In Nederland reikte hij niet tot de laatste drie namen voor Coach van het Jaar, in Japan is zijn ster inmiddels rijzende. Johan de Wit, bondscoach van Japan, krijgt volgende maand één van de grootste coachawards van het land uitgereikt. Een prijs die te vergelijken is met Coach van het Jaar in Nederland, maar dan in een land met 127 miljoen mensen. "Dat is wel heel gaaf ja."

Het is de ultieme beloning voor De Wit, die sinds zijn komst het schaatsen in Japan flink uit het slop heeft gehaald. Na de hoogtijdagen van Hiroyasu Shimizu (van 1993 tot 2005) kenden de Japanners een aantal magere jaren. Op vier opeenvolgende Olympische Winterspelen wonnen de Japanse langebaanschaatsers geen enkele gouden medaille. In Zuid-Korea kwam daar afgelopen februari eindelijk verandering in dankzij Nao Kodaira (die overigens niet onder De Wit traint, 500 meter), Nana Takagi (mass start) en de ploegenachtervolgingsvrouwen.

Met drie goud, twee zilver en één brons was Japan na Nederland zelfs het succesvolste schaatsland. Dat Japan tijdens de Winterspelen de meeste medailles bij het langebaanschaatsen haalde, is volgens De Wit heel bijzonder. "Dat wordt gezien", vertelt de 39-jarige coach in de kantine van Thialf, een dag voor de start van de vierde World Cup in Heerenveen. "In Nederland worden er zoveel gouden medailles gewonnen dat je bijna vergeet wie welke afstand gewonnen heeft. In Japan is dat ondenkbaar."

De atleten zijn volgens De Wit grootheden in Japan, het land van de rijzende zon. Zelf blijft hij als bondscoach voornamelijk op de achtergrond. De Japanse media en fans richten zich vooral op de rijders, maar soms, heel soms krijgt De Wit een fan op zich af. Dat gebeurde toevallig vlak voor de World Cup in Tomakomai, uitgerekend toen de NOS met hem een reportage opnam. 'Ha Johan, coach', zeiden enkele mensen in een cafeetje. Vervolgens wilden ze met hem op de foto. "Dat gebeurt normaal dus nooit en nu, precies als de NOS meegaat, wel. Dat was wel grappig."

Misschien is De Wit wel een veel grotere ster in Japan dan hij zelf denkt. Zonder krant en televisie krijgt hij maar weinig mee wat er zich allemaal afspeelt. De Japanse taal, die hij inmiddels aan het leren is, vergelijkt hij met het Franse geschrift: heel moeilijk en bijna niet te lezen. Maar ondanks dat heeft hij wel begrepen dat het schaatsen in de lift zit. Sinds dit seizoen wordt het zelfs live op televisie uitgezonden, iets wat tot voor kort niet voor mogelijk werd gehouden.

Verantwoordelijkheid
De populariteit van de sport komt voor een groot deel op het conto van De Wit, die zijn schaatsers mondiaal gezien op de kaart heeft gezet. Toen hij ruim drie jaar geleden aan het roer kwam te staan, was het schaatsen op sterven na dood. Hij twijfelde aanvankelijk of hij de geschikte persoon zou zijn voor de zware en uitdagende job. De eerste maanden in dienst van de Japanse bond waren dan ook een flinke zoektocht voor De Wit, die zijn vrouw Paula in Nederland achterliet. "Ik wist niet of het me zou bevallen en of ik de verantwoordelijkheid aan zou kunnen", vertelt De Wit eerlijk.

"Als je ja zegt als bondscoach van een groot land, zeg je ja tegen de vraag of je de schaatsers beter kunt maken. Dat was voor mij hoofddoel nummer één en dat heb ik ook tegen de bond gezegd. Als ik ze niet beter kan maken, wil ik weer weg." De Wit kreeg als coach bepaalde basisfaciliteiten en zag zijn schaatsers sindsdien steeds beter worden. "Als je die faciliteiten hebt, heb je geen excuus meer en moet je gewoon hard rijden. Zo sta ik erin. We worden nog steeds elk jaar beter, maar op een gegeven moment gaat het er niet meer om om sneller te schaatsen, maar om prijzen te pakken. In die fase zitten we nu."

