Suzanne Schulting komt uit een echt sportgezin. Haar vader was voetballer bij sc Heerenveen en hij kwam 326 keer uit voor de Friese club. Haar moeder is fysiotherapeute en haar zusjes Jolien en Marieke zijn fanatiek met hockey en dansen. Een monoloog van de olympisch kampioene over haar band met haar ouders en zusjes.

"Bij ons thuis sportte iedereen. Het leven van mijn vader draaide om voetbal. Na zijn spelerscarrière is hij trainer geworden van onder andere de vrouwen van Heerenveen en daarvoor stond hij veel op het voetbalveld. Mijn vader is door zijn voetbalachtergrond wat bekender, maar ik heb een goede band met mijn ouders. Mijn moeder vindt het fijner om op de achtergrond te blijven. Dat heeft ze altijd al gehad.

"Mijn zusjes hebben vroeger wel geschaatst, maar momenteel doen ze liever andere sporten. Marieke hockeyt fanatiek in Groningen en speelt daar in de A1. Jolien heeft altijd veel geturnd, maar nu is ze veel aan het dansen. Zij gaat naar het Lucia Marthas Institute for Performing Art, een dansacademie in Amsterdam. Ook dat is topsport. Mijn zusjes en ik zijn door mijn ouders nooit gepusht. Ik wilde zelf graag schaatsen en wilde op de basisschool al winnen. Ik deed er alles aan om de jongens te verslaan."

"Via mijn moeder ben ik begonnen met schaatsen. Bij ons huis in Friesland hadden we veel slootjes en daar ben ik als jong meisje opgezet. Niet met de gedachte om een topsporter te worden, maar omdat mijn ouders het belangrijk vonden dat ik een sport beoefende. Vanuit het sportieve, maar ook het sociale aspect. Vroeger heb ik ook met hen geschaatst, maar daarna ben ik al snel naar Thialf toe gegaan. Vlakbij ons huis waren twee ijsbanen, dus het was niet zo gek dat ik ging schaatsen."

"Mijn vader heeft geen verstand van schaatsen, maar hij vindt het wel een mooie sport om naar te kijken. En als ik ergens mee zit, dan vraag ik hem om advies. Hoe kijkt hij daar tegen aan en hoe zou hij dat oplossen? Maar dat vraag ik ook aan mijn moeder. Verder staan mijn ouders liever op de achtergrond. Ze hebben me altijd gesteund. De zaken die echt schaatsgerelateerd zijn, bespreek ik liever met mijn trainer. Als je zoveel met je sport bezig bent, is het thuis fijn om het een keer niet over schaatsen te hebben. Of voetbal. Dan praten we liever over andere dingen."

"Als mijn ouders tijd hebben, dan komen ze graag naar mijn wedstrijden kijken. We rijden echter zoveel wedstrijden en bij de wereldbekerwedstrijden in Noord-Amerika lukt dat niet. Daarom is het extra leuk als ze er bij de wedstrijden in Europa wel aanwezig zijn. Als ik het ijs op stap, dan kijk altijd even naar het publiek en kijk waar ze zitten. Tijdens de race concentreer ik me op het schaatsen en hoor of zie ik ze niet meer. Ik hoor wel een hoop geschreeuw, maar ik kan daar geen specifieke stemmen in onderscheiden. Mijn vader is een rustige toeschouwer, maar mijn moeder is een stuk actiever. Zij vindt het spannend om naar mijn races te kijken."

"De sport verbindt ons wel en ik vind het belangrijk om de mooie momenten met mijn ouders en mijn zusjes te delen. Bij het winnen van mijn gouden medaille in Pyeongchang was mijn vader er niet bij; mijn moeder en mijn vriend wel. Zij zaten in de nok van het station. Het duurde drie uur voordat ik ze na de wedstrijd zag. Het eerst uur konden we elkaar niet bereiken, omdat mijn ouders ook helemaal overspoeld werden met berichtjes en telefoontjes. Mijn vader zat thuis in Nederland en hij werd helemaal plat gebeld. Dat soort momenten zijn mooi om mee te maken."

"Tegelijkertijd blijf ik echter ook heel nuchter. Het winnen van olympisch goud vergeet ik nooit meer, maar ik vind het nu ook normaal. Er zijn wel meer dingen die ik nooit meer vergeet. Bij ons in de familie gaan we nuchter met dat soort dingen om. 'Het is leuk dat je goud hebt gewonnen en we zijn ook trots op je, maar het leven ook gewoon door', zeggen ze dan. We lopen vanuit thuis nooit zo met de borst vooruit. Van kijk nou wat mijn dochter heeft gepresteerd. Daar zijn mijn ouders heel relaxt onder gebleven."

"Je mag wel trots zijn op je prestatie en dat ben ik ook zeker, maar het leven gaat ook door. En als je meer wilt presteren, dan moet je daar weer hard voor trainen. Dan moet je er weer hard tegen aan. Voor de volgende wedstrijd ben ik gewoon weer zenuwachtig. Als je niet meer zenuwachtig bent, dan kun je beter stoppen. Ik heb zenuwen nodig om goed te kunnen schaatsen. Dat houdt me scherp. Als ik nerveus ben, dan haal ik het beste uit mezelf."

"Ik heb olympisch goud, maar ik ben nog niet klaar met schaatsen. Zoveel wedstrijden heb ik nog niet gereden. Ik ben nog maar 21, hè. Ik ben nog nooit wereldkampioen geworden en ik heb ook nog geen Europese titel. Komend weekend ga ik mijn best doen om die titel te pakken. Ik wil laten zien dat ik standaard de beste ben en daar moet ik hard voor werken."

Dit is een verhaal in een reeks van twaalf waarin TeamNL de schaatsfan dichter bij de (olympische) schaatsers wil brengen. Lees hier de andere verhalen in de serie:
Familie Talsma gezamenlijk naar de top
Jorrit Bergsma: 'Ineens was Brent daar'
Erik Jan Kooiman: 'Op slag verliefd op mijn zoontje'
De liefde van Marcel Bosker voor de bergen
Shorttrackbroers Melle en Jens van't Wout: 'Vond ijshockey veel stoerder'

Door Natasha Smit - Laatste update op 11 jan om 00:55