Inmiddels rijden de langebaanschaatsers alweer decennia lang op de klapschaats, en is de schaats gemeengoed geworden bij zowel topschaatser als recreant. Die overgang lijkt misschien groot, maar voor Jan van Veen is er in de basis niet veel veranderd. "De technische basisprincipes zijn hetzelfde gebleven."

Toch ziet Van Veen wel een ontwikkeling in het schaatsen. "Nu heb je te maken met jeugd die opgroeit op de klapschaats en op snelle indoorbanen. De techniek verandert. Het moderne schaatsen is veel dynamischer en meer gericht op vermogen dan vroeger."

Het mooie breed rijden, lange slagen en lang glijden zien we steeds minder bij topschaatsers. "Mooi naar buiten is niet meer. Het is nu veel compacter, meer recht naar voren. Eigenlijk ben je constant bezig met de voorbereiding voor een nieuwe afzet en het opbouwen van druk."

Ongeduld als tegenstander
Voor Van Veen blijft de techniek de basis van het schaatsen. "Techniek is het sleutelwoord. Er zijn maar heel weinig mensen die héél goed kunnen schaatsen. Om de techniek te leren is het belangrijk te weten waar je mee bezig bent. Waarom doe je bepaalde dingen? Het is handig om te weten hoe je moet schaatsen. Heel veel mensen weten dat niet, daar sta je versteld van. Wat je graag wilt, is dat iemand na verloop van tijd zelf voelt of het wel of niet goed gaat", aldus Van Veen.

"Als je weet hoe het werkt past het uiteindelijk allemaal bij elkaar. Anders denk je, als de ene keer tegen je wordt geroepen dat je dieper moet zitten en de andere keer dat je meer zijwaarts moet afzetten, 'hallo, dat is weer heel wat anders...'"

Voor schaatsers is het goed om te weten waar ze zich in het leertraject bevinden. "Als je technisch wilt verbeteren is je enige tegenstander je eigen ongeduld. Als je niet weet waar je in het proces bent, dan word je ongeduldig. Weet je dat wel, dan weet je of je progressie boekt."

Oude patronen loslaten
Van Veen doelt daarmee op het feit dat je bij het veranderen van je techniek niet altijd direct resultaat ziet. Vaak val je juist eerst even terug en maak je pas daarna progressie. "Sommige coaches zijn bang om dingen aan de techniek te veranderen, vooral als het goed gaat. 'Niet aan sleutelen nu, want dan raakt het patroon misschien weg', is dan de gedachte. Maar als je technisch beter wilt gaan schaatsen zul je wel moeten. Oude patronen los laten, dát is de basis van leren. Je moet eerst uit die comfortzone."

"Schaatsen is een technische sport. Het is een constante uitdaging om verbeteringen aan te brengen. Het is nooit af", vindt topsprinter Ronald Mulder. "Je probeert je te onderscheiden, wilt zo hard mogelijk schaatsen. Ik probeer technische dingen uit het skeeleren te vertalen naar het schaatsen. Er bestaat geen standaardtechniek, maar het moet wel bij je passen. Wat Chad Hedrick deed zag er niet uit, maar het was wel heel efficiënt en hij werd olympisch kampioen."

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.