Het 1500-meterkuchje is een bekende term in de schaatssport. Hoestend en proestend zien we topschaatsers na hun zware 1500 voor de camera verschijnen. Naar zuurstof snakkend geven ze antwoorden op de vragen. Ook Mark Tuitert, olympisch kampioen in Vancouver, had er last van. Al kan hij een kuchje na zijn gouden race niet meer herinneren.

"Ik zou echt niet meer weten of ik er toen last van heb gehad. Als winnaar voel je geen pijn en na díe overwinning zeker niet", vertelt Tuitert. "Toch heb ik wel degelijk last van een 1500-meterkuch. Tijdens een 1500 meter neemt je lichaam geen zuurstof op. Na de race zet je lijf alles open om maar zoveel mogelijk zuurstof op te nemen."

"Op dat moment kan je niets met die zuurstof waardoor je enorm begint te hoesten. Het voelt alsof je hele borstkas trilt en je hebt een enorm branderig en pijnlijk gevoel in je longen. Ik had niet zoals sommige andere schaatsers een bloedsmaak in mijn mond. Er zijn zelfs rijders die na de race een spuugreflex krijgen. Daar heb ik gelukkig ook geen last van gehad."

"Doordat je zo hard in een 1500 meter vliegt, maak je de longblaasjes in je longen kapot. Het zal zeker niet heel goed voor je lijf zijn, maar je lichaam kan heel wat aan. Als ik twee keer in een wedstrijdweekend moest starten, hinderde het hoesten me niet. Vaak ben je de tweede dag wel weer hersteld. Wat de schade zou kunnen zijn op langere termijn, durf ik niet te zeggen. Het zal vast niet heel goed voor je lichaam zijn om zoveel jaar elk weekend je longen een opdonder te geven."

"Ik was voor mijn race niet bang voor de pijn die na de race komen gaat. Je weet van tevoren dat die pijn zal komen en dat maakt de race alleen maar mooier. Ik vond de pijn een mooi gevoel. Er zijn vast rijders die bang zijn voor de pijn die komen gaat. Diegene die het bangst is, heeft bij voorbaat al verloren. Wat dat betreft is de 1500 meter de rit van wie het meest kapot kan gaan. Mooi toch!"

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.