Het betekende de eerste marathontitel voor Ter Haar, al wist hij eerder deze zomer in Hallum ook al de open Nederlandse titel op zijn naam te schrijven. Na talloze titels op de piste en weg, bewees hij zich dit seizoen dus ook op het hoogste podium in de marathon en vulde een leemte op zijn palmares. Met zijn kenmerkende juich kwam hij met de armen gespreid over de streep, voor een teleurgestelde Bart Hoolwerf en eenling Jordy Harink.

“De ontlading was erg groot, omdat ik ook wel voelde dat de druk in de finale op mijn schouders lag”, verklaarde Ter Haar. Je moet toch kleppers als Hoolwerf en Jorian ten Cate achter je houden.” Daarbij hielp het uiteraard dat Ter Haar zich in het peloton enigszins koest kon houden tijdens de lange ontsnapping van zijn ploeggenoot Christian Haasjes, die vooraan de wedstrijd veel kopwerk verzette.

“Tactisch hebben we vandaag alles goed gedaan”, zei Ter Haar dan ook met de gouden plak om zijn nek. “Hylke de Boer en Niels Overvoorde hebben berenwerk verzet. Zonder hen had ik het niet kunnen doen. We wilden alle kaarten op tafel houden en dat is gelukt. Op het eind moest ik het afmaken.”

Een sippende Hoolwerf flankeert de tevreden Ter Haar en Harink. | Foto: Neeke Smit

Die finale verliep net als vorige week in Haaksbergen niet vlekkeloos, al was dit keer niet de regen spelbreker, maar de schermutselingen tussen de rijders zelf. In de ogen van Ter Haar: “Ik heb op intuïtie gehandeld en ben aangegaan met Bart in mijn wiel. In de voorlaatste bocht heb ik hem stilgezet om de laatste haakse bocht goed uit te versnellen en toen hoorde ik ineens een hoop gescheld achter me.”

Die scheldpartij was afkomstig van de rijders van Reggeborgh, die achter Ter Haar post hadden gevat in een poging hem op het laatste rechte stuk nog voorbij te steken. Dat was buiten Joël Haasjes gerekend, die zich na de snoeiharde openingsfase van de wedstrijd had gespaard voor de finale. De jongeling vloog binnenlangs bij Casper de Gier, wat leidde tot een opstootje tussen hen en Hoolwerf.

De twee ploeggenoten van Reggeborgh waren laaiend over de actie van Haasjes. “Op het moment dat ik aan wilde gaan, word ik bij mijn heupen gegrepen en sta ik stil en ben ik klaar”, brieste Hoolwerf. “Dit is geen reclame voor de sport. Het was een prachtige koers, iedereen reed met zijn tong op het asfalt. Dat dit dan gebeurt is gewoon zonde van het kampioenschap, zonde van de wedstrijd en zonde voor de mensen langs de kant die gewoon een mooie sprint willen zien.”

Hoolwerf maakt nog misbaar, maar het leed is al geschied. | Foto: Neeke Smit

Met de beschuldigende vinger wees hij naar Haasjes. “Hij vindt het misschien mooi en spectaculair, maar hou gewoon je handen thuis. Zoek niet de ruimte waar die niet is. Je moet soms gewoon accepteren dat je niet op de plek zit waar je moet zitten. Dat is het tactische spel. Je kunt niet zomaar binnendoor springen en dan maar zien of je op plek tien of plek twee komt. Voor mij is de lol er zo wel af.”

Haasjes zelf was zich van geen kwaad bewust. “Luc en Bart kwamen er in de laatste ronde bij mij omheen, samen met Casper. In de laatste bocht kwam ik bij Casper binnendoor, wat in mijn ogen gewoon mag. Casper stuurt hem naar binnen om me af te blokken, maar hij vliegt de bocht uit en pakt Bart vast. We kwamen allemaal stil te staan, waardoor Jordy binnendoor kon naar de derde plek.”

Voor de jongste Haasjes in het peloton viel er vervolgens weinig eer meer te behalen. De vierde plaats die hij in eerste instantie wist te behalen werd hem door de jury afgenomen. “Dat maakt me nu ook niet zo veel meer uit. Vierde of laatste is mij om het even.”

Aan Ter Haar ging al het tumult in de laatste honderden meters voorbij. Hij richtte zich in de laatste meters op de finishlijn. "In Hallum was ik erg overtuigd van mezelf en juichte ik al erg vroeg. Toen ik de finishfoto zag moest ik ook wel toegeven dat Chris de Velde nog erg dichtbij zat. Daarom heb ik nu maar tot de lijn door gesprint!"