Tijdens zijn laatste bezoek aan de Max Aicher Arena in Inzell maakte Beau Snellink een stukje schaatsgeschiedenis mee. Op 24 januari dook de Noor Sander Eitrem voor het eerst onder de zes minuten op een vijf kilometer. Na allemaal rondjes onder de 29 seconden zette hij een tijd van 5.58,52 op de klokken. “Ik was aardig jaloers toen ik dat zag”, blikt Snellink terug. “Een wereldrecord rijden is absoluut een droom van mij. Het zou heel gaaf zijn dat te kunnen verwezenlijken. Die rit heeft me enorm gemotiveerd.”

De wereldrecordrace vormde een groot contrast met Snellinks eigen vorm. Terwijl Eitrem iedereen op de banken kreeg, had de Nederlander een uur of vijf daarvoor in de B-groep 6.17 gereden. Een van zijn mindere optredens van het seizoen, maar wel typerend voor de teleurstellingen die zich opstapelden. Leefde hij in het pre-olympisch seizoen in de rondjes van 29 seconden op de vijf kilometer - ‘je kon me ’s nachts wakker maken en dan reed ik 29 laag’ - afgelopen winter moest hij hard werken voor dezelfde rondetijden. De dertig procent die hij dacht gewonnen te hebben in de zomer ten opzichte van een jaar ervoor, was verdwenen op het ijs. Al bij de eerste krachtmeting liep het niet en tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi moest hij genoegen nemen met slechts een vijfde plek op zijn geliefde vijf kilometer.

Beau Snellink OKT
Net na de vijf kilometer van het OKT, gedesillusioneerd luistert Snellink naar zijn coach. | Foto: Orange Pictures

Met zijn coach Jac Orie heeft hij uitgebreid gesproken over de fouten die gemaakt zijn op weg naar het OKT. Desondanks vertrouwt Snellink nog steeds ‘honderdduizend procent’ op zijn leermeester die een aandeel had in zijn WK-zilver van 2025 op de vijf kilometer. De 25-jarige schaatser wil niet te veel kwijt over de oorzaken van het dramatische seizoen, maar woorden als ‘te veel’, ‘te gretig’ en ‘geforceerd’ passeren de revue.

Flinke fout om mij thuis te laten’

Zijn vijfde plek op het OKT was niet voldoende voor een ticket naar Milaan. Voor de ploegenachtervolging kreeg vervolgens niet hij, maar Marcel Bosker (nummer drie van de vijf kilometer) een aanwijsplek. “Iedereen heeft kunnen zien dat ik afgelopen seizoen een flinke bijdrage heb geleverd aan de ploegenachtervolging. Überhaupt om de olympische tickets binnen te slepen. Als je kijkt naar de analyses van de ploegenachtervolging die de KNSB maakt, stond ik dik in het groen, in tegenstelling tot andere rijders. Ik vind het bijzonder hoe er vervolgens gehandeld is. Het was een flinke fout om mij thuis te laten. De KNSB had moeten kiezen voor de rijder die het best in het team past, want we hebben weinig gehad aan de derde man op de vijf kilometer (Bosker werd elfde, red.). Al ben ik ook de eerste om toe te geven dat ik zelf niet goed genoeg was.”

Bosker reed in Milaan alleen de voorronde van de ploegenachtervolging en werd gepasseerd voor de halve finale en de strijd om brons. “Het is doodzonde dat er geen medaille gewonnen is. Voor mij was het een heel belangrijk doel. Met twee wereldtitels op zak wilde ik opnieuw laten zien hoe goed ik in het onderdeel ben. Tijdens de World Cups reden we heel sterk. Enorm jammer dat ik het vervolgens niet mocht laten zien in Milaan.”

“Al denk ik uiteindelijk dat de beste oplossing was geweest om niemand in te schuiven en Tim Prins te laten rijden (die op de negende plek in de matrix stond, red.). Nu heb je een van de beste rijders van de team pursuit thuisgelaten én een heel goede jongen op de 1500 meter. Ook ontzettend balen voor Tim, hij is mentaal door een dal gegaan.”

In maart stapte Snellink met zijn vriendin Angel Daleman op het vliegtuig naar Bonaire om alle teleurstellingen ‘los te laten’. Ook ging hij in zijn lange vakantieperiode met vrienden op wintersport en bracht hij een bezoek aan Rotterdam Ahoy, om darter Michael van Gerwen aan te moedigen. Snellink genoot ervan om zijn held, inclusief de indrukwekkende darts-entourage, te zien. Sinds anderhalf jaar waagt hij zich met Remco Stam aan het gooien van pijltjes en gaat het dartbord bijna elk trainingskamp mee, op jacht naar die one hundred and eighties.

Beau Snellink Inzell
Daleman (m) en Snelink met een onderonsje in Inzell. Samen ontsnapten ze in maart aan de schaatsbubbel. | Foto: Neeke Smit

De twee maanden zonder trainingsschema’s hielpen Snellink om de teleurstellingen te verwerken en zich vol energie te storten op een nieuwe olympische cyclus. Toch voelde hij zenuwen toen hij vorige week in Inzell voor de eerste keer weer het ijs betrad. “Als schaatser is het aan het begin van het seizoen altijd spannend of je de technische verbeteringen waar je op skeelers aan gewerkt hebt gelijk kunt toepassen met schaatsen.”

De hernieuwde kennismaking met het ijs was positief. “Ik heb weer ontspanning in mijn slag. Technisch gezien is het een stuk beter dan vorig jaar.” Snellink loopt lachend rond in Inzell, geniet van het zonnetje op zijn gezicht tijdens het fietsen en focust zich op het volle trainingsprogramma. Tussendoor heeft hij met zijn ploeggenoten de tijd gevonden om een sportief steekje onder water uit te delen aan de concurrenten van Reggeborgh. Waren Jasper Krommenhoek, Prins en kornuiten blij dat ze na een jaar Thijs Wiersma (winnaar van de juniorenvariant van Parijs-Roubaix) uit de boeken reden op een klimmetje in de buurt van Inzell, Stam zette twee dagen later een nieuw record neer.

“De rijders van Reggeborgh proberen al een aantal jaar om de snelste tijd hier neer te zetten. Zij hadden een filmpje gepost dat het gelukt was, wat ons motiveerde om het ook te proberen.” Chris Huizinga, Freek van der Ham, Kars Jansman en Snellink waren de meesterknechten van Stam die het karwei klaarde. “We hadden er veel schik van.”

Strava Remco Stam
Voor de liefhebbers: alle cijfers op een rijtje van de beklimming. | Foto: Strava Remco Stam

Uit de ontspanning in zijn stem is op te maken dat de 25-jarige schaatser de zorgen van vorig seizoen kwijt is. Hij voelt dat hij op weg is naar de tijden van twee seizoenen geleden. Mocht hij die halen, dan nestelt hij zich weer in de Nederlandse top en kan hij zich kwalificeren voor de internationale titeltoernooien. Maar zijn ambities reiken verder, dromend over een wereldrecord…