Marathonschaatsen is een oer-Hollandse sport. Bij gebrek aan internationale competitie genieten zelfs de toprijders geen grote bekendheid. Maar zodra het hard vriest en er geschaatst kan worden op natuurijs, rukken media-teams massaal uit naar Haaksbergen, Winterswijk, Veluwemeer of waar het spektakel ook mag plaatsvinden.

“Natuurijs zit in onze genen. Ik ben niet de enige gek”, zegt Teun Breedijk bij een bak koffie met verse appelflap, thuis in Woudenberg. “Als we een NK op natuurijs uitriepen, kregen we van alle kanten medewerking. Gemeenten waren enthousiast, vaak schoof de burgemeester zelf aan voor het overleg, die vond het geweldig.” Het is nu ondenkbaar, maar Breedijk mocht zelfs vijf winters achter elkaar een NK op Nederlands natuurijs organiseren. Maar daarover straks meer.

We beginnen dit verhaal in Holysloot, waar Teun in 1948 wordt geboren, als kind van een boerengezin. “Ik zal een jaar of vier zijn geweest, toen ik met botjes onder mijn laarzen op een slootje werd gezet. Krabbelen maar! Toen ik naar de lagere school ging, kon ik schaatsen. In de winter van 1963 ben ik, op houten Noren met leren riempjes, met mijn broer over het IJsselmeer van Schellingwoude naar Hoorn geschaatst. Dat was me een winter...”

Rond zijn twintigste krijgt het schaatser serieuzer vorm. Met makkers van de ijsclub Nooitgedagt 66 gaat Breedijk trainen op de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Op zaterdagochtenden rijden ze daar hun eerste marathons. “Dat moest een beetje stiekem, want de directie vond het niks. Met zo’n grote groep reden we het ijs kapot.”

De kiem voor een grote liefde is gelegd. Als in de jaren '70 en '80 in het hele land kunstijsbanen worden aangelegd, komt ook de marathon in opkomst. Boerenzoon Breedijk schaatst wekelijks mee, maar strijdt nooit om de prijzen. “Ik was pelotonvulling. Ik kon wel goed afzien, dus reed ze wel altijd uit, maar ik was geen ster. Het hoogste wat ik heb bereikt, was een derde plek bij een gewestelijk kampioenschap. Op natuurijs kon ik wat beter uit de voeten.”

De mooiste wedstrijd die je als marathonschaatser kunt rijden, is de Elfstedentocht.  Breedijk heeft het geluk dat hij hem drie keer mag rijden. Nooit in de kopgroep, maar wel als onderdeel van het peloton, zelfs nog bij de laatste editie in 1997. „Dat jaar werd ik 50, maar ik was nog fit genoeg en wilde gewoon rijden. Ik was als eerste in de kooi, waar daags tevoren nog een veemarkt was. Ze hadden net de stront eruit gespoten. Het ging goed die dag, ik was heel gefocust en finishte als 97ste in ’97. Mooi toch?”

Teun Breedijk - Elfstedentocht 1997
Teun Breedijk (midden) in de Elfstedentocht van 1997, op weg naar de 97ste plaats. | Foto: Eigen foto

Vanuit Holysloot is Breedijk via een omweg in het Friese Kollum beland, waar hij dan een melkveehouderij runt. Hij is als vrijwilliger actief in het sectiebestuur marathon van de KNSB. In 2004 polst de schaatsbond hem voor de functie van competitieleider/ marathoncoördinator. “Mijn dochter had wel ambitie om de boerderij te runnen. Ik zeg tegen haar: Als jij nu boer wordt, ga ik bij de KNSB werken. En zo is het gegaan. Ik was de eerste beroepskracht in het marathonschaatsen, het werd een fantastische tijd.”

Breedijk krijgt als pionier veel ruimte en vrijheid om nieuwe zaken op te zetten, altijd in samenwerking met de vele vrijwilligers, verspreid over het land. Als de KNSB een deal sluit met SBS, mag Breedijk meebouwen aan een nieuwe tv-aanpak. De commerciële omroep gaat het marathonschaatsen live uitzenden. “Dat gebeurde zaterdags op prime time, vanaf zes uur ‘s avonds. Prachtig!”

Aan het avontuur komt snel een eind. Het peloton is niet echt gelukkig met het wedstrijdformat, dat is aangepast om de sport tv-genieker te maken. Als de kijkcijfers tegenvallen, verkassen de uitzendingen als samenvatting naar de zondagochtend. Na drie winters valt het doek. “Jammer hoor. Het was een mooie kans voor het marathonschaatsen, maar het circuit zelf stond er niet echt achter.”

Teun Breedijk (rechts) meet de dikte van het ijs in Noordlaren, waar in 2013 de eerste marathon op natuurijs zal worden verreden.

Breedijk groeit bij de KNSB uit tot een spin in het web van het marathonschaatsen. Als Mister Marathon beleeft hij zijn mooiste momenten in tijden van strenge vorst. Zodra de temperatuur onder het vriespunt duikt, krijgt half Nederland schaatskoorts. Welke ijsclub mag de eerste marathon op natuurijs organiseren? Die strijd blijkt een magneet voor de media. Zodra Breedijk met zijn accuboormachine en rolmaat op pad gaat om ijsdiktes te meten, krijgt hij een batterij camerateams achter zich aan.

De competitieleider geniet van dat spektakel, omdat het pure promotie voor het marathonschaatsen is. Aan een ijslaag van drie centimeter heeft hij voldoende om de eerste wedstrijd uit te roepen. Als het moet, beslist hij ‘s ochtends in alle vroegte dat diezelfde avond nog de wedstrijd volgt. “Als het ijs er ligt, moet je een beslissing durven nemen. Wacht je te lang en treedt de dooi in, dan ben je alweer te laat.”

