Helaas vielen de eerste weken voor Merijn Scheperkamp bij zijn nieuwe ploeg tegen. Door een buiteling op de fiets raakte hij half april geblesseerd aan zijn heup. “Ik ben met skeeleren heel vaak gevallen, maar zoiets had ik nog nooit meegemaakt. De verbindingen tussen mijn huid en mijn spier waren losgeraakt, waardoor er simpel gezegd een grote blaar met veel vocht onder mijn huid ontstond. In eerste instantie had ik er weinig last van en ben ik doorgegaan met trainen, maar hij werd zo groot dat ik niet meer in de squat-houding kon zitten.”

Hoewel hij net was begonnen aan zijn voorbereidingen op de winter, kreeg Scheperkamp gedwongen twee weken vrijaf. Vervolgens moest hij rustig opbouwen. Inmiddels is het vocht verdwenen en wijzen echo’s uit dat de verbindingen langzaam herstellen. Hij had zich de eerste weken bij zijn nieuwe ploeg anders voorgesteld. “Ik begon aan een nieuw hoofdstuk, met frisse energie nadat ik de afgelopen jaren een paar enorme teleurstellingen heb moeten verwerkt. Dan voelt het alsof het weer even niet mijn kant op valt. Ik wilde juist een stap zetten, maar werd tegengehouden.”

Merijn Scheperkamp
Inmiddels mag Scheperkamp zich weer voorzichtig wagen aan de trainingen op skeelers. | Foto: Reggeborgh

Terug in de tijd. Op negentienjarige leeftijd kreeg Merijn Scheperkamp een contract aangeboden bij Jumbo-Visma (inmiddels Essent). Een jaar later debuteerde hij in de World Cups, maar zijn echte doorbraak kwam eind 2021. Op het Olympisch Kwalificatietoernooi verraste hij iedereen door in de tweede run 34,45 te klokken. Hij mocht debuteren op de Spelen en werd Europees kampioen 500 meter, maar daarna begon de machine te haperen.

“In de vakantieperiode heb ik best veel teruggeblikt op de afgelopen jaren”, vertelt Scheperkamp. “Ik was de coming man, werd gezien als het boegbeeld van het Nederlandse sprinten. Dat was best een titel om waar te maken. Het jaar erop heb ik nog stappen gezet, maar de laatste drie seizoenen lukte dat niet. Tot het Olympisch Kwalificatietoernooi afgelopen seizoen hield ik honderd procent geloof in Jac (Orie, red.) en heb ik er alles aan gedaan om door te stoten tot wereldtopper, maar helaas miste ik de Spelen. Vervolgens begon ik na te denken. Ik had al zolang geen persoonlijk record gereden en haalde op het nippertje de World Cups. Niet eens op eigen kracht, maar door de afmelding van Tim Prins mocht ik de 500 meter schaatsen.”

Merijn Scheperkamp OKT 2021
De grote beloftes kon de hier 21-jarige Scheperkamp niet inlossen. | Foto: Soenar Chamid

De sprinter wilde meer dan ronddolen in de b-groep. Vele gesprekken met mensen uit zijn omgeving en de schaatswereld volgden, evenals enkele slapeloze nachten. Eind februari kwam het nieuws naar buiten dat hij zich ging aansluiten bij de succesvolste ploeg van Nederland. “Het leek alsof Reggeborgh al genoeg sprinters had, maar het team miste nog wat body in de 500, 1000 meter-groep. Bij Essent liep ik er juist tegenaan dat er vooral gefocust werd op die 1500 meter.”

Na jarenlang te hebben gereden met Joep Wennemars en Tijmen Snel, werkt Scheperkamp nu zijn trainingen af met Jenning de Boo, Stefan Westenbroek en Tim Prins. “Ik moest wel mijn plek vinden. Bij Essent kende ik iedereen heel goed, hier moest ik op kamp uitleggen met wie ik woon. Mede door mijn prestaties uit het verleden voelde ik wel het respect van de groep”, vertelt Scheperkamp.

Merijn Scheperkamp
Links de beste Nederlandse sprinter van dit moment, Jenning de Boo, rechts de revelatie van 2021. | Foto: Reggeborgh

De eerste weken was het ook tijdens de trainingen zoeken. “Sommige oefeningen had ik nog nooit gedaan. Het kost tijd om die erin te slijpen en dat is heel confronterend. Je voelt je een broekie omdat je het niet kunt. Al ben ik ook blij dat ik groeimogelijkheden heb, ik zie het weer als een kans om een betere schaatser te worden.” Waar Scheperkamp onder Orie veel aan zijn fitheid en testwaarden werkte, kijkt Gerard van Velde meer naar de schaatsbeweging. “Het ene is niet goed of fout; allebei hebben ze hun eigen filosofie. Het is verfrissend om de inzichten van Gerard en Dennis (Van der Gun, red.) te horen. Zij hebben me jarenlang bijna dagelijks zien schaatsen. Als concurrent gaven ze me natuurlijk geen aanwijzingen, maar nu krijg ik veel tips en informatie mee.”

Andere teamgenoten en coaches, nieuwe trainingsmethoden. Toch had de 26-jarige schaatser geen moeite om zich over te geven aan de nieuwe filosofie. “Voor mijn gevoel kon ik niet verder zakken dan dit. De laatste jaren vielen me tegen. Daarom was ik heel excited om aan een nieuw avontuur te beginnen.”

Merijn Scheperkamp
Scheperkamp (op kop) vindt zijn weg in de groen-zwarte trein. | Foto: Reggeborgh

Mede door zijn heupblessure schreeuwt Scheperkamp zijn verwachtingen voor komend seizoen nog niet van de daken. “Ik denk niet dat ik dit meteen een 33’er ga rijden. Dat zou hartstikke mooi zijn, maar ik kom van de 34,4. Eerst moet ik daar een paar keer onder duiken voordat ik in de buurt kom van de 33. Ik wil eerst persoonlijke records rijden. Mezelf eindelijk verbeteren, dat is het doel. De volgende stap is het halen van de wereldtop, maar daarvoor moet alles goed vallen. Maar ik sta nog steeds elke dag op met het doel om wereldkampioen te worden. Ik ben ook pas 26, hopelijk in de bloei van mijn leven. Ik kan niet wachten tot we weer gaan schaatsen…”