om te kijken of alles goed gaat, onderhoud de contacten en haal de orders binnen. Verder doe ik bouwvergaderingen en vind ik het leuk om zo goedkoop mogelijk inkopen te doen met vaste leveranciers. Ook houd ik de nacalculatie goed in de gaten en kijk ik of we binnen het budget blijven. Ik ben ook weleens met de jongens mee geweest de bouw op, maar in principe ligt mijn werk op het kantoor."

Hoeveel opdrachten krijgen jullie in een jaar?
"Wij maken vaak zo'n 400 offertes op jaarbasis en daarvan voeren we er zo'n 100 uit. Ik vind het heel leuk om te laten zien wat wij bouwen, maar ik kan het tegenwoordig niet allemaal meer bijhouden."

De zaken lopen nu dus goed, maar ik kan me voorstellen dat het in die twintig jaar niet alleen maar rozengeur en maneschijn is geweest.
"In 2010 hadden wij een hele slechte tijd en raakte ik zelf ook in een diep dal. Ik moest iedereen ontslaan en stopte al mijn privégeld in het bedrijf om de kop boven water te houden. Het nadeel is dat ik een naam heb in het schaatsen, dus als het bedrijf failliet zou gaan, hangt mijn naam daar meteen aan vast. Zoiets is nooit leuk. Ik wilde er alles aan doen om het bedrijf van de ondergang te redden, maar mijn accountant zei: 'Je moet ermee stoppen, dit trek je niet'. Dat doe ik niet, zei ik tegen hem, ik ga gewoon door en zie wel waar het eindigt. Dat heb ik dus gedaan en uiteindelijk heeft het vier jaar geduurd voordat ik er weer bovenop ben gekomen."

Komt dan die sportmentaliteit weer naar boven?
"Absoluut, die drang om te presteren heeft me erdoorheen geholpen. Het runnen van een bedrijf kun je heel goed vergelijken met topsport. Als je een eigen bedrijf hebt, wil je het goed doen en dat is met topsport net zo."

Hoe ben je ooit op het idee gekomen om een eigen bedrijfje te beginnen?
"Mijn vader heeft vroeger een eigen bedrijf gehad in dak- en gevelbeplating. Hij zei altijd: 'Je moet later een sportzaak beginnen, want dan kun je je naam mooi gebruiken'. Ik zag dat eerlijk gezegd niet zo zitten, want dan moet je van alle sporten wat weten. Ik vind sport leuk hoor, maar vooral om het zelf te doen. Wat dat betreft heeft mijn vrouw een geweldige vent aan mij, want ik kijk nooit sport. De enige sport die we allebei leuk vinden om te kijken, is de Formule 1, maar dat komt vooral vanwege Max Verstappen."

Wat doen jullie kinderen?
"Mirthe en Owen staan bij mij op de loonlijst, al is het voor mijn dochter meer een tussenstop. Ze vindt het leuk om bij ons op kantoor te zitten, maar ze houdt meer van mode. Behalve haar baantje als fotomodel kan ze twee dagen in de week bij mij verdienen. Owen, de oudste, zit in zijn laatste jaar van de opleiding Bouw en Techniek in Leeuwarden en voert hier een opdracht voor school uit. Natuurlijk zou het mooi zijn als hij op den duur het stokje van mij overneemt, maar dat is helemaal aan hemzelf. Bente, de jongste, gaat volgend jaar naar het voortgezet onderwijs."

Foto : Martin de Jong

Heb je met je eigen bedrijf en drie kinderen nog wel tijd om te schaatsen?
"Schaatsen doe ik sowieso bijna niet meer, ik vind fietsen meer dan genoeg. In de winter doe ik aan mountainbiken en in de zomer zit ik vaak op de racefiets. Ik doe het voor de gezelligheid, maar nu ik het vaker doe, begint het wel weer een bepaalde kick te geven. Ik ben inmiddels meer dan elf kilo afgevallen en rijd nu steeds vaker op kop. We doen meestal rondjes van zo'n 100 tot 120 kilometer."

