Wanneer Marcel Bosker maandagochtend terugblikt op zijn eerste marathon, heeft hij opvallend weinig klachten. “Ik voel mijn onderrug en kuiten, de rest valt mee. Ik had het erger verwacht. Tijdens de laatste kilometers dacht ik dat ik vandaag niets meer zou kunnen doen. Als topsporter is mijn lichaam gelukkig gewend snel te herstellen.”
De 29-jarige schaatser begon voortvarend aan de 42,195 kilometer door Rotterdam. “Tot aan de 35 kilometer voelde ik me heel goed. Ik liep met Rick Oosterlaar, de fysio van Reggeborgh. Hij had al meerdere marathons gelopen. Onderweg was hij mij continu aan het afremmen. ‘Houd je rustig’, bleef hij herhalen. Maar ik ging zo makkelijk met iets snellere mannen mee, dat ik onder de vier minuten per kilometer liep; twintig seconden sneller dan ik gepland had.”
Na 28 kilometer moest Oosterlaar afhaken, omdat hij de hele week ziek was geweest. “Ik bleef goed lopen, in een tempo van net boven de vier minuten per kilometer. Ik zat op een tijd van 2:55, terwijl onder de drie uur mijn doel was. Maar na 35 kilometer struikelde een vrouw voor me, waardoor ik moest uitwijken en een misstap maakte. Meteen schoot de kramp in mijn hamstring. Blijkt maar weer dat een schaatslichaam niet gemaakt is voor de marathon. Ik kon nog drie kilometer doorlopen, daarna kreeg ik er meer last van.”
Meerdere keren moest Bosker stoppen langs de kant omdat de pijn niet meer te verdragen was. “De toeschouwers zeiden tegen mij: ‘Ga liggen, ga liggen, we helpen je met rekken.’ Maar ik wilde niet te veel tijd verliezen, moest gelijk weer door. Na tien seconden rekken liep ik alweer. Gelukkig had ik wat marge opgebouwd, waardoor het alsnog gelukt is om onder de 3 uur te finishen.” Na 2 uur, 59 minuten en 25 seconden eindigde hij op de Coolsingel. “Ik weet niet hoe ik dat nog voor elkaar gekregen heb. Ik liep de laatste kilometer met samengeknepen billen en probeerde mijn hamstring zoveel mogelijk te ontlasten. Het werd een gevecht.”
Bosker had onderweg zijn ogen uitgekeken “Er stonden zoveel mensen langs de kant, daar kon ik van genieten. Heel Rotterdam kwam samen. Krankzinnig ook hoeveel mensen er gestart waren. Ik was nummer 1079 in de uitslag, bizar dat er meer dan duizend mensen harder gelopen hebben dan ik. De besten waren bijna een uur sneller. Als ik mezelf wil verbeteren, moet ik meer trainen. De meesten bereiden zich een jaar voor, ik had een maand de tijd.”
Na het WK Allround & Sprint van begin maart kon voor Bosker pas het vizier op deze wedstrijd. “Fit was ik, maar ik moest wennen aan de stootbelasting van het hardlopen.” Hij trainde om de dag. Vaak een afstand tussen de 10 en 17 kilometer, met uitstapjes naar 21, 28 en 37 kilometer. Ook tijdens zijn vakanties in Oostenrijk en Japan zette hij door. “Ik heb zeventien kilometer gelopen bij Mount Fuji. Dat was de mooiste van het jaar. Het was pittig omdat ik meer hoogtemeters heb gemaakt dan de gemiddelde hardloper, maar daar word je ook sterk en fit van.”
Twee jaar geleden begon Bosker met hardlopen als training, na een seizoen minder in zijn vel te hebben gezeten. “We zouden op vakantie naar Miami, zonder fiets. Ik vind het altijd lekker om toch te sporten. Sterker nog: ik kan niet zonder. Als ik tien dagen niets doe, word ik chagrijnig en ben ik niet te genieten. Daarom ging ik hardlopen. Het viel me zo zwaar tegen, dat het een motivatie werd om het wel te kunnen. Langzaam heb ik het uitgebouwd. Twee jaar geleden deed ik mee aan de tien kilometer, vorig jaar een halve marathon en in oktober meldde ik me aan voor Rotterdam. Deze uitdaging wilde ik aangaan.”
“Mede door het hardlopen ben ik lichter geworden en zijn mijn benen dunner, wat me helpt op de 5 en 10 kilometer. Dat is ten koste gegaan van mijn korte afstanden, maar de afgelopen twee jaar draaide alles om de Spelen, het allrounden is wereldwijd niet belangrijk.” Ook mentaal heeft Bosker er veel aan. “Ik heb geleerd positief om te denken. Als ik tien kilometer wil lopen, denk ik halverwege: het is nog maar vijf kilometer. Op het ijs lukt het me ook steeds beter er zo naar te kijken. Nog vijf kilometer, over zo’n 6,5 minuut is het voorbij. Dat zijn mooie gedachten die je kunt hebben tijdens een race.”
Deze zomer zit er waarschijnlijk geen volledige marathon meer in voor Bosker, die bijna begint aan zijn voorbereidingen op komende winter. “Maar ik zou graag in mijn leven alle zeven de majors uitlopen (Tokio, Boston, Londen, Sydney, Berlijn, Chicago en New York, red.). Dat hoeft niet binnen vier jaar, dat kan ook na mijn sportcarrière. Misschien begin ik daar volgende zomer al mee. Voor mij is het belangrijk om ook doelen te hebben buiten het schaatsen, anders is het leven te beperkt. Maar eerst ga ik herstellen en verder klussen in het huis.”