Dé smaakmaker van het drukbezette toernooi waaraan 798 rijders uit 32 verschillende landen meededen (en in zeventien verschillende categorieën) was Metodej Jilek. De Tsjech schitterde in februari op het ijs door olympisch goud te winnen op de tien kilometer en zilver kreeg omgehangen na de vijf kilometer. Naderhand bleef hij ook bij de les tijdens het WK Allround: een sublieme 10.000 meter bracht hem in Thialf alsnog op het podium als de nummer twee, achter Sander Eitrem.
Nog altijd slechts negentien jaar jong, maar kennelijk onvermoeibaar hield Jilek het gaspedaal na de olympische stress gewoon ingedrukt. De reden: bij de start van het skeelerseizoen mocht hij niet ontbreken. “Schaatsen is geweldig, maar inlinen vind ik net zo mooi. Het is te moeilijk om nu te kiezen, daarom blijf ik de sporten voorlopig combineren”, zei hij zondagavond nadat hij voor de tweede keer juichend onder de finishboog op de asfaltbaan van Gross-Gerau was doorgereden. Deze keer prijkte zijn naam bovenaan de uitslag van de afvalkoers; zaterdagavond (tegen middernacht) maakte hij van de puntenkoers een wervelende show waarin hij bij 22 van de dertig tussensprints punten verzamelde. De Fransman Giovanni Trébouta reed mee in zijn slipstream en kon slechts bewonderend (en naar lucht happend) toekijken hoe Jilek het spel in een prachtige zege omzette.
Toch waren de twee dagprijzen niet voldoende om in het eindklassement ook te zegevieren. Die eer kwam Anandkumar Velkumar uit India toe. Hij nam donderdag al ten opzichte van Jilek een beslissende voorsprong op de one lap (sprint over een ronde op tijd). Waar de wereldkampioen van 2025 op de 1000 meter en de marathon de schade beperkt hield en als vijfde finishte, werd Jilek negentiende. Met een tweede stek op de 1000 meter, de zevende in de puntenkoers en zesde plaats op de afvalkoers had Velkumar een totaalscore van twintig punten, vier minder dan Jilek die achtereenvolgens een derde en dus twee keer een eerste plaats kon overleggen.
De andere uitblinker voor wie de Winterspelen van Milaan eveneens gedenkwaardig was, heette Corinne Stoddard. De Amerikaanse shorttracker beleefde de ene na de andere nachtmerrie gedurende het olympisch toernooi. Vrijwel elke kans op roem en glorie ging verloren omdat Stoddard zich nauwelijks staande kon houden op het onberekenbare ijs. De pech van de valpartijen greep haar zo aan, dat ze op een gegeven moment publiekelijk haar excuses aanbood. Of dat bevrijdend werkte, is niet bekend. Feit is wel dat Stoddard op haar laatste onderdeel (1500 meter) een dikverdiende beloning kreeg voor haar doorzettingsvermogen: een bronzen medaille.
Op de Duitse skeelerpiste niet ver van Frankfurt deed ze weinig fout, maar kon ze ook optimaal profiteren van de sterke Mannschaft die geheel tot haar beschikking stond: het Arena Geisingen Ka-Li Skate Team. Dat kwam tot uiting in de duurnummers van zaterdag en zondag (puntenkoers en afvalkoers): met vier ploeggenoten om haar heen die Stoddard voortdurend in de voorste contreien van het voortrazende peloton hielden, had ze niet veel te vrezen. Met haar vlijmscherpe eindsprint deed ze steeds op het juiste moment een eigen duit in de (overwinnings)zak. Winst was er op de 1000 meter, twee tweede plaatsen in de punten- en afvalkoers, en zesde was ze donderdag geworden op de one lap. Ruimschoots genoeg om in de eindafrekening iedereen af te troeven. Inclusief de ijzersterk rijdende Lianne van Loon, die keurig derde werd in het klassement. Christian Haasjes had na drie dagen uitzicht op een prima notering in de top-10, maar liet de afvalkoers schieten omdat hij uit geloofsovertuiging niet op zondag aan competities meedoet.