Mis je het topsportleven weleens?
"Ja, vooral het leven eromheen. Als topsporter word je geleefd, is alles voor je geregeld en gaan alle deuren voor je open. Sowieso de tijd in de kernploeg vond ik geweldig: je traint samen, je eet samen en je gaat 's avonds met elkaar op pad. We hadden altijd heel veel lol met elkaar."

Heb je nog contact met mensen uit de schaatswereld?
"Met Rintje heb ik nog regelmatig contact. Het is niet dat we wekelijks bij elkaar over de vloer komen, maar als hij in de buurt is, komt hij langs voor een bak koffie. Of als ik bij hem in de buurt ben, app ik hem of hij thuis is. Rintje en ik deden vroeger veel samen en we kunnen het nog altijd goed met elkaar vinden. We hebben heel veel leuke dingen meegemaakt."

Kun je een voorbeeld geven wat jullie vroeger uitspookten?
"Ik weet nog dat ik een keer met Rintje (Ritsma) en Arjan (Schreuder) een avond was wezen stappen en dat we bij terugkomst in de trappengang onze conditietrainer Arie Koops tegenkwamen. 'Hey Arie, wat moet jij hier?', zeiden we. Hij zei: 'Jongens, morgen om 7 uur op de fiets!' Dus wij hadden zoiets van: oké, laten we dat maar doen, want wat wij hadden gedaan, mocht eigenlijk niet. De volgende ochtend fietsten wij naar de plek waar we hadden afgesproken en namen we koffie met gebak en vertelden we wat we gedaan hadden. Daarna was het weer goed en schoven we aan bij het ontbijt. Ja, dat was een prachtig mooie tijd."

Foto : Soenar Chamid

Als topsporter moest je natuurlijk ook elke dag keihard trainen. Genoot je daar ook van?
"Om eerlijk te zijn ben ik nooit echt een trainingsbeest geweest, of in ieder geval niet in die mate dat ik echt tot het gaatje ging. Maar wat is 'tot het gaatje' gaan? Ik ben van mening dat je zonder trainen nooit kunt presteren, dus ik heb zeker wel hard getraind. Tijdens trainingskampen trainden we misschien wel veertien keer in de week. Als ik thuis was, deed ik die trainingsschema's ook wel, maar dan net iets minder hard dan op het schema stond. Dan hield ik iets meer rekening met mijn lijf."

In je eerste jaren bij de senioren wist je meteen een hele hoop prijzen te winnen. Wat waren, als je er zo op terugkijkt, je hoogtepunten?
"Mijn eerste Europese allroundtitel in Thialf in 1992 vond ik wel bijzonder. Ik mocht voor het eerst met de senioren meedoen en we zaten in het tijdperk van Johan Olav Koss. Natuurlijk wist ik wel wie hij was, maar ik vond dat ik van mijn eigen kunnen uit moest gaan. Daarnaast moest hij het ook maar weer bewijzen. Toen ik hem won, werd het Friese volkslied afgespeeld en dat vond ik zo'n mooi moment. Helaas was dat ook de laatste keer dat het Friese volkslied gespeeld werd.

Mijn tweede hoogtepunt was de wereldtitel het jaar erna in Hamar. Het was bijna een replica van mijn eerste EK-titel. Koss was opnieuw de grote favoriet, want hij reed een thuiswedstrijd in het Vikingschip. Ik weet nog dat hij op de afsluitende tien kilometer over me heen ging en dat ik het toen heel pittig had. Ik wist dat ik hem niet meer dan vijftig meter moest geven en ben toen heel diep moeten gaan. Koss verslaan in zijn eigen land was absoluut een hoogtepunt."

