Als de avond al lang gevallen is in Italië, de muggen vrolijk ronddansen en Lianne van Loon net haar ouders heeft uitgezwaaid die koers zetten richting hun slaapplek, neemt ze op weg terug naar het hotel de tijd om terug te blikken op haar eerste EK-dag. De vier EK-medailles op haar palmares konden maandag niet voorkomen dat de Zuid-Hollandse geteisterd werd door zenuwen.
Vanwege het kleine deelnemersveld op de puntenkoers hoefde Van Loon geen voorrondes te rijden en opende ze het EK direct op een van haar belangrijkste nummers. Daardoor was er voor de finale geen mogelijkheid om af te rekenen met de eerste wedstrijdspanning en te ervaren hoe het is om met een peloton over de parabolische baan van Cardano al Campo te skeeleren. In plaats daarvan doodde ze overdag haar tijd door naar de baan te fietsen en een paar rondjes te rijden met Christian Haasjes.
Pas om kwart voor tien ’s avonds klonk het startschot. Overigens niet het teken voor Van Loon om zich direct te bemoeien met de verdeling van de punten, dat liet ze over aan compagnon Nikki Noordergraaf. De concurrentie in de weg zitten, een puntje afpakken; laat dat maar aan Noordergraaf over. Vervolgens hielp ze haar landgenoot naar voren, zodat Van Loon gelijk een gat kon slaan met de concurrentie. Viermaal pakte ze de punten, maar de Franse vrouwen zaten er snel bovenop, waardoor hun kopvrouw Alison Bernardi onbedreigd de Europese titel puntenkoers kon prolongeren. “Ik voel me wel vereerd dat de Françaises mij zo’n bedreiging vonden en alles op alles zetten om mij terug te halen”, aldus Van Loon.
Na de race mocht ze nog een uurtje wachten om de kleur van haar eigen medaille te horen. Ze had gehoopt dat haar acht punten voldoende waren voor zilver, maar ze kon niet ontevreden zijn met het brons. “Twee jaar geleden werd ik in Oostende ook al derde, dus ik had stiekem gehoopt een treetje hoger te eindigen. Maar een medaille is een medaille, daar ben ik blij mee. Bovendien ben ik Nikki en Amber (van der Meijden, red.) dankbaar, zij hebben mij echt geholpen.”
Een uitgebreid feest langs de baan kon het trio door de onzekerheid nog niet vieren. Een paar knuffels van de bondscoach en haar ouders kreeg ze, gevolgd door de felicitaties van haar teamgenoten in het hotel. “Morgen doen we het nog een keer over, als ik mijn medaille mag ophalen.” Hopelijk niet de laatste keer, met nog kansen op de 1000 meter, de relay, de puntenkoers op de weg en de marathon, waarop Van Loon regerend Europees kampioen is.
Sprinters minder gelukkig
Het was niet de dag van de sprinters voor Nederland. Lataesha Narain en Glenn Nijenhuis waren bij de senioren de grootste kanshebbers op een finaleplaats, maar kwamen beiden tekort voor de benodigde top-12. Vooral Narain baalde, want de 22-jarige rijder stond met haar dertiende plek net aan de verkeerde kant van de streep. Na haar race kon ze de vinger niet precies op de zere plek leggen. “Meestal weet ik wat er misgaat, maar nu heb ik geen idee. De start was nog goed, maar het uitversnellen van de bocht en het tweede rechte stuk niet. Je zou juist verwachten dat ik moest wennen aan de bochten, omdat ik nog nooit op een parabolische baan (met schuin oplopende bochten, red.) gereden heb.”
Narain kon niet anders dan bondscoach Valentina Berga-Belloni gelijkgeven, die oordeelde dat de Nederlandse drietienden harder had gekund. “Het is extra zuur omdat dit samen met de 100 meter mijn belangrijkste afstand is. Maar ik neem de goede start mee naar vrijdag.”
Ook Nijenhuis baalde van zijn race - met 19,107 werd hij zeventiende – al kwam het voor hem minder onverwacht. “Mijn voorbereiding was niet vlekkeloos. Woensdagochtend werd ik wakker met keelpijn en de dagen erna had ik er veel last van. Ik kon niet trainen en lag ’s nachts wakker. Gisterochtend heb ik pas de eerste serieuze training op snelheid kunnen doen, terwijl je op zo’n baan juist meters moet maken.”
Na een goede training zondag kreeg hij vertrouwen in een goede afloop, maar hij maakte in de voorrondes iets te veel foutjes. “Mijn race was niet slecht, maar ik kan me niks permitteren op dit niveau.” Net als Narain ligt ook Nijenhuis’ speerpunt later in de week op het kortste nummer. Vorig jaar werd hij zesde, dit jaar hoopt hij weer een stapje te maken. “Ik durf altijd te dromen van het podium, maar moet realistisch zijn dat een aantal jongens echt gigantisch hard rijdt.”