Voor de traditionele schaatser oogt de zwabbertechniek die inlineskaters 'double push' noemen vaak vreemd of soms zelfs niet mooi. Hoewel op het ijs de beweging niet uit te voeren is, de variatie op de schaatsbeweging is - mits goed uitgevoerd - wél uiterst effectief op het asfalt. Wat de mening van de toeschouwers ook is.

De term spreekt voor zich: double push is een dubbele afzet. In plaats van één afzet in een schaatsslag, maken de inlineskaters die de techniek beheersen er twee. Dat gebeurt met de binnen en de buitenkant van de wieltjes.

Manon Kamminga, sinds kort naast actief skater ook hoofdtrainer van de talenten van RTC Midden, traint de beweging sinds haar zestiende. Het was het moment dat ze bij de Australische coach Desly Hill ging trainen. De ervaren schaats- en inlinecoach, zelf ooit wereldkampioen in de sport, wist dat de techniek van de double push voor meer snelheid kan zorgen dan de standaard schaatstechniek.

Kamminga: "Het zit in de Nederlandse cultuur dat een inlineslag overkomt uit het schaatsen, maar als je bijvoorbeeld naar een land als Colombia kijkt, kent iedereen de double push."

Het juist uitvoeren van de techniek is niet eenvoudig, waarschuwt Kamminga, maar het gaat als volgt: de inlineskater zit in gebogen positie, de bekende schaatshouding. "Dan zorg je dat de rechtervoet onder de rechterschouder landt. Waarna je het been helemaal doorstrekt naar links", legt de Haulerwijkse uit. Ze noemt het de under push.

Vervolgens buigt de knie weer. "En dan komt de gewone afzet met de hak naar buiten, dan strek je helemaal naar rechts. Waardoor je twee afzetten in één hebt. Tegelijkertijd zet je daarna de linkervoet neer voor dezelfde beweging aan de andere kant."

Hedrick
Een van de eersten die deze techniek onder de aandacht bracht, was de Amerikaan Chad Hedrick. De vijftigvoudig wereldkampioen op wieltjes. Die jaren geleden vanwege het ontbreken van een olympische status een overstap maakte naar het schaatsen.

Hoewel Hedrick de doublepushbeweging niet tentoonstelde op het ijs, dat is namelijk onmogelijk op ijzers, werd zijn inline-achtergrond meer zichtbaar naarmate hij meer vermoeid raakte tijdens een race. 

"Sommige mensen werken heel erg met hun schouders. Dan lijkt het op het eerste gezicht wel alsof iemand goed beweegt, maar een goede double push is precisiewerk", weet Kamminga. Om die reden maakt ze regelmatig gebruik van video-opnamen om de slag te verbeteren. 

"Ik denk er ook niet altijd aan om het goed uit te voeren. Ik vergeet het bijvoorbeeld nog weleens op de piste, daar haal ik de meeste snelheid uit de bocht, of passeer ik op de rechte stukken en ben ik daardoor met iets anders bezig. Maar als ik lange stukken rechtdoor rij, zoals bij marathons, denk ik er wel vaak aan."

Wie een Nederlands voorbeeld zoekt van iemand die de techniek heel goed beheerst, kan het beste naar Michel Mulder kijken. "Hij kan het echt heel erg goed", aldus Kamminga.

Meer tips lezen? Je vindt ze op schaatsen.nl/tips.