‘Ik ben positief verbaasd over de 500 meter, want ik had verwacht het zwaarder te krijgen. Door naar de kwartfinales; daar was ik echt heel blij mee”, blikt Junior de Blois terug op zijn tweede EK-dag. Mooi extraatje: hij was de beste Nederlander op het onderdeel. “Toch lekker. Als Nederlands kampioen wil je laten zien dat het geen toevalstreffer was.”

In de kwartfinale kon hij weinig uitrichten. In het slot van de race hoopte hij nog een plekje op te schuiven, maar door een missertje verloor hij snelheid. “In de bocht dook ik iets te ver naar beneden, waardoor ik weggleed met mijn rechtervoet en de aansluiting kwijtraakte. Op deze parabolische baan (met schuin oplopende bochten, red.) moet je bij een inhaalactie binnendoor gelijk weer omhoog, zodat je kunt profiteren van de hobbel aan het eind van de bocht. Als je die meepakt, rijd je hard naar beneden en genereer je veel snelheid. Dat maakt het racen hier heel anders dan op een piste zoals we die in Nederland gewend zijn.”

Uit alles valt op te merken dat De Blois leergierig is. Zoekt hij niet naar de ideale lijnen in de bocht, dan kijkt hij wel naar zijn concurrenten. Zelfs voor zijn eigen optredens heeft hij nog oog voor de Italiaanse klasbakken Vincenzo Maiorca en Duccio Marsili. “Echt knap hoe hoog Marsili in de bochten rijdt. We hebben het geprobeerd in de training, maar ik heb niet het vertrouwen dat het mij lukt. Ik kom daarvoor kracht tekort. Duccio is zo vaardig, mede omdat hij ook een parabolische baan als thuisbasis heeft. Ik hoorde hem zeggen dat hij daar altijd bovenin rijdt, omdat het onderste deel van de baan vies is.”

Duccio Marsili EK Inlineskaten
De Italianen zijn de enigen die bovenin de bocht komen. | Foto: Lotte Bolhuis

Kleine kanttekening: ook Marsili is niet volledig foutloos, getuige het verband om beide armen en zijn been (links op foto). “Dat gebeurde tijdens de laatste training voor het EK, toevallig zat ik te kijken. Duccio verloor grip in de bocht en schoof onderuit. Maar zelfs vallen doet hij gecontroleerd. Hij kon zichzelf opvangen, waardoor hij niet hard viel en stond ook meteen weer op. Ik zat echt te kijken: hoe dan? Bijzonder hoe die mannen zoveel controle hebben.”

Wat De Blois verder opvalt, is de beenomtrek van zijn concurrenten. “Ik heb niet zulke dikke bovenbenen als de sprinters. Ik ben vrij smal gebouwd en bovendien een jaar of vijf jonger dan de meesten. In de wedstrijden merk ik dat verschil. Zij zijn krachtiger. Bij de junioren kon ik daar door mijn techniek nog mee wegkomen, maar deze mannen blinken ook daar in uit. Ik zal sterker moeten worden in de gym. Dat heeft tijd nodig. En waarschijnlijk zal ik nooit zulke bovenbenen krijgen."

"Maar er zal wel wat bij moeten", vervolgt De Blois, "ook in het bovenlijf. Ik ben nu heel licht. Als iemand van 90 kilo mij met mijn 70 kilo een zet geeft, ga ik vliegen." Anderzijds weet De Blois ook dat de mobiliteit en flexibiliteit zijn kracht is. “Er zit zoveel meer in de sport dan alleen dikke benen. Maar wil ik over vier of vijf jaar meedoen om de prijzen, dan ik heb wel extra kracht nodig.”

Jhoan Sebastian Guzman Bitar
Zoek de verschillen tussen Jhoan Sebastian Guzman... | Foto: Lotte Bolhuis
Junior de Blois EK Inlineskaten
en Junior de Blois. | Foto: Lotte Bolhuis

‘Vier of vijf jaar’, zelden hoor je een inlineskater die ook actief is op de langebaan zo ver vooruit denken. “Mijn langebaantrainer heeft het al gezegd: ‘Als jij met een heel goed gevoel het EK afsluit, helpt dat richting de winter. Hoewel je dan een paar maanden niet zoveel aanwezig bent geweest, zit je wel lekker in je vel.’ Ik hoop de komende jaren beide sporten te combineren. Michel Mulder heeft bewezen dat het kan. Hij werd in hetzelfde jaar olympisch kampioen en wereldkampioen inline. Je hebt alleen het vertrouwen nodig vanuit een commercieel team dat het kan. Maar zo ver ben ik nog niet, de komende jaren heb ik veel werk te verzetten.”

Eerst dit EK. Woensdag volgen misschien wel de twee belangrijkste onderdelen voor De Blois. “De 1000 meter vind ik de mooiste afstand. Al moet ik zeggen dat de 1000 en ik nog geen goede vrienden zijn op een EK. Hopelijk kan ik daar verandering in brengen.” De Blois kan rekenen op wederom een sterk deelnemersveld, want op de kilometer komen de sprinters en de langeafstandsrijders samen. “Maandag zag je op de puntenkoers dat rondes van 16,0 seconde gereden werden. Dat betekent rondetijden van 15,7 of 15,8 op de 1000 meter, in de voorrondes al. Ik denk dat het mij ook moet lukken. In de trainingen vorige week zette ik 16,0 neer, maar toen liep het nog niet helemaal. Het podium is te hoog gegrepen, maar ik hoop de halve finale te halen. Dan is mijn dag morgen geslaagd.”

Junior de Blois EK Inlineskaten
Woensdag is wederom het doel: een ronde overleven. | Foto: Lotte Bolhuis

Daarnaast wil hij met Teun de Wit en Christian Haasjes presteren op de relay. “We hebben er al weken heel veel zin in met z’n drieën. Christian heeft zelfs een weekend bij Teun geslapen zodat we erop konden trainen in Rotterdam. Op een EK is het altijd zo’n bizarre wedstrijd. Het niveau is verschrikkelijk hoog. Frankrijk, Italië, Spanje zijn de drie favorieten, al mag ik België daar met Bart Swings misschien ook wel toerekenen. Daaronder zit het heel dicht bij elkaar.”

De relayloterij

“De relay vind ik het spannendst van het hele toernooi”, aldus bondscoach Valentina Berga-Belloni. “Van alles kan gebeuren. Op zo’n baan als deze wordt het nog meer een loterij." Als bondscoach weet ze daar alles van. De Nederlandse vrouwen zijn al jaren kanshebber op eremetaal, maar het kwartje viel nooit de goede kant op. Twee jaar geleden werd TeamNL onterecht gediskwalificeerd, vorig jaar werden ze – mede door een beuk – nipt vierde. Tijd voor Amber van der Meijden, Lianne van Loon en Nikki Noordergraaf om af te rekenen met de relayvloek.

Ook bij de junioren B wordt Nederland bij de mannen en vrouwen vertegenwoordigd op de relay, maar over de kansen van beide teams valt weinig te zeggen. Een goede dag en een tikkeltje geluk zullen nodig zijn voor een goed resultaat.

De parabolische baan geeft bovendien een extra uitdaging. Waar de skaters gewend zijn dat het voorste team aan de binnenkant wisselt en het langzaamste helemaal naar de buitenkant moet, zal dat woensdag precies andersom zijn. De snelste rijders zullen aan de buitenkant blijven om optimaal te kunnen presteren van het hoogteverschil.