De twee ijsartiesten behoorden zondag tot de gasten van topwielerteam Visma – Lease a Bike dat hen trakteerde op een meet & greet met de renners, een kijkje in de bus en de letterlijk mobiele keuken en het bijwonen van de profklassieker in Zuid-Limburg. Zo zagen ze de coureurs een paar keer onderweg passeren en waren ze getuige van de overwinningen die de Belgische olympisch kampioen Remco Evenepoel en de Spaanse Paula Blasi behaalden.
“Een superprofessionele sport en -ploeg waarbij alles enorm goed is geregeld”, verzekert Melle, die erg onder de indruk was van de eigen cateringunit die altijd in de buurt is van het ploeghotel. “Met een eigen chef-kok die het eten bereidt, heel vet. Jens en ik hebben enkele mensen van de staf ontmoet en nog kort gesproken met een paar renners, Menno Huising en Matteo Jorgenson. Die laatste ging lelijk onderuit in de koers en moest naar het ziekenhuis. Dat was niet zo best. Het was een heel mooie dag waarvan we hebben genoten. Al ben ik niet erg bekend met de namen van al die rijders, door dit inkijkje ga ik een volgende koers toch op een wat andere manier volgen”, aldus de oudste shorttracker van het duo. “Extra voordeel is dat er nu een lijntje is naar Visma dat het voor ons wat makkelijker maakt om in geval van specifieke vragen contact op te nemen. We kunnen immers van andere sporten altijd iets opsteken.”
De Van ’t Woutjes waren daags voor de wedstrijd ook present in de populaire toertocht met zo’n 15.000 deelnemers. In het gezelschap van Kay Huisman en een groepje jongens van hun oude club SVU trapten ze honderd kilometer weg. Het was min of meer bekend terrein, aangezien de broers in het verleden vaker hebben meegedaan.
“Ik begon er niet helemaal onvoorbereid aan hoor; ben een paar keer gaan trainen als voorbereiding zodat ik er niet blanco in hoefde te gaan. We hebben ontzettend veel gelachen tijdens de rit. Daardoor had Jens – die totaal geen wielrenner is - het ook geweldig naar zijn zin. Ik moet zeggen: als het weer mooi is en het tempo ligt niet te hoog – zoals zaterdag – dan kan hij er best van genieten. Qua klimmen valt die lus van honderd kilometer mee. De Cauberg was de laatste berg op ons parcours, die zijn we hard 'opgepompt' naar boven omdat die vlak voor de finish lag. Jens zag naderhand dat hij in de beklimming de 199 hartslagen had aangetikt. Voor hem is dat niet zo raar: zijn hartslag stijgt altijd snel bij het fietsen. Ik kwam aan de 185. Met andere woorden: voor mij was het net zo goed doorstampen, haha!”
Hoogste tijd om de eigen stiel weer op te pakken. “Jens en ik hebben er veel zin, het mag onderhand beginnen. Waarschijnlijk krijgen we deze week een eerste schema. Het kan ook wat later zijn, het is een beetje wat Niels (Kerstholt, bondscoach, red.) denkt wat het best is. Volgens mij zijn er nog enkele mensen langer op vakantie, dat soort dingen heeft er ook mee te maken. Weet je, we gaan geen olympisch seizoen tegemoet, dat zorgt ervoor dat het wat rustiger aan kan. Straks wordt het vanzelf weer hectischer”, weet Melle, die duidelijke doelen voor ogen heeft.
“Ik wil de trend doortrekken van afgelopen seizoen. Op de Winterspelen (waar hij zilver veroverde op de 500 meter en goud met de relayploeg mannen, red.) kende ik een gigantische piek in mijn prestatiecurve. Die wil ik komende winter consistenter maken, wat me in staat moet stellen elke keer om de medailles te vechten. Overal écht meedoen. Daarnaast hoop ik de 1000 meter in mijn plan te kunnen meenemen. Ik verwacht dat ook, omdat ik na afgelopen seizoen het gevoel heb dat ik nog niet aan mijn limiet zit. Daags voor de olympische finale op de 500 reed ik nog recordrondjes, wat voor mij een bevestiging was dat het allemaal zo snel is gegaan dat laatste jaar. Nu is het een kwestie van meer uren op het ijs draaien, dus meer trainingsuren om beter te worden. Ik ben benieuwd hoe dat zal gaan.”