De 20-jarige Leon Visser kan niet wachten tot half juli, wanneer de shorttrackers voor het eerst weer op het ijs staan. “Dit is wat ik altijd heb gewild: met de besten meetrainen, zodat ik zelf stappen kan maken.” Zijn geduld werd even op de proef gesteld, maar wat was de Utrechter blij toen hij de uitnodiging voor de NTS ontving.
Vanzelfsprekend was het zeker niet dat hij gevraagd werd voor het selecte groepje shorttrackers dat traint onder Niels Kerstholt en Haralds Silovs. Visser heeft bijna de gehele winter getobd met een knieblessure. “Tijdens een trainingskamp met de NTS was ik op mijn knie gevallen. Die blessure is steeds erger geworden. Door te laat op de rem te trappen, heb ik mijn hele knie kapotgemaakt.”
Zo kon er na de openingswedstrijd in augustus al een streep door het seizoen van Visser. In het nieuwe kalenderjaar kon hij beginnen met opbouwen, reed hij nog enkele wedstrijdjes en was hij in het Italiaanse Bormio bij het voorbereidingskamp op de Spelen. “Ik was in de zomer al met het team mee geweest, maar dat kamp vlak voor Milaan was een stuk serieuzer. Het niveau was erg hoog, terwijl ik pas net weer aan het trainen was na mijn blessure.”
Vanuit huis zag hij vervolgens de ploeg gouden medaille na gouden medaille winnen. Die rijders mag hij komend seizoen het vuur aan de schenen proberen te leggen. “Ik heb nog geen concrete doelen op papier gezet. Eerst wil ik heel veel racen. Door blessures heb ik dat de afgelopen jaren vaak moeten missen. Deze groep kan mij naar een hoger niveau tillen, zowel technisch als tactisch.”
De andere aanwinst van de NTS, Niels Kingma, heeft duidelijkere doelen voor ogen. “Ik wil mezelf laten zien in de World Tour, op het EK en het WK. Tonen dat ik in de ploeg pas. Ik weet dat als ik vanuit zo’n sterke selectie geselecteerd word voor de internationale toernooien, ik mee kan doen om de medailles op de 500 meter. Ik heb natuurlijk wel wat jongens te verslaan die zich al bewezen hebben, maar ik heb zin om die strijd aan te gaan.”
Het is geen bescheiden ambitie: het opnemen tegen Jens en Melle van ’t Wout en Teun Boer, die in de olympische finale van Milaan hebben gestaan. De 25-jarige Niels Kingma is dan ook in een ander stadium van zijn carrière dan Visser. Hij heeft van 2022 tot 2024 al bij de NTS gereden, maar werd vervolgens gepasseerd. “Eerst moest ik me op enkele fundamentele punten verbeteren volgens de coaches”, vertelt Kingma.
Bij het Centre of Excellence heeft hij de afgelopen twee jaar alles gegeven om die benodigde stappen te maken. Hij bleef nog gedeeltelijk meetrainen met de NTS, verder bouwde hij met coach Benny Bruggemans aan zijn terugkeer. Kingma had zichzelf een ultimatum gesteld: als hij deze zomer de overstap niet kon maken naar de NTS, zou hij ermee stoppen. "Dankzij het Centre of Excellence heb ik me verder kunnen ontwikkelen, en daar ben ik Benny ontzettend dankbaar voor. Enkele jaren geleden was je als senior gewoon klaar als je niet gevraagd werd voor de nationale selectie, nu is het Centre of Excellence een mooie achtervang. Alleen wist ik dat een terugkeer bij de NTS noodzakelijk was om door te kunnen groeien naar het hoogste niveau.”
Toen de uitnodiging na de winter leek uit te blijven, maakte Kingma al plannen om te beginnen aan een master geneeskunde. “Er waren meerdere jongens die aanspraak maakten op de plekken. Ze hadden kunnen kiezen voor jongere rijders, dan was het voor mij over geweest. Een fijne verrassing en opluchting dat ik uiteindelijk toch werd uitgenodigd.”
Mocht Kingma inderdaad de World Tour halen, zou dat niet zijn debuut betekenen. In 2019 mocht hij al even proeven aan het internationale geweld. “Ik mocht mee naar Dresden, maar dat was geen goed optreden… Ik lag er twee keer in de voorrondes uit. Achteraf gezien was ik er nog helemaal niet klaar voor. Nu ben ik beter voorbereid.”