Ze hadden stiekem gehoopt deze week de oversteek te maken naar Japan, maar Johan de Wit en Dennis van der Gun zullen nog minimaal een week in Nederland moeten verblijven. Vanwege de huidige situatie omtrent het coronavirus laat de Japanse overheid nog altijd nauwelijks mensen van buitenaf toe, waardoor de coaches genoodzaakt zijn hun werk vanuit huis te doen. "Het is nu even niet anders."

Het zijn rare tijden, beseffen De Wit en Van der Gun, respectievelijk bondscoach en sprintcoach. In normale omstandigheden waren ze op 10 mei al naar Japan vertrokken, maar door de uitbraak van het coronavirus zitten ze allebei 'gewoon' thuis met hun gezin in Alkmaar en Groningen. Hoewel de Japanse bond er alles aan doet om de Nederlandse coaches zo snel mogelijk naar Japan te laten komen, blijft de overheid van het land terughoudend. "Het is niet dat het aantal besmettingsgevallen schrikbarend hoog is, maar vanwege de Olympische Spelen van volgend jaar (in Tokio, red.) willen ze zo min mogelijk risico nemen", aldus Van der Gun.

De situatie is sowieso niet te vergelijken met die in Nederland, menen ze. Alleen in de hoofdstad Tokio wonen er bijvoorbeeld al meer dan 34 miljoen mensen, terwijl er in heel Nederland 17 miljoen mensen woonachtig zijn. "Japan is een enorm groot land. Vooral in Tokio zie je veel golven, maar als er een golfje komt, is die ook vrij snel weer weg", beweert Van der Gun, die zijn vermoedens heeft waardoor dat komt. "Als er restricties zijn, houdt de hele bevolking daar goed rekening mee. Iedereen is voorzichtig en dat is ook de reden waarom de overheid zo min mogelijk mensen toelaat."

Familie
Op woensdag 22 juli leken De Wit en Van der Gun alsnog naar Japan te kunnen vliegen, maar een dag voor vertrek werd duidelijk dat de trip toch weer uitgesteld werd. "We hebben onlangs te horen gekregen dat we 30 juli definitief vertrekken", vertelt De Wit. De twee coaches hebben inmiddels een speciaal inreisvisum gekregen waarmee ze als één van de weinige 'buitenlanders' het land mogen binnenkomen. Dit zogenaamde noodvisum was in eerste instantie alleen bedoeld voor buitenlandse coaches die zich met de olympische ploeg moeten voorbereiden op de Zomerspelen, maar de Japanse schaatsbond wist er ook één voor de Nederlanders te regelen.

"Het schaatsen wordt terecht gezien als een kansrijke sport voor de Olympische Winterspelen en dat betekent dat Dennis en ik de enige twee wintercoaches zijn die zo'n visum krijgen." De twee vrienden moeten bij aankomst in Tokio echter wel veertien dagen in quarantaine. "Daar kijken we niet naar uit", erkent De Wit. "Maar het vervelendste van alles is dat we onze vrouwen en kinderen een tijd niet zullen zien. Zij mogen namelijk niet mee en het is heel onzeker wanneer we ze weer gaan zien."

Ook Van der Gun kan zich niet voorstellen dat hij misschien wel maanden zonder zijn vrouw en kinderen moet leven. "De afgelopen twee jaar is het natuurlijk wel vaker gebeurd dat je je familie voor een langere tijd niet ziet, maar dan weet je dat je elkaar na zes, zeven weken weer treft. Nu hebben we geen idee hoelang het gaat duren, sterker nog, dat weet niemand. Nee, zoiets hebben we nog nooit eerder meegemaakt." De succesvolle coaches hebben wel alvast toezegging gekregen dat ze terug naar Nederland kunnen als die wens er op een gegeven moment is.

Laptop
Hoe vervelend het vooruitzicht zonder familie ook is, De Wit en Van der Gun kunnen niet wachten om terug naar Japan te gaan en de atleten weer 'in real life' te begeleiden. Hoewel ze de afgelopen weken hun collega's (lees: atleten, staf en bondsleden) via verschillende Zoomsessies hebben gesproken, is het werken op locatie toch echt heel wat anders dan het werken achter een laptop duizenden kilometers verderop. "Je kunt wel van alles gaan bedenken achter een laptop, maar je ziet pas echt wat er gebeurt als je live aanwezig bent", aldus Van der Gun. "Het is veel te leuk om er zelf bij te zijn. Ja, ik moet eerlijk zeggen dat ik de interactie met de jongens en meiden wel mis."

