“Het klinkt dramatischer dan het is, want ik wist dat ik zes maanden sowieso niet zou mogen schaatsen door deze ingreep”, zegt Tilburger Friso Emons bij wie in maart in zijn rechterknie een scheurtje werd gehecht. “Ik had er zo nu en dan last van bij het schaatsen en vond het tijd er wat aan te laten doen, met het oog op de toekomst. Ik wist dat ik er daarna een maand of zes niet op het ijs zou staan. Eind september, begin oktober zal dat op z’n vroegst kunnen.”

Het betekent dat Emons de selectiewedstrijden voor de World Tour mist: zowel de trials (24-27 september) als de Dutch Open (2-4 oktober). “Daar heb ik me sinds maart op ingesteld. De eerste weekends van de World Tour (23-25 oktober in Vancouver en 30 oktober-1 november, red.) zijn onhaalbaar. In het gunstigste geval zou ik iets eerder kunnen schaatsen, maar wat voor zin heeft het om dan aan de trials mee te doen. Er is alleen een hoger risico dat ik iets forceer. Dat wil ik niet. Weet je, ik ben wel oké met de situatie. Ik had de ingreep al zo lang uitgesteld. Het kon niet beter gepland worden dan op dit moment, en al helemaal niet na zo’n succesvolle winter. Het geeft me iets meer rust.”

Hij erkent nog last te hebben van de pezen rond de knie. “Die moeten wat overcompenseren, wat gebruikelijk is na een operatie als je vijf of zes weken bijna niks doet met dat been. Het gaat met ups en downs, dat maakt dat ik goed naar m’n lijf moet luisteren. Het is ook volgens de prognose van de arts zoals het herstel verloopt. Trainen doe ik wel, alleen in mijn ritme. Wanneer ik aansluit bij de selectie van TeamNL voor de krachttraining, volg ik een aangepast programma. Of beter, dat doe ik met alles.”

Friso Emons
Friso Emons wist dat hij sowieso zes maanden niet zou kunnen schaatsen. | Foto: KNSB - Shapevisions

Met hetzelfde schuitje vaart ploegmaat Daan Kos mee. De Bredanaar ontbrak op de Spelen vanwege een rugblessure die zich in november openbaarde. Op dat moment had Kos reeds voldaan aan de kwalificatie-eisen voor Milaan. Hoewel hij van bondscoach Niels Kerstholt alle tijd kreeg om te herstellen, moest er toch een streep door zijn naam bij de overdracht van de olympische shorttrackploeg aan TeamNL. Sindsdien is het tobben geblazen.

“Er is verbetering merkbaar, maar het gaat zo langzaam”, vertelt Kos voor wie schaatstraining nog uit den boze is. “’s Morgens kan ik niet veel, dan heb ik veel last van m’n rug, terwijl het in de avonduren meestal best goed is. Ik kan op de fiets alles, zelfs heel intensieve ritten. Dus dat is de voornaamste trainingsarbeid. Daarnaast doe ik heel lichte krachttraining. Alles is erop gericht om die rug beter te krijgen.”

Of hij aan wedstrijden zal toekomen, weet Daan niet. “Daar houd ik me niet mee bezig, vooral omdat de blessure zo heftig is geweest, maak ik er eerst een hoofddoel van om weer pijnvrij op het ijs te kunnen staan en opnieuw m’n ding te kunnen doen. Als ik heel eerlijk ben: daarbij komen geen gedachten over races rijden. De trials heb ik allang uit mijn hoofd gezet. Sterker nog, die zou ik niet eens willen halen omdat ik goed de tijd wil nemen voor mijn terugkeer. Rond de Spelen heb ik mezelf heel erg gepusht om toch mee te kunnen naar Italië en daardoor ben ik over mijn limiet gegaan. Dat wil ik dit jaar zeker niet. Daarom beschouw ik dit seizoen als een opoffer-seizoen. Als het daarna allemaal weer goed is, ben ik al blij.”

Met een verwijzing naar teamgenoten Melle van ’t Wout en Sven Roes – beiden hebben moeten afrekenen met lang durende blessures, maar slaagden erin de top opnieuw te halen – zegt hij: “Zij zijn absoluut voorbeelden in het gevecht dat ik voer. Die jongens hebben bewezen dat je kunt terugkeren op topniveau.”