Vijf jaar lang leefde Maikel Stam met hartritmestoornissen die steeds vaker de kop opstaken. Wat begon met een enkele aanval per jaar, groeide uit tot een probleem dat hem afgelopen winter vrijwel maandelijks, en soms zelfs wekelijks, tot opgeve in wedstrijden dwong. “Mijn hartslag schoot tijdens een koers ineens van ongeveer 130 naar 190. Daarna bleef hij lange tijd veel te hoog."
Vooral tijdens de lange natuurijswedstrijden, juist de koersen waarin de Brabantse marathonrijder zich het liefst laat zien, speelde het probleem hem parten. “Je stapt telkens uit met het gevoel dat je niet hebt kunnen laten zien waarvoor je hebt getraind. Dat was het meest frustrerend.”
Stam benadrukt dat de hartritmestoornissen volgens de artsen nooit levensbedreigend zijn geweest. “Het was vooral heel vervelend. Zodra het gebeurde, moest ik direct stoppen. Doorrijden kon ook niet, omdat ik door die extreem hoge hartslag meteen volledig verzuurde.” Zelf vroeg hij zich af of de klachten mogelijk verband hielden met de leukemie waarvoor hij als driejarige werd behandeld. Die vraag kon het medisch team echter snel wegnemen. “Ze hebben aangegeven dat daar geen enkele relatie tussen bestaat. Dat was toch wel prettig om te horen.”
Het duurde jaren voordat artsen de oorzaak konden vinden. Omdat de ritmestoornissen moeilijk op te wekken waren, bleef onduidelijk welk ‘elektrisch stroompuntje’ in zijn hart de problemen veroorzaakte. Uiteindelijk kreeg Stam een implanteerbare hartritmemonitor, die elke aanval registreerde.
Die gegevens brachten uitkomst. In december konden artsen de locatie van de stoornis bepalen en volgde een verwijzing naar het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven. Eind april onderging hij daar een zogenoemde hartablatie, waarbij een klein stukje weefsel doelgericht wordt uitgeschakeld of vernietigd om een aandoening te verhelpen.
Tijdens die ingreep werd hij niet volledig onder narcose gebracht. Via katheters moest er opnieuw een ritmestoornis op gang gebracht worden om exact het probleemgebied te bepalen. Door middel van verhitting werd de ‘error’ uitgeschakeld. De littekenvorming moet uiteindelijk de oorzaak van het probleem verhelpen. “Ik heb de hele operatie bewust meegemaakt. Dat was vooraf misschien nog wel het spannendst. Ik voelde wanneer ze aan het wegbranden waren; alsof er iemand op je borst zat. Een heel vreemde gewaarwording.” Toch stelde het ervaren operatieteam Stam gerust. “Voor hen is het een routineklus; als het drinken van een kop koffie. Dat gaf vertrouwen.”
Na de operatie had de middelste zoon van oud-marathonschaatser Arnold Stam niet direct zekerheid. Pas na ongeveer drie maanden is duidelijk of de ingreep definitief succesvol is. De eerste maand kreeg hij nog vijf à zes keer last van hartritmestoornissen. “Dat schijnt normaal te zijn, omdat je hart tijd nodig heeft om te herstellen. Daarna is het gelukkig steeds minder geworden.” Sindsdien kreeg hij nog slechts één aanval, tijdens een trainingskamp met zijn nieuwe ploeg Marathonteam A6/KMC. “Dat is inmiddels alweer zes of zeven weken geleden.”
Hoewel hij na de operatie direct weer rustig mocht trainen, bouwde hij zijn trainingen stap voor stap op. “Je moet goed naar je lichaam luisteren en niet meteen voluit willen gaan.” Dat zijn herstel de goede kant op gaat, bleek deze zomer tijdens een fietsvakantie. Met zijn vader, broer Danny en een vriend van de familie beklom Stam de beroemde Colle delle Finestre, een iconische klim uit de Giro d’Italia.
“Mijn broer had een prachtige route uitgezocht. Het is een fantastische klim, maar ook ongelooflijk zwaar. Je rijdt van beneden tot boven gemiddeld tien procent en er zit nauwelijks een stuk tussen waarop je kunt herstellen.” Zonder hartproblemen bereikte hij de top. “Ik heb tijdens de vakantie veel gefietst en eigenlijk is alles probleemloos verlopen. Het vertrouwen in mijn lichaam komt weer terug. Aan het einde van afgelopen winter ging ik bijna iedere training op pad met de gedachte: gebeurt het vandaag weer? Dat gevoel verdwijnt nu langzaam.”
De operatie viel vrijwel samen met zijn overstap van de Okay/ Vreugdenhil-formatie naar Marathonteam A6/ KMC, het Topdivisieteam van Team FrySk. Daardoor miste Stam de eerste vijf weken van de voorbereiding, maar hij kreeg alle ruimte om in zijn eigen tempo terug te keren. “Men is er geweldig mee omgegaan,” aldus Stam, die tijdens het trainingskamp nog een keer door een ritmestoornis werd overvallen.
Stams sportieve ambities zijn ondanks alles onveranderd. Natuurlijk wil hij met zijn nieuwe ploeg wedstrijden winnen, maar zijn grootste doel ligt ergens anders. “Ik wil op natuurijs eindelijk laten zien wat ik in me heb. De afgelopen jaren lukte dat simpelweg niet doordat ik te vaak uitviel. Ik wil vooral aan mezelf bewijzen dat ik ook die wedstrijden kan rijden.”
Naast het schaatsen werkt Stam drie dagen per week als system engineer bij Heijmans. Ook daar kreeg hij alle ruimte om na de operatie rustig terug te keren. “Ik heb echt geluk met mijn werkgever. Ze denken enorm mee, waardoor ik topsport en werk goed kan combineren.”
Terugkijkend is hij vooral trots. “Na de Weissensee zat ik er mentaal echt doorheen. Ik had het gevoel dat mijn eigen lichaam me in de steek liet. Dat ik daarna toch de draad weer heb opgepakt, dankzij de steun van mijn familie, mijn vriendin, teamgenoten en naasten om me heen, daar ben ik ontzettend blij mee en dankbaar voor.” Met een gezond hart en een groeiend vertrouwen kijkt Stam nu weer vooruit. Niet naar wat hij de afgelopen jaren heeft gemist, maar naar wat er nog allemaal mogelijk is.