“Als er vrouwen van het marathonschaatsen zijn die mee willen doen, dan moeten ze zich gewoon inschrijven. Het zou supermooi zijn als er weer een groot peloton staat.” De liefde voor het skeeleren is bij Groenewoud nog altijd groot. Zeker de marathonwedstrijden op wielen hebben haar hart. Waar veel schaatsers de zomertraining vooral als voorbereiding zien op de winter, haalt Groenewoud juist veel plezier uit de skeelerkoersen zelf. Alleen stoort ze zich aan één ding: de beperkte deelname.
“Bij sommige wedstrijden staan er maar acht of tien vrouwen aan de start. Dat is heel weinig. En dat terwijl er in de winter best veel marathonrijders actief zijn. Die meiden skeeleren ook voor hun training, dus dan denk ik: waarom doe je niet mee?”
Het inlineskaten is in Nederland allang niet populair meer. Er zijn nauwelijks klassieke wedstrijden over. Ze noemt het Open NK in Hallum als voorbeeld, de enige klassieker die nog op de kalender staat. "Die wedstrijd moeten we koesteren. Er zijn al niet superveel wedstrijden meer, dus als je er eentje mee kunt pakken richting de winter, is dat alleen maar mooi.”
Zelf probeert ze aan de start van alle marathons op skeelers te verschijnen. Al plaatst ze ook daar een kanttekening bij. “Ze noemen het een marathon, maar dan rijden we 25 kilometer. Dat vind ik geen marathon.”
Het liefst zou Groenewoud de vrouwen en mannen af en toe samen laten starten. “Dat lijkt me superleuk. In het hardlopen gebeurt dat eveneens.” Volgens haar leeft die gedachte ook bij anderen, maar zijn organisaties bang dat het niveauverschil te groot wordt en vrouwelijke deelnemers afhaken. Toch denkt Groenewoud dat het juist een impuls kan geven aan de sport. “Misschien moeten we het eens proberen.”
Voor alle duidelijkheid: hoe groot de voldoening ook is van het skeeleren, de zomeractiviteit staat puur in het teken van het schaatsen (langebaan en marathons). Olympisch kampioen zijn is geweldig; Groenewoud wil echter meer. "Over vier jaar wil ik opnieuw op de Winterspelen staan." En dan met de focus vooral op de individuele afstanden. Het goud op de mass start zorgde voor het hoogtepunt, de resultaten van de 1500 meter (tiende), de drie kilometer (achtste) en de vijf kilometer (zevende) vielen ronduit tegen. "Ik moet stabieler worden op die onderdelen. Fysiek kan ik het allemaal aan, maar op grote momenten moet het in je hoofd ook kloppen. De mass start is mijn veilige haven. Het zelfvertrouwen dat ik tijdens dit onderdeel voel, moet verder worden ontwikkeld op de andere disciplines.” Hopelijk helpt meer ervaring dan om onder de grootste druk haar gewenste niveau te halen.
Deze zomer wordt bewust iets anders aangepakt. Waar de ploeg vorig jaar in deze periode vanwege de olympische voorbereiding al drie weken op hoogte zat op Tenerife, is er nu meer ruimte voor herstel en rust. Groenewoud merkt dat dit haar goed doet. “Vorig jaar leefden we volledig richting de Spelen. Nu is alles iets relaxter. Meer thuis, even de batterij opladen.” En, heel uitzonderlijk, met na het seizoen zelfs tijd voor een korte vakantie in het Spaanse Calpe, in het gezelschap van haar verloofde. “Ik ben van jongs af aan nooit echt op vakantie geweest. We zijn al zoveel op trainingskamp.”
Het deed Groenewoud goed om er tussenuit te zijn. Helemaal stilzitten lukte overigens niet. “Ik kan dat niet zo goed”, geeft ze lachend toe. De fiets ging dus mee op vakantie. Met zijn tweeën maakten ze rustige duurtochtjes en koffierondjes door de bergen.
Voor komend winterseizoen zijn de doelen helder: meer marathons en present zijn op de internationale langebaantoernooien. "De combinatie van marathon en langebaan is het leukst dat er is. Marathons zijn bovendien heel goede trainingsprikkels voor het langebanen. Het belangrijkst is: als ik er maar plezier aan beleef. Dat haal ik ook uit die marathons op wielen.”