Broer Freek heeft z’n leeftijd (27) mee, vader Rob (63) kan op zijn (fiets)conditie vertrouwen, en waar zal Maartje, de 37-jarige moeder van drie kinderen, over acht maanden iets aan hebben, wanneer ze op het ijs van de Weissensee stapt voor het grote, slopende avontuur van tweehonderd kilometer? Heel simpel: ze weet al een beetje wat er zal komen, na drie eerdere winterse bezoeken aan het Oostenrijkse bergmeer. In de rol van begeleider van sportieve leerlingen van het Tabor Oscar Romeo Collega uit Hoorn die aan de schaatstocht meededen als eindopdracht van hun opleiding, heeft de docent biologie ervaren welke hindernissen er onderweg kunnen opdoemen. Door zelf mee te schaatsen en de jeugdige deelnemers te helpen waar ze kon, maakte ze kennis met het evenement dat gedurende ruim drie decennia door duizenden Nederlanders is ontdekt en omarmd.
Zo is het Maartje ook vergaan. Drie keer gaf ze zich op om als ‘wakend oog’ met een groep kinderen van haar school de tocht te rijden. De eerste keer haalde ze 87,5 kilometer, de edities erna voltooide ze de honderd kilometer. Misschien had ze meer aangekund. “Je bent echter vooral aanwezig ter ondersteuning van de leerlingen die om twee uur ’s middags van het ijs moesten, omdat het rond dat tijdstip meer dan genoeg was voor kinderen van die leeftijd. Het moet immers veilig blijven”, verduidelijkt ze.
“Alle reizen waren prachtige belevenissen. Zo is gaandeweg de liefde ontstaan. Elke keer als ik in social media-berichten de bus vanuit Hoorn zag vertrekken naar Oostenrijk en terugdacht aan de momenten waarop de kinderen op de ijsbaan in Hoorn in training waren voor hun tocht, kreeg ik een blij gevoel. Plus het idee dat ik zelf ook nog eens die kant op zou willen; niet als begeleider, maar zelf de Alternatieve Elfstedentocht schaatsen. Eerst was het zo van als m’n kinderen groot zijn, doe ik dat samen met hen, daarna stelde ik me de vraag waarom ik zou moeten wachten tot de kinderen groot zijn. Uiteindelijk kreeg ik m’n broer Freek en mijn vader Rob zo gek om mee te doen, puur voor de ervaring van zo’n hele dag op het ijs en dan ’s avonds naar het blarenbal in de feesttent. Freek en ik proberen de tweehonderd, m’n vader rijdt honderd. Het lijkt me schitterend: in het donker starten en dan de zon wat later tussen de bergen te zien opkomen”, zegt de Wervershofer enthousiast.
A is gezegd, B wordt de volgende opdracht: goed voorbereiden. Maartjes aanmelding voor de Weissensee leunt nu nog vooral op de geestdrift die de komende expeditie heeft losgemaakt. “Regelmatig schaatsen? Ik? Nee, ik heb me niet ingeschreven omdat ik vaak schaats. Sterker nog, ik schaats helemaal niet, maar daar had ik de afgelopen jaren ook geen tijd voor, door de komst van drie kinderen. Er lag op dat vlak even geen prioriteit om aan mijn conditie te werken, of veel te sporten. Dat doe ik nu op een rustige manier, door te wandelen en straks mijn racefiets er weer bij te pakken. Het is ook lekker langzamerhand wat meer aan mezelf te werken, en op de baan in Hoorn te gaan oefenen als die in het najaar opengaat. Is voor die tweehonderd kilometer ook nodig hoor. Ik wandel momenteel geregeld een rondje van vijf kilometer, om ons dorp heen. Haha, dat is natuurlijk niets als je aan die afstand op de Weissensee denkt!”
Hoe de voorbereidingen er verder uitzien, is nog een vraag. Maartje, ontspannen: “Er is gelukkig genoeg tijd. We zullen binnenkort vast met z’n drieën even samenzitten om wat te plannen. Er is in elk geval al een huisje geboekt op zo’n vier kilometer van het parcours. Hebben we daar tenminste geen zorgen over.”
Ook meedoen aan het jaarlijks spektakel van de toertochten op de Weissensee? Klik hiervoor meer info