Wat waren je dieptepunten?
"Het WK Allround in Nagano in 1997 was een dieptepunt, ik had het daar zo verprutst. Tussen de 500 meter en vijf kilometer zat veel tijd; omdat het hotel net iets te ver van de ijsbaan was, dacht ik: dan ga ik hier wel even op de bank liggen. Ik ben toen in slaap gevallen en daar is mijn lijf compleet van in de war geraakt. Ik kon totaal geen spanning meer opbouwen, waarna ik die vijf kilometer compleet verprutst heb. Ik plaatste me niet voor de tien kilometer en eindigde uiteindelijk als veertiende.

Een ander dieptepunt was het WK Allround van 1995 in Baselga di Piné. Ik was eindelijk weer op mijn oude niveau en ik reed op de 1500 meter tegen de Japanner Keiji Shirahata. We gingen de laatste bocht in en ik lag voor. Vlak voor de bocht deed ik mijn armbandje af, maar tot mijn grote verbazing reed ik met mijn schaats in dat bandje. Ik ging onderuit en kon een streep zetten door de wereldtitel. Shirahata reed vervolgens een wereldrecord op buitenijs, dus de kans was groot geweest dat ik die ook had gereden. Als dat was gebeurd, had ik de tien kilometer tegen Rintje mogen rijden en van hem had ik nog nooit een tien kilometer verloren. Maar ja, als telt niet."

Ben je trots op je carrière?
"Ja, ik ben er hartstikke trots op. Wie kan er nou zeggen dat hij twee keer aan de Olympische Spelen heeft mee mogen doen, Europees kampioen en wereldkampioen is geworden? Natuurlijk had ik sommige dingen achteraf anders gedaan. Toen Rintje in 1995 de Sanex-ploeg was begonnen, had ik misschien wat langer moeten wachten en met hem het avontuur moeten aangaan. Het seizoen was al begonnen en het was nog niet zeker of het allemaal door zou gaan, waardoor ik voor zekerheid bij de kernploeg koos. Daar heb ik achteraf wel spijt van, maar het is gebeurd en gedane zaken nemen geen keer."

Zoals je net vertelde, heb je twee keer aan de Olympische Spelen mee mogen doen. In Albertville (1992) won je zilver op de vijf kilometer en in Lillehammer (1994) won je brons op de 1500 meter. Baal je ergens nog dat je geen goud hebt gewonnen?
"De 1500 meter in Albertville (Zandstra werd zevende, red.) had ik gewoon moeten winnen. Ik had nog nooit een 1500 meter verloren en won dat seizoen met overmacht het World Cup-klassement. Helaas begon het ineens te regenen, te hagelen en te sneeuwen en werd de baan geschaafd in plaats van gedweild. Dat was niet de ideale situatie om te schaatsen."

Wat is het mooiste wat je aan schaatsen hebt overgehouden?
"De herinneringen. Als je daar allemaal aan terugdenkt, zijn die herinneringen wel uniek."

Bekijk hier de andere verhalen van oud-schaatsers:
1. Hoe is het met Beorn Nijenhuis? 'Onderzoek naar de zwabbervoet intrigeert me'

2. Hoe is het met Gretha Smit? 'Heb het prachtig gehad als topsporter'
3. Hoe is het met Jochem Uytdehaage? 'Het is een voorrecht om te mogen sporten'
4. Hoe is het met Annamarie Thomas? 'De sportdiscipline van toen is helemaal weg'
5. Hoe is het met Simon Kuipers? 'Het waakvlammetje is een grote vlam geworden'
6. Hoe is het met Natasja Bruintjes? 'Ik had tijd nodig om tot mezelf te komen'
7. Hoe is het met Hilbert van der Duim? 'Ik hield wel van een lolletje'
8. Hoe is het met Tonny de Jong? 'Ik wist dat ik hier niet van mijn naam kon leven'
9. Hoe is het met Gianni Romme? 'Blij dat ik olympische dip heb meegemaakt'

10. Hoe is het met Barbara de Loor? 'Hartoperatie heeft me veel gebracht'

Door Rijcko Treep - Laatste update op 18 jul om 14:00