Toch wil de bondscoach nog even benadrukken dat hij het niet alleen voor elkaar gekregen heeft. "Ik heb veel mensen om me heen die daar een grote steen aan hebben bijgedragen, dat kan ik niet alleen. Maar ik heb het wel mooi in gang gezet en dat proberen we nu verder uit te bouwen", aldus De Wit, die onlangs zijn contract met vier jaar heeft verlengd. Tijdens de contractbesprekingen had hij wel bepaalde voorwaarden, zoals uitbreiding van de staf. Nu De Wit sinds dit seizoen ook over de sprinttak beschikt, wilde hij er graag een sprintcoach bij. De bond ging akkoord en zodoende werd Dennis van der Gun, voormalig coach van Team AfterPay, binnengehaald.

Met inspanningsfysioloog en krachttrainer Jeroen Rietvelt en materiaalman Rienk Nauta is zijn vernieuwde staf voor de komende seizoenen compleet. "Ik heb de leukste baan in het schaatsen, heb allemaal mensen die ik 100 procent vertrouw. Daarnaast heb ik 23 sporters die volle inzet hebben en die ik kan evalueren op mijn zelf geschreven programma's. Wat ik in de ploeg ervaar, ervaar ik ook in het land zelf. Ik kan hier heel rustig leven."

Dat is een groot verschil met de Nederlandse levensstijl, waar alles snel en gehaast moet. In Japan leeft men relaxed en geduldig en die manier van leven spreekt De Wit erg aan. Het lijkt dan ook uitgesloten dat hij ooit nog eens aan het werk gaat als coach in Nederland. En dat heeft niet alleen met de verschillende levensstijlen te maken, verzekert hij. "In Nederland nemen sommige coaches en rijders hun verantwoordelijkheid niet", aldus de in Alkmaar opgegroeide coach.

Familie
De Wit heeft het enorm naar zijn zin in Japan, zeker nu zijn vrouw en zoontje Moos sinds anderhalf jaar bij hem in Obihiro zijn ingetrokken. Zijn vrouw zegde er wel haar baan voor op, maar vond het belangrijk om als gezin bij elkaar te zijn. De Wit geeft toe dat het niet altijd even makkelijk was alleen. Daarnaast mist hij zijn familie in Nederland heel erg. "Dat is het enige nadeel van mijn baan. Ik ben ongeveer twee maanden per jaar in Nederland en dan heb ik ongeveer acht weekenden om iedereen te bezoeken. Dat is heel moeilijk."

Of hij na die vier jaar in Japan werkzaam blijft, durft hij dan ook nog niet te zeggen. De bond wilde graag dat hij een contract tot 2026 zou tekenen, maar dat vond De Wit nog een brug te ver. "Ik ben er heel trots op hoor, ik kan me op dit moment niet voorstellen dat ik in een ander land zou willen werken. Maar ik heb ook een zoontje die tegen die tijd naar school moet, dus ik moet het allemaal nog even zien. Laten we eerst deze vier jaar maar eens afmaken en dan zien we wel verder."

Foto : Richard Wareham

Voor De Wit staat komend seizoen vooral in het teken van de WK Afstanden in Inzell, waar hij droomt van meerdere gouden Japanse medailles. Ook hoopt hij dat Miho Takagi haar wereldtitel allround in Calgary kan prolongeren en dat de sprinters tijdens het WK Sprint in Nederland meedoen om de wereldtitel. De World Cups gebruikt hij als 'luxe trainingswedstrijden'. Hoewel zijn ploeg dit seizoen al meerdere wereldbekeroverwinningen behaalde, is De Wit nog niet helemaal tevreden. "De tijden die ik voor ogen heb, zijn nog niet gereden. Ik heb dus niet het idee dat we al echt in vorm zijn", beweert De Wit.

Volgens de coach is er één woord dat het beste omschrijft hoe Japan de afgelopen jaren een ferme inhaalslag heeft gemaakt. "Verantwoordelijkheid. Ik denk dat dat ons heel ver brengt."

Door Rijcko Treep - Laatste update op 23 dec 2018 om 18:55