Hij krijgt volop medewerking, zowel van de betrokken ijsclubs en hun vrijwilligers als van de KNSB-collega's op het bondsbureau. “Geweldig. Bij natuurijs sprong iedereen bij. Ik riep een keer een wedstrijd uit in Noordlaren en belde collega Helma van Drie om dit bekend te maken. Het was zes uur ‘s ochtends. Zij was op vakantie in Barcelona, maar kwam toch in actie. Een kwartier later stond het al op Teletekst.”

Sjoerd Huisman komt winnend over de finish bij het NK op de Oostvaardersplassen. | Foto: Neeke Smit

Als in 2009 weer een NK op Nederlands natuurijs kan worden gehouden, is dat ruim twaalf jaar na de vorige editie. Schaatsminnend Nederland hunkert naar zo’n wedstrijd. Breedijk vindt in Staatsbosbeheer en de gemeente Lelystad twee partners die dolgraag meewerken. Het wordt een geweldige dag, al begint die met dichte mist. Sjoerd Huisman beleeft als kampioen het sportieve hoogtepunt uit zijn te korte leven en de media doen uitgebreid verslag van het spektakel.

“Het was een gekkenhuis, maar het lukte allemaal, ook al waren er bijna geen voorzieningen. Een loods voor werktuigen gebruikten we als kleedkamer, de NOS nam zijn intrek in het kleine bezoekerscentrum. Het publiek hielden we op een afstand, op de dijk. Het toeval wilde dat die week net een EK was in Thialf, waar volop pers aanwezig was. Al die journalisten uit binnen- en buitenland – ik denk dat er wel 150 waren – kwamen naar de Oostvaardersplassen. Ze kregen een container als werkruimte, maar ze hadden geen wifi, niks. Toch heb ik niemand horen klagen. Dat zou nu niet meer zo kunnen.”

In 2013, kort voor het bereiken van zijn AOW-leeftijd, stopt Breedijk bij de KNSB. „Ik had nooit gedacht dat ik met pensioen zou gaan. Ik was 65 en voelde me nog zo fit als wat.” Hij is gepolst door de grote baas van AB Vakwerk, die een eigen marathonteam wil opzetten. Breedijk heeft er wel oren naar, hakt binnen een dag de knoop door, en gaat die zomer nog als teammanager aan de slag.

De groene brigade begint met een bescheiden budget. Spoedig groeit de ambitie, komt er meer geld beschikbaar, en trekt het team grote rijders aan als Gary Hekman, Crispijn Ariëns, de broers Evert en Bart Hoolwerf en coach Roy Boeve. Als de sponsor stopt, weet Breedijk de ploeg onder te brengen bij het grote Reggeborgh.

Hijzelf is de regelaar: van teamkleding tot en met trainingskampen. Hij ondersteunt zijn jongens bij tegenslag en viert het mee als ze successen boeken. De prijzenkast van de formatie is intussen ruimschoots gevuld. “We hebben alles gewonnen wat te winnen valt.” De mooiste zeges? “Voor mij zijn dat die op natuurijs: Frankie Vreugdenhil die twee keer de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee pakte, en natuurlijk Gary, die onder meer het ONK en de eerste marathon in Burgum won. Aan het eind van zijn loopbaan werd hij ook nog Nederlands kampioen op kunstijs.”

Breedijk leest voor uit eigen werk: zijn boek De Natuurijsmeester. | Foto: Vincent Riemersma

Schaatsen loopt als een rode draad door zijn leven. In die draad vormt natuurijs een onmisbare vezel. Breedijk schrijft er in 2023, samen met journalist Johan Boef, zelfs een boek over: De Natuurijsmeester. Dat boek staat vol met anekdotes, ter vermaak, maar is vooral bedoeld om de kennis over natuurijs niet verloren te laten gaan. Hij geeft namens de KNSB ook nog cursussen voor natuurijsmeesters-in-spe. “Dat blijf ik nog wel even doen.”

De aanleiding voor dit verhaal is dat Breedijk in maart afscheid nam bij Team Reggeborgh. De reden? “Als je ouder wordt, groeit ook de afstand met de jongens en je wilt niet dat ze straks vragen of je alsjeblieft stopt.” Hij zegt het nuchter, zoals past bij een boerenzoon uit Nood-Holland. Vorig najaar nam hij ook afscheid als voorzitter van de Schaatsvereniging Woudenberg, de club waarvan hij ook trainer was. “Ze hebben me erelid gemaakt, dat is toch leuk."

Zelf schaatsen doet hij lal ang niet meer, die Elfstedentocht van 1997 was sowieso zijn laatste wedstrijd op het ijs. Fietsen gebeurt nog wel, op de racefiets uiteraard. “Ik heb gisteren nog een rondje van veertig kilometer gedaan.” Twee valpartijen leverden hem de laatste jaren even serieus letsel op. “Maar ik ben weer helemaal hersteld.”

Als schaatspensionado, want zo mogen we hem nu echt noemen, zal hij niet stilzitten. Breedijk, doet het huishouden voor hemzelf en zijn vrouw Betsie. Hij is bezig om, samen met Henk Boom een boek te maken over de SV Woudenberg, die bijna veertig jaar bestaat. En bij tijd en wijle voorziet hij de schaatsfamilie van Reggeborgh van een column. Daarvoor koppelt hij ervaringen uit zijn rijke schaatsleven aan de actualiteit. “Ik heb een fantastische tijd gehad en het is mooi geweest. Maar dat vind ik nog leuk om te doen.”