Als vertegenwoordiger van Nederland in de olympische wereld was Anneke van Zanen-Nieberg aanwezig bij de aankondiging, de voorzitter van de Raad van Toezicht van NOC*NSF.
Daarmee wordt Heerenveen één van de locaties waar de Franse Winterspelen zullen plaatshebben. Het besluit is met vreugde ontvangen door de zes partijen in ons land die de afgelopen twee jaar intensief hebben samengewerkt sinds het eerste verzoek van de Fransen om Thialf mogelijk te kunnen inzetten als schaatslocatie. De samenwerkende partijen zijn naast Thialf het ministerie van VWS, de gemeente Heerenveen, de provincie Fryslân, schaatsbond KNSB en NOC*NSF.
De keuze voor Thialf sluit aan bij de toekomstvisie van het IOC. Daarin krijgt duurzaam gebruik van bestaande accommodaties prioriteit. Nu de keuze voor Thialf officieel is bekrachtigd, zal er een organisatie worden opgericht die de plannen en voorstellen concreet uitwerkt. Dat gebeurt binnen het kader van het zogeheten Speed Skating Host Contract (SSHC), waarover tot op het laatste moment is onderhandeld, vooral omdat deze constructie voor alle partijen een primeur was.
“Dit is een unieke kans. Denk je aan Nederland, dan denk je aan schaatsen. Sport verbindt, inspireert en brengt mensen samen. Dit wordt een feest voor heel Nederland”, aldus minister Mirjam Sterk van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport.
Anneke van Zanen-Nieberg: “Nederland is een zeer gewaardeerd lid van de olympische en paralympische familie; ik zie in dit besluit een groot vertrouwen in onze inzet om hier een fantastisch evenement van te maken als onderdeel van de Franse Spelen.”
Het onderdak bieden aan een onderdeel van de Franse Olympische Spelen betekent ook dat er een olympisch dorp voor de sporters zal komen in Heerenveen. Waar dat komt, is nog niet bepaald. Daarnaast zijn thema’s aan de orde als vervoer en ontvangst van de fans en officials, de werving van vrijwilligers, aanpassingen in Thialf aan IOC-eisen voor bijvoorbeeld tv-uitzendingen en de inspanningen om er daadwerkelijk een Frans olympisch feest van te maken.
“It sil brûze in 2030!”, zegt burgemeester Avine Fokkens. “Langebaanschaatsen zit in het Friese DNA. En dat Frankrijk kiest voor onze gemeente en provincie om dit onderdeel van hun Winterspelen te mogen organiseren maakt ons enorm trots. Een geweldige boppeslach!”
Directeur Minne Dolstra van Thialf: "De toewijzing van het olympisch langebaanschaatsen is een uitzonderlijke erkenning van de ruim 170 jaar schaatshistorie die Thialf heeft, de door het IOC bevestigde internationale allure en de ongekende gemeenschap van betrokkenen en vrijwilligers die Thialf tot het kloppende schaatshart van de wereld maken."
Gedeputeerde Abel Kooistra: “De keuze van het organisatiecomité bevestigt wat wij al langer wisten: Thialf is niet alleen een regionale voorziening, maar nationale sportinfrastructuur. Wij zijn ontzettend grutsk dat zo'n groot sportevenement naar Fryslân komt."
Marc ter Haar (Voorzitter Raad van Toezicht KNSB): “Onze sporttechnische kennis en tientallen jaren ervaring van de KNSB met het organiseren van nationale en internationale evenementen langebaanschaatsen in Thialf, zijn vanzelfsprekend een belangrijkste inbreng geweest in de achterliggende fase. Wij beschouwen het als een ‘once in a lifetime’-kans om een deel van de Spelen in eigen land te kunnen organiseren en dan ook nog een keer in een tak van sport die in de Nederlandse cultuur is verankerd.”
Het is gebruikelijk dat een gaststad of -regio voor een olympisch onderdeel bijdraagt in de kosten. Onder meer door geen kosten in rekening te brengen voor de wedstrijd-accommodatie. Zo worden er ook over de opbrengsten afspraken gemaakt in een separaat commercieel plan. De bijdrage van Nederland aan het olympisch schaatsen in Heerenveen is vastgesteld op 37,5 miljoen euro. Daarin zijn posten opgenomen als het olympisch dorp, beveiliging, transport, en faciliteiten voor fans en media.
Het grootste deel van de Nederlandse bijdrage is een eenmalige bijdrage vanuit VWS van maximaal 30 miljoen euro. De provincie draagt 5 miljoen euro bij en Heerenveen 2,5 miljoen. Wat de totale ‘winst’ voor Nederland zal zijn, zowel materieel als immaterieel, is in deze fase nog niet vast te stellen.