Jan Coopmans werd onlangs aangesteld als nieuwe bondscoach. De 61-jarige keuzeheer vond het na twintig jaar werken bij de Duitse schaatsbond tijd om terug naar zijn geboorteland te gaan. Tegenover schaatsen.nl vertelt hij waarom het bondscoachschap bij hem past en hoe deze job tot stand is gekomen.

U bent inmiddels een aantal weken bondscoach. Hoe zijn de eerste weken bevallen?
"Prima! Ik ben aangenaam verrast over de manier hoe ik ontvangen ben. Niet alleen op het bondsbureau, maar ook trainers die mij ter zijde staan en helpen waar het kan. Iedereen is hard aan het werk en doet zijn stinkende best om er voor de ploeg het beste van te maken. Bij de sporters beleef ik een ander niveau als wat ik de afgelopen jaren in Duitsland gewend was. De sporters zijn dag en nacht bezig met winnen en beter worden. De intrinsieke motivatie en persoonlijke drive is sterker dan ik tot nog toe heb meegemaakt."

Heeft u al gesprekken gehad met de sporters?
"Tijdens de NK Afstanden wilde ik ze nog niet lastigvallen, maar de weken erna heb ik de gelegenheid gehad om contact met ze op te nemen. De meesten heb ik ondertussen wel gesproken en heb bijna alleen maar positieve reacties gehad."

Hoe is deze baan tot stand gekomen?
"Dat was wel een bijzonder verhaal. Ik had op 10 december in Inzell een vergadering met de Duitse bond over de komende olympiade. Ik was niet tevreden over mijn komende werkzaamheden en toen ik naar het hotel liep, groeide de beslissing om er een punt achter te zetten. Twee dagen later zat ik in de trein naar huis en las ik op de computer dat ze in Nederland op zoek waren naar een bondscoach.

Ik had direct een paar gewaardeerde coaches in Nederland gebeld om te vragen of dit misschien iets voor mij zou zijn. Toen ik bevestigend antwoord kreeg, heb ik de technisch directeur van de KNSB, Remy de Wit, geprobeerd te bellen. Hij belde de dag erna terug en twee dagen later zaten we al om tafel. Vijf dagen daarna was het geregeld en was ik de nieuwe bondscoach. Het is allemaal razendsnel gegaan."

Jan Coopmans en Remy de Wit | Foto : Carl Mureau

Wat maakte u volgens de bond de perfecte bondscoach?
"Een hele hoop dingen passen in elkaar. Mijn ervaring van twintig jaar bondscoachschap in Duitsland die ik meesleep. Verder ben ik niet de allerjongste meer en zijn de scherpe kantjes er wel af. Ik ben rustiger geworden de laatste jaren en iedereen kent me wel in de sport, al hebben we nog nooit in werkrelatie met elkaar gestaan. Daarnaast heb ik vroeger de opleiding van de KNSB gevolgd en voltooid."

Geert Kuiper, de vorige bondscoach, maakte in april bekend te stoppen. Dacht u op dat moment nog niet aan een terugkeer naar Nederland?
"Nee, dat is nooit mijn streven geweest en heb er eerlijk gezegd ook nooit bij stil gestaan. Ik heb het bovendien prima naar mijn zin gehad in Duitsland, alleen miste ik op een gegeven moment de adrenaline van de wedstrijden. Ik merkte dat het de laatste twee jaar wat saaier werd. Heimwee? Zo wil ik het niet noemen, maar je bent 220 dagen in het jaar op pad. Ik ben trouwens altijd in Nederland blijven wonen, reisde vanuit de omgeving Venlo vaak naar Berlijn of Inzell."

Kuiper vertelde onlangs in IJscast (de podcast van schaatsen.nl) dat het bondscoachschap een eenzaam bestaan is. Je hoort nergens meer bij, je hebt de sporters even te leen en dan laat je ze weer gaan. Hoe kijkt u daartegen aan?
"Ja, ik snap wel wat hij bedoelt. Ik moet mijn positie ook niet overschatten. Als sporters geen hele goede benen hebben, helpt ook dat laatste procentje gemeenschappelijke training niet meer. Dat hoge niveau ontstaat bij de ploeg en bij de eigen coach. Ik kan met een goede organisatie en planning er misschien nog één of twee procent meer uithalen, maar het belangrijkste werk gebeurt in de ploeg zelf. Je moet je eigen rol niet overdrijven. Het eenzaam zijn voel ik niet zo. Je moet een knoop doorhakken en dan stel je mensen teleur. Dat is nooit makkelijk en het doet altijd zeer in je ziel. Ja, dat kunnen eenzame momenten zijn, maar ik heb in Duitsland die situaties ook vaak genoeg meegemaakt."

Wat neemt u mee van al die arbeidsjaren in Duitsland?
"De ervaring, weten wat er in de sport leeft, weten waar het op aan komt, hoe er getraind moet worden, inzicht hebben hoe een sporter uit de wedstrijd komt en wat je de dagen erna wel en niet kunt doen. Sporters zullen voelen dat ik me goed in hun situatie kan inleven en daarmee hoop ik dat er wederzijds vertrouwen uit ontstaat. Eerst gaat het om de sporter en daarna om het team."

Er is vaak commentaar dat 'wij' in Nederland te weinig op de teamonderdelen trainen. Gaat u daar verandering in brengen?
"Ik vind dat we daar veel meer op moeten trainen en dat gaan we vanaf volgend seizoen ook doen. We hebben al een gezamenlijke training gehad en proberen er deze periode nog eentje te doen. Het mooie is dat iedereen het ook ondersteunt en weet dat het belangrijke onderdelen zijn. Individueel hebben we zo'n hoog niveau; we willen niet hebben dat we als TeamNL met de teamonderdelen onder de maat zitten. We gaan meer samen doen en dat moet goed georganiseerd worden. Het buitenland doet het ons voor. Na dit seizoen ga ik een plan maken richting Peking en dan heb ik ook een betere weerspiegeling van de krachtsverhoudingen."

Lees hier hoe Coopmans zijn WK-selectie samenstelde.

Door Rijcko Treep - Laatste update op 04 feb om 21:21