Veel mensen zien het skeeleren of inlineskaten in de zomer als een verlengde van het langebaanschaatsen, maar de twee sporten hebben toch een heel andere techniek. Bij de eerste van de KNSB-webinars legden Rick Schipper, Manon Kamminga en inlinebondscoach Frank Fiers de basis van de inlinetechniek uit. Wat blijkt? Alles draait om de zogenoemde 'powerbox'.

Kamminga omschrijft de powerbox als het vierkant onder je lichaam van je schouders tot aan de grond. In die denkbeeldige ruimte heeft een inlineskater de meeste grip en dus de meest effectieve afzet. "Je moet zorgen dat je kracht en afzet daarbinnen plaatsvindt." De powerbox geeft ook meteen een van de belangrijkste verschillen aan tussen skeeleren en schaatsen. "Op het ijs heb je vanwege de ronding in je ijzers juist op het einde van je afzet grip. Bij het skeeleren heb je alleen grip binnen de powerbox", legt ze uit.

Schipper vult aan: "Omdat je buiten de powerbox meteen grip verliest, breek je je slag bij inlineskaten eerder af dan in het schaatsen." Het is volgens de West-Fries dan ook extra belangrijk om recht op de skeelers te staan. "Als je dat doet, gaat je gewicht als het ware recht door je lichaam. Dan kun je je skeelers sturen, zit je goed in de powerbox en kun je afzetten. Als je bijvoorbeeld op de binnenkant van je skeelers rijdt, heb je meer rolweerstand."

Rick Schipper bij het NK 2019 in Wervershoof | Foto : Eline Hooghiemstra

De powerbox speelt ook een belangrijke rol bij de typische skeelerslag die bekendstaat als de 'double push'. Door twee keer met hetzelfde been af te zetten, ontstaat meer voorwaartse snelheid en ga je dus harder. "Het is zonde om in het kleine stukje van de powerbox maar één keer af te zetten", geeft Kamminga aan. Waar het op schaatsen niet mogelijk is om twee keer af te zetten, kan dat op inlineskates wel. "Je plaatst je skate op de rand van de powerbox, duwt hem naar binnen, trekt hem terug en zet dan af naar buiten."

Box in de bocht
Waar de powerbox natuurlijk met name van toepassing is op het rechte stuk, kan deze ook in zekere zin in de bocht toegepast worden. In de bocht kan namelijk in vergelijking met het schaatsen veel minder ver afgezet worden. Ook dat heeft weer alles te maken met grip. Buiten de box valt ook in de bocht de grip weg. Fiers concludeert: "In de bocht gaat de lijn van de box mee met de hoek waarmee je in de bocht hangt."

Om die reden stappen veel inlineskaters op de piste soms niet of nauwelijks over. Het bekende pootje-over van op de langebaan wordt op skeelers veel minder uitgevoerd. Daarvoor ligt de snelheid bij de toppers veel te hoog, zegt Schipper. "Je wilt de zekerheid hebben dat je met alle wielen grip houdt op de ondergrond. Je ziet dat veel toppers bij het ingaan van de bocht de skeelers naar elkaar toetrekken en dat ze op alle acht wielen staan. Anders vlieg je de bocht uit. Op het moment dat ze de benen naar elkaar toetrekken, vangen ze de druk op en maken ze de bocht."

"Als je techniek goed is, kun je in principe de bocht doorstappen", voegt Kamminga toe. "Zo lang je maar in de box blijft. Maar vaak is het ook een kwestie van tactiek." Door de benen aan het begin van de bocht even stil te houden, bestaat namelijk de kans dat de rijders daarachter als het ware worden opgehouden. Zij moeten even vaart minderen, terwijl de voorste rijder weer eerder snelheid kan opbouwen. 

Dit artikel is een verkorte versie van hetgeen besproken is in de meest recente webinar van de KNSB. Hierin werden ook de zogenaamde 'double push', de bocht en de start behandeld. De webinars zijn bedoeld voor trainers en (verenigings)sporters en zijn zonder kosten thuis (terug) te bekijken bij inschrijving. De webinars worden opgevolgd met een masterclass in de praktijk. Voor meer informatie, kijk hier.

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.