Voor de traditionele schaatser oogt de zwabbertechniek die inlineskaters 'double push' noemen vaak vreemd of soms zelfs niet mooi. Hoewel op het ijs de beweging niet uit te voeren is, de variatie op de schaatsbeweging is - mits goed uitgevoerd - wél uiterst effectief op het asfalt. Wat de mening van de toeschouwers ook is.

Een van de eersten die deze techniek onder de aandacht bracht, was Chad Hedrick. De Amerikaan was met de techniek van de double push uiterst succesvol op wieltjes: maar liefst vijftig keer wist hij wereldkampioen te worden. Omdat het inlineskaten geen olympische status heeft, stapte hij over naar het ijs. Hoewel hij de doublepushbeweging niet tentoonstelde op het ijs - dat is namelijk onmogelijk op ijzers - werd zijn inline-achtergrond meer zichtbaar naarmate hij meer vermoeid raakte tijdens een race. 

De term spreekt voor zich: de double push is een dubbele afzet. In plaats van één afzet in een schaatsslag, maken de inlineskaters die de techniek beheersen er twee. Dat gebeurt met de binnen en de buitenkant van de wieltjes. Manon Kamminga, naast actief marathonschaatsster en inlineskater ook hoofdtrainer van de talenten van RTC Midden, traint de beweging sinds de tijd dat ze bij de Australische coach Desly Hill ging trainen. 

Kamminga op het NK marathon in Staphorst (2019) | Foto : Hidde Muije

Powerbox
Kamminga: "Het zit in de Nederlandse cultuur dat een inlineslag overkomt uit het schaatsen, maar als je bijvoorbeeld naar een land als Colombia kijkt, kent iedereen de double push." Het juist uitvoeren van de techniek is niet eenvoudig, waarschuwt Kamminga. De basis ligt bij de zogenaamde powerbox, het denkbeeldige gebied tussen je schouders en het asfalt. In dat gebied heb je als inlineskater druk. Kamminga: "Het is zonde om in dat stukje maar één keer af te zetten."

Het werkt als volgt: de inlineskater zit in gebogen positie, de bekende schaatshouding. "Dan zorg je dat de rechtervoet onder de rechterschouder landt. Waarna je het been strekt naar links", legt de Haulerwijkse uit. Ze noemt het de under push. Vervolgens buigt de knie weer. "En dan komt de gewone afzet met de hak naar buiten, dan strek je naar rechts. Waardoor je twee afzetten in één hebt. Tegelijkertijd zet je daarna de linkervoet neer voor dezelfde beweging aan de andere kant."

"Sommige mensen werken heel erg met hun schouders. Dan lijkt het op het eerste gezicht wel alsof iemand goed beweegt, maar een goede double push is precisiewerk", weet Kamminga. Om die reden maakt ze regelmatig gebruik van video-opnamen om de slag te verbeteren. 

"Ik denk er ook niet altijd aan om het goed uit te voeren. Ik vergeet het bijvoorbeeld nog weleens op de piste, daar haal ik de meeste snelheid uit de bocht, of passeer ik op de rechte stukken en ben ik daardoor met iets anders bezig." Op langere afstanden en met de marathons heeft ze juist wel veel aan de slag. Dankzij de grotere wielen die ze op de marathon mag gebruiken is het ook makkelijker om de double push uit te voeren. "Dan helpt het ook om te ontspannen en denk ik er wel vaak aan."

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.