"Sport is emotie en emotie heb je niet echt als je naar een scherm zit te kijken", voegt De Wit daaraan toe. Volgens de Alkmaarder, die sinds zijn komst in 2015 het Japanse schaatsen uit een diep dal heeft gehaald, gaat het om drie tot vier sessies per week, waarvan de meesten rond de twee uur duren. De sessies met de bond kunnen volgens hem wel vier uur duren. "Alle continenten zijn zo'n beetje vertegenwoordigd, waardoor er ook tolken bij aanwezig moeten zijn", zegt De Wit, die zich altijd het meest verheugd op de sessies met de 23 sporters en de stafleden. "Ja, eigenlijk is het helemaal niks, want je zit naar 40 cameraatjes te kijken, maar het is leuk dat je ze dan eindelijk allemaal weer eens kan zien."

De coaches wonen allebei met het gezin in een appartementje in Obihiro en hebben het daar altijd uitstekend naar hun zin. De Wit, die vier maanden geleden vader werd van zijn tweede zoontje, merkt op dat de leefstijl in Japan niet te vergelijken is met die in Nederland. "Ik vind het oprecht fijn om daar te zijn, bovendien is het eten er ook niet zo duur", zegt hij lachend. Van der Gun is het met zijn kompaan eens. "Het leven in Japan is veel relaxter en daarnaast kunnen we vanuit ons appartement zo met de fiets naar de ijsbaan toe. Ik zou het heel leuk vinden om iedereen weer te zien."

Excuus
Ondanks hun afwezigheid hoeven de schaatsers niet te klagen dat ze te weinig aandacht krijgen. Met Tucker Fredricks en Toshihiko Itokawa zijn er namelijk 'twee hele goede trainers' aanwezig die precies weten hoe het werkt en alles met de Nederlanders bespreken. Hoewel De Wit nog steeds alle programma's maakt, geeft hij zijn collega-coaches voor de rest de volledige vrijheid. "We hebben afgesproken dat de hoofdcoach ter plekke, Itokawa, met de rijders bespreekt of het te veel of te weinig is. Dat vergt misschien wat meer werk voor hen, maar het is even niet anders."

De sporters kunnen zich op geen enkele wijze verstoppen, verzekeren ze. Met behulp van allerlei data (die ze krijgen van inspanningsfysioloog Jeroen Rietvelt) kunnen ze vanuit Nederland precies zien hoe iemand getraind heeft en met welk vermogen. Het zorgt ervoor dat De Wit en Van der Gun op basis van deze gegevens het gesprek met de atleten kunnen aangaan. "Als we zien dat iemand vergeleken met vorig jaar een lager vermogen heeft, vragen we hem of haar wat er aan de hand is. Met krachttraining geldt dat net zo. Op die manier kunnen we op afstand heel snel bijspringen."

Hun fysieke afwezigheid mag volgens de Nederlanders dan ook geen enkele reden zijn dat de Japanners de komende winter niet goed uit de verf komen. Met de Olympische Spelen van 2022 in aantocht wordt komend seizoen een heel belangrijk jaar. Van der Gun: "Natuurlijk zijn wij verantwoordelijk voor hun prestaties, maar zij zijn óók verantwoordelijk voor hun eigen carrière. Op dit moment hebben ze alle mogelijkheden om goed te trainen, dus dat mag gewoon geen excuus zijn."

De Wit vult aan: "We pakken het heel serieus aan. De communicatie richting de rijders is duidelijk: ze weten precies wat er van ze verwacht wordt en hebben zelf doelen opgesteld. Ik kan me niet voorstellen dat het deze winter niet goed gaat." Dan begint Van der Gun ineens te lachen: "Misschien gaat het zelfs wel beter op deze manier. Als dat zo is, blijven we volgend jaar ook gewoon tot juli thuis, haha!"

Door Rijcko Treep