Het Franse schaatsen zit in de lift, zo bewezen de zes deelnemers aan de afgelopen Winterspelen. Naast drie top-vijfnoteringen in Milaan werden afgelopen seizoen ook meerdere World Cup-medailles behaald en verbrak kopman Timothy Loubineaud zelfs het wereldrecord op de vijf kilometer. De Franse delegatie sprak vervolgens de ambitie uit om in 2030 te gaan voor olympisch eremetaal.
Inmiddels lijkt vrijwel zeker dat ze die droom niet kunnen verwezenlijken op eigen bodem. In tegenstelling tot de Italianen ziet het Franse organisatiecomité geen heil in een tijdelijke schaatsbaan, noch in een nieuwe ijshal. “Een groot stadion als Thialf bouwen was geen optie”, legt Alexis Contin uit, oud-schaatser en sinds deze zomer coach van het Franse team. “Daarom hebben ze verder gekeken naar de beste plek om iets exceptioneels neer te zetten.”
Een tijdelijke ijsbaan zoals in Milaan, waar veel sneller gereden werd dan van tevoren verwacht, bood geen uitkomst. “De organisatie moet rekening houden met de nalatenschap van de Spelen. Een tijdelijke ijsbaan die binnen een paar maanden verdwijnt heeft geen nalatenschap, terwijl het organiseren in Thialf wel tot mooie dingen kan leiden. Zo zijn de bonden overeengekomen dat ze elkaar de komende jaren helpen, waardoor wij in Thialf kunnen trainen en een thuisvoordeel kunnen creëren. We werken met goede faciliteiten en hoeven minder te reizen de komende jaren.
“Nederland is al jaren een katalysator voor het Franse schaatsen”, vervolgt Contin, die in 2024 aan het olympisch organisatiecomité mocht uitleggen wat de sport in Nederland betekent. “We zijn daar allemaal begonnen en zijn gevormd door coaches als Jillert Anema en Jac Orie. Dankzij de Nederlandse teams en faciliteiten hebben wij kunnen presteren. Mocht het Franse schaatsen zich verder ontwikkelen doordat we tot 2030 opnieuw met deze faciliteiten kunnen werken, dan hoop ik dat over vier of acht jaar in Frankrijk wel een permanente ijsbaan gebouwd kan worden. Een die qua grootte lijkt op de Elfstedenhal in Leeuwarden. Geschikt voor trainingen en races, maar niet Spelen-waardig zoals Thialf.”
De schaatsers zelf snappen de voorkeur voor Thialf, al vinden ze het ook jammer dat ze niet voor eigen publiek kunnen strijden om eremetaal. “We hebben altijd de hoop gehouden dat er toch gekozen zou worden voor een tijdelijke baan in Frankrijk, maar ik wist dat die kans kleiner zou zijn dan een procent”, vertelt Valentin Thiebault, onderdeel van de Franse ploegenachtervolging in Milaan. “Dan is Thialf het beste alternatief.”
Niet de voltallige schaatswereld kan zich daarin vinden. Verschillende Nederlandse toppers spraken uit het jammer te vinden dat ze het olympische gevoel mislopen, Peder Kongshaug riep bij de NOS zelfs dat het langebaanschaatsen niet serieus genomen werd. “Natuurlijk begrijp ik dat sommige schaatsers teleurgesteld zijn en misschien zelfs boos”, vertelt Thiebault. “De Spelen draait niet alleen om de races, het is ook een vibe die eromheen hangt. Maar het is niet zo dat de organisatie de sport niet serieus neemt. Het is een politieke beslissing. Ze wil geen geld uitgeven aan een nieuwe baan, dat was al bekend bij het inleveren van het bid. Het gevoel van winnen zal er niet anders door zijn.”
Net als vele Fransen begon Thiebault zijn schaatscarrière in Thialf. “Voor mij voelt die ijsbaan als thuis. Wanneer we aan de start staan, moedigt iedereen ons aan. De mensen daar houden van de sport. Bij de Spelen zal dat gevoel nog sterker zijn, omdat de Nederlanders trots zullen zijn dat het in eigen land plaatsheeft.”
Ook Contin verwacht veel van de sfeer. “Ik had niet het geluk dat ik bij de Elfstedentocht van 1997 aanwezig was, maar ik geloof dat we aan zo’n groots schaatsfeest moeten denken. Het wordt een uitzonderlijke viering van de sport. Een unieke kans voor de Nederlanders om de Spelen te verwelkomen.”
'Heerenveen een mooi Frans stadje'
Germain Deschamps hoopt in 2030 een van de Franse rijders te zijn die deelneemt aan de Winterspelen in Thialf. Maar hoe komt het Franse gevoel in Heerenveen? "Geen idee, misschien de Eiffeltoren in de stad zetten? We kunnen in ieder geval zorgen voor een boulangerie met baguettes en brood. Jullie zijn beter in het schaatsen, maar waar zijn echt beter met brood. En ik hoop dat er tussen alle Oranje-fans op de tribunes genoeg overblijft voor de Franse supporters. Heerenveen kan een mooi Frans stadje worden tijdens de Spelen."