Terwijl in Nederland de klok maandagmiddag drie uur slaat, is het in Vancouver zeven uur ’s ochtends. Jens van ’t Wout is net door de security heen op het vliegveld, want TeamNL reist alweer door naar Montréal voor de tweede World Tour van dit seizoen. Zijn vier gouden medailles heeft hij opgeborgen in zijn handbagage.
Wat een bizar weekend is dit geweest.
“Ja, hier had ik niet op gerekend. Ik had helemaal niks verwacht vooraf. Ik hoopte constant in de A-finales te komen, omdat ik een gooi wil doen naar de Crystal Globe (prijs voor beste shorttracker van World Tour, red.). Dat was het enige doel, en ik wilde een beetje kijken waar ik stond.”
Was jij dan zo sterk of viel de concurrentie ook iets tegen (meerdere rijders ontbraken, red.)?
“Voor mij viel het dit weekend de goede kant op, maar volgende week wordt het lastig om dit te evenaren. Verschillende rijders maakten een goede indruk op mij. Zo waren de Koreanen heel goed. Met tactische ritten kon ik ze nu achter me houden.”
Vooral debutant Seochan Bae viel mij op.
“Ja, die was heel goed. Ik had nog nooit tegen hem gereden, waardoor het voor mij ook een beetje kijken was wat hij zou doen. Het is leuk om met nieuwe tegenstanders te battelen. Als je het ijs op stapt, heb je geen idee wat ze kunnen.”
In de kwartfinale van de 1000 meter finishte jij als eerste. Er werd een winnende tijd van 1.21,63 gegeven, goed voor een Nederlands record. Klopte dat?
“Nee, die tijd is nooit officieel geworden. De blokken in de bocht lagen aan allebei de kanten aan de binnenkant (waardoor een rondje korter dan 111 meter was, red.). Wij hadden dat tijdens de race al door, omdat we steeds heel snel bij de bochten kwamen. Daardoor was het ook een zware rit.”
Een triple, alle drie de individuele afstanden winnen in een wereldbekerweekend, is best zeldzaam. William Dandjinou lukte het vorig jaar en Viktor Ahn in 2004.
“Ja en Suus heeft het gedaan (Suzanne Schulting in 2021, red.). William won vorig jaar zelfs alle vijf de onderdelen. Dat is nog een stapje erbij. Als ik de relay niet had verpest, dan had het dit weekend misschien al gekund.”
Dat gevoel van die relay, waarin je vrijdag viel, blijft overheersen?
“Ja, natuurlijk. Het was een domme fout. Je verpest het niet alleen voor jezelf, ook voor anderen. We hebben twee jonkies erbij (Niels Kingma en Jesper Schmitz, red.). Je wilt hun ook die ervaring geven met wedstrijden op hoog niveau. De relay is echt het leukste onderdeel voor een jonkie. Zonde dat ze dan niet konden rijden.”
Gelukkig krijgen jullie snel een herkansing.
"Over een paar dagen mogen we alweer aan de bak. Als ik van de jongens dan nog mee mag doen aan de relay. Ze winnen vaker zonder mij dan met”, zegt Van ’t Wout met een knipoog. “We gaan het zien. Anders heb ik lekker rust. Want die lange dagen zijn wel wennen.”
Dit was je eerste keer in Vancouver. Hoe vond je de stad?
“Heel gaaf. Ik schrok wel een beetje van alle drugsgebruikers in de stad, de fentanylzombies. Eén straat waar we elke dag doorheen reden met de bus zat vol gebruikers. Bizar hoe het daar aan toe gaat. Verder vond ik het een mooie stad. Er is veel te doen. In Montréal is dat een stuk minder in het deel waar wij verblijven. Bovendien kan daar het hotelraam niet eens open.”
Een mooi vooruitzicht voor Van ‘t Wout, want maandag landt TeamNL al in Montréal om zich voor te bereiden op de races van vrijdag. Zodra het programma definitief is, komt het op de kalenderpagina. Omdat het tijdverschil met Montréal kleiner is, zullen de wedstrijden voor de Nederlandse shorttrackfans niet meer midden in de nacht verreden worden.