De wortels van Suzanne’s carrière liggen dichtbij huis. Op driejarige leeftijd stond ze al op het ijs. Wonen aan de Úlesprong, waar snel natuurijs lag, maakte de stap klein. “Verstand op nul en gaan”, herinnert Jan zich. Vanuit het jeugdschaatsen rolde ze vanzelf het shorttrack in. Niet omdat het moest, maar omdat het leuk was.
Haar eerste shorttrackwedstrijden waren allesbehalve vlekkeloos. Ze viel. Elke keer weer. Maar ze stond op, zonder huilen. “Dat was de grootste winst”, zegt Hannie. De sport bracht haar vriendinnetjes, plezier en uitdaging. Er was nooit een vooropgezet plan. Suzanne koos zelf.
Al jong viel haar mentaliteit op. Onbegrensd durven dromen, ongeremd zijn, niet te temmen. Elleboogje hier, duik daar; ze ging voluit. De strenge regels en structuur van de sport vormden Suzanne, zonder haar vuur te doven.
Dat topsport en school combineren niet eenvoudig was, blijkt wel. Met moeite haalde Suzanne haar havo-diploma. Maar het werd intens gevierd. Het was een overwinning op zich. Shorttrack bood haar op jonge leeftijd al een intensief programma, waar de langebaan destijds onderdeel van was. Voor Suzanne was dat 'koren op de molen'. Zolang school niet uit beeld raakte, stonden haar ouders erachter.
Op de tribune van het Odido NK shorttrack, 'back to the roots', komen herinneringen vanzelf bovendrijven. Voor Jan en Hannie Schulting voelt het alsof ze een deur openen die even op een kier stond. Shorttrack, jarenlang hun wereld, hun weekenden, hun emoties, was de afgelopen tijd ook iets waar afstand van nodig was. Te intens, te beladen. Maar zodra de races beginnen, is het gevoel terug. “Oh ja”, zegt Hannie, “dit is shorttrack.” Het duurt maar even voordat het weer vertrouwd voelt.
Shorttrack is een sport van uitersten. Van valse starts en misstappen, van juichen en teleurstelling in een fractie van een seconde. Jan benoemt het sentiment dat zo kenmerkend is voor de sport: “Eén misstapje en je ligt eruit. Het is zo ongemeen spannend.” Maar juist daarin zit ook de kracht. Ouders, rijders, teams; iedereen heeft elkaar nodig. Dat gevoel van samen, is iets wat Suzanne Schulting haar hele carrière heeft meegedragen.
De afgelopen weken waren vol spanning. Dat Suzanne zich via de langebaan al had geplaatst voor de Olympische Spelen, was op zichzelf al bijzonder. Maar dat vervolgens ook voor shorttrack de verlossende woorden kwamen: Suzanne mag mee. Euforie.
Suzanne Schulting in haar jonge jaren
- Eerste keer op het ijs
In 2001 op driejarige leeftijd op de Úlesprong achter het huis met vader Jan en hond Bommel. - Eerste vereniging/ eerste ijsbaan
Schaatsvereniging HCH Heerenveen en Shorttrack Club Thialf (SCT) - Eerste coach
Marieke de Vries en Dave Versteeg - Hannie en Jan hun wens
“Blijf dichtbij jezelf, dan komt het goed. Ik denk ook dat zij erbij gebaat is dat ze wordt omarmd door het team, zoals zij het shorttrack omarmt. Dat beide sporten elkaar versterken en omgekeerd."
Plaatsing voor twee disciplines op de Spelen kwam niet vanzelf. Suzannes route richting dit punt was er een van tegenslag en herpakken. Een gebroken enkel, een schaatsmes in haar rug, overbelasting, mentale klappen, zoals het overlijden van teamgenoot Lara van Ruijven. En toch stond ze daar weer.
Jan benadrukt hoe belangrijk het is om het klein te houden. Niet te veel meningen, niet te veel ruis. Suzanne weet zelf heel goed wie ze om zich heen nodig heeft. Haar manager, coaches, haar partner Joep Wennemars; mensen die begrijpen wat topsport mentaal vraagt. “Het gaat om van moment naar moment”, zegt Jan. “Niet te hoog van de daken schreeuwen.”
Ook thuis proberen Hannie en Jan zoveel mogelijk voor hun topsportende dochter en schoonzoon te doen. Boodschappen en zoveel mogelijk ontzorgen. Hannie, zelf fysiotherapeut, hielp waar ze kon, maar altijd in haar rol als moeder. “Het team is leidend”, zegt ze. “Ik ben gewoon moeder.”
De keuze om een seizoen lang volledig op de langebaan te focussen, was niet impulsief. Het was een weloverwogen besluit, genomen na overleg met coaches en begeleiding. Jan moest eraan wennen. “Ik dacht altijd: door shorttrack word je een betere langebaner. Maar uiteindelijk is zij degene die beslist.”
Wat Suzanne daarin leerde, was misschien wel een van de belangrijkste lessen van haar carrière: meer is niet altijd beter. Gas terugnemen, durven rusten. Zeker op de langebaan moet je fris zijn om te presteren. Die ervaring betaalt zich nu uit; op beide disciplines.
Voor Jan en Hannie is ouderliefde simpel samen te vatten. Onvoorwaardelijk. Ze maken geen keuzes voor haar, maar staan naast haar. Ze begrijpen ook de reuring rondom Suzanne: meningen, discussies, spanning tussen disciplines. “Sport heeft dat nodig”, zegt Jan. Het zorgt voor aandacht, voor betrokkenheid. En Suzanne is een sporter die iets teweegbrengt – niet alleen met prestaties, maar met haar durf om anders te zijn.
“Dat Suzanne op beide disciplines op de Olympische Spelen uitkomt is uniek, dat staat vast.” Hannie's en Jans ultieme droom? “Suzanne, blijf dichtbij jezelf, dan komt het goed. Jan: “Mee eens. Ik denk ook dat zij erbij gebaat is dat ze wordt omarmd door het team, zoals zij het shorttrack omarmt. Dat beide sporten elkaar versterken.” “En omgekeerd”, vult Hannie aan.
Benieuwd wanneer Suzanne Schulting in actie komt tijdens de Olympische Spelen? Bekijk hier het olympisch dagprogramma met de startlijsten, uitslagen en de deelnemers van de langebaanschaatswedstrijden in Milaan.