Toen oud-schaatsster Diane Valkenburg voor het eerst in haar leven een vijf kilometer moest schaatsen, vroeg ze een mannelijke ploeggenoot om raad. 'Gewoon zeven rondjes lekker schaatsen en vijf ronden voor het einde ga je los', was het advies. Vijf rondjes voor het einde kwam Valkenburg erachter dat ze eigenlijk niets meer kon. Op één actie na, een bijna onacceptabele actie.

In de schaatswereld is het een ongeschreven regel: niemand maakt een tussenslag in het midden van de bocht. Want in de bocht hoort een schaatser bochten te lopen. Pootje over en niks anders. Met hooguit een uitzondering als het gaat om de start van een afstand, zolang deze tenminste vlak voor de bocht begint zoals bij een vijf of een tien kilometer. En zelfs daarover zijn de meningen verdeeld.

Valkenburg had destijds extra pech. Al haar publiek stond hardop lachend in de betreffende bocht. Jaren en veel wedstrijdkilometers later, kan ook Valkenburg er nog om lachen. Toch beweert de afgestudeerd bewegingswetenschapper nog even standvastig als toen: "Ik heb het nagerekend, bij rondjes van 42 seconden is het een tussenslag wél efficiënter dan alleen overstappen."

Bob de Jong schaatste nooit rondjes van 42 seconden of langzamer. Hij is de specialist bij uitstek als het gaat om de langere afstanden. Gevraagd om advies voor de recreant plaatst de stayer direct een kanttekening. Profschaatsers hebben een heel groot voordeel als zij lange afstanden schaatsen: de ijskwaliteit. De Jong: "Wij schaatsen van bocht naar bocht. In de bocht versnellen wij en op het rechte eind is het een kwestie van lekker glijden. Voor een recreant op zwaarder ijs is dat een ander verhaal."

Wat wel vergelijkbaar is tussen recreanten en professionele schaatsers, is de kniehoek. Bij het schaatsen van een lange afstand wordt de kniehoek groter dan bij korte afstanden. Een sprinter zit dieper dan een stayer, omdat de sprinter het minder lang hoeft vol te houden. De verzuring die volgt door een zeer compacte lichaamshouding en extreem lage kniehoek is ondraagbaar over een afstand van minimaal 12,5 ronden. 

"Het is belangrijk om het lichaamszwaartepunt te benutten. Dat is vergelijkbaar met het fietsen door een bocht", aldus De Jong. "Als iemand langzaam gaat, moet diegene sturen, iemand die sneller gaat, hangt meer in de bocht en hoeft daardoor vrijwel niet te sturen. Het gaat erom om tijdens het schaatsen de snelheid en kracht te benutten en in de afzet te stoppen."

De Jong is ervan overtuigd dat het loont om tijdens een lange afstand vlakke ronden te rijden. "Al zal dat voor een sprintertype iets anders zijn, maar ook dan is het belangrijk dat de rondetijd niet te veel oploopt." Een streeftijd kan worden bepaald in een training, denkt De Jong. "Schaats vier à vijf vlakke rondjes op 90% en klok deze. Dat is een mooie indicatie voor 12,5 ronde in de wedstrijd in schaatspak en op scherpe schaatsen."

Uiteindelijk is het heel simpel: "De tien kilometer is een mentaal gevecht, hoewel dat eigenlijk voor elke afstand geldt. Het gaat erom hoeveel pijn je wilt lijden." En denk bij een rondje van 42 seconden aan Valkenburg en maak eventueel een tussenslag in de bocht.

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.