Of het nu in Thialf was of op de tribunes van Calgary, Salt Lake City, Inzell of Beijing, bij grote schaatswedstrijden zat Coen Eggink steevast als supporter op de tribune. “Hij was helemaal bezeten van schaatsen. Hij wilde er gewoon bij zijn, waar ter wereld ze ook reden”, zegt broer Derk Eggink. “Hij wilde met eigen ogen zien hoe met name de Nederlandse schaatsers presteerden.”
Coen Eggink was trouw lid van de Nederlandse Schaats Supporters Vereniging (NSSV), die sinds 1994 bestaat. In augustus 2025 meldde de NSSV op zijn website het overlijden van Eggink. Bij de KNSB viel even later een brief in de bus, met de boodschap dat de schaatsbond 10.000 euro tegemoet kon zien: een legaat van Eggink.
Zo’n schenking van een overleden schaatsliefhebber is bijzonder. Sterker nog, voor zover we kunnen nagaan is het voor de eerste keer dat de KNSB zoiets mocht ontvangen. Eggink verbond aan zijn schenking één restrictie: het geld moest benut worden voor het jeugdschaatsen. Broer Derk: “Hij wilde jonge rijders helpen om betere schaatsers te worden, als investering in de toekomst van zijn geliefde sport.”
Hoe zet je 10.000 euro zo goed mogelijk in? “Dat leek ons niet zo ingewikkeld: hiervan wilden we vooral schaatsverenigingen met veel jeugdleden laten profiteren”, zegt Jurre Trouw, manager sportparticipatie van de KNSB. Besloten werd om trainers in het jeugdschaatsen met grote korting een trainersopleiding niveau 1 aan te bieden. “Als je de trainers een goede basis biedt op het gebied van pedagogiek, techniek en didactiek, dan worden hun schaatsers daar uiteindelijk beter van.”
Bij het werven van deelnemers zocht KNSB Opleidingen naar verenigingen die al veel jeugdtrainers hebben rondlopen, maar waarvan het gros nog geen opleiding had gevolgd. Het organiseren van zo’n reeks extra opleidingen is ingewikkelder dan je als leek denkt. De helft van de honderd trainers is afgelopen winter opgeleid, de andere helft volgt komende winter.
Verenigingen die al hebben meegedaan, zijn enthousiast. “Bij ons hebben twaalf trainers meegedaan, die het als nuttig en leuk hebben ervaren. Mooi was dat ze ook elkaar hebben geënthousiasmeerd”, zegt Margriet de Heer van HC De Vechtstreek. “Wij zijn blij als we voldoende mensen voor de groep hebben staan, zeker bij de beginners. Het is fijn dat je die trainers dan een opleiding kunt aanbieden.”
“Wij zijn zo’n twee jaar geleden een aanpak gestart om de kwaliteit van onze trainers te verbeteren”, zegt Leo Aquina van de Diemer IJsclub. “Als we de jongste kinderen beter leren schaatsen, denken we de doorstroming naar het licentie- en wedstrijdschaatsen te kunnen bevorderen. Nu gaapt daar soms een groot gat, dat willen we dichten. Tegelijk willen we de kinderen van 14, 15 jaar wat meer aan ons binden én ook beter maken. Om die reden hebben wij niet alleen volwassen jeugdleiders, maar ook jongeren van 15 tot 19 aan de opleiding laten meedoen. Dat hadden wij sowieso gedaan, maar dat het nu nagenoeg gratis kon, was een fijne bijkomstigheid.”
De grootste winst is dat de trainers die nu de jongste jeugd begeleiden, dankzij deze opleiding wat steviger in hun schoenen staan. “Ze krijgen een mooi stukje pedagogische kennis”, zegt Jan van der Vlugt van de Ter Aarse IJsclub. “Ook voor het overbrengen van de schaatstechniek is het fijn als je daarin wegwijs wordt gemaakt.”
Vanuit Ter Aar rijden elke zaterdag nog bussen vol jeugdschaatsers naar de ijsbanen van Leiden (75 kinderen) en Haarlem (60) voor hun wekelijkse training. De vereniging krijgt het elk seizoen weer voor elkaar om voldoende (vrijwillige) trainers te vinden. Vaak zijn dat behulpzame ouders of junioren die een handje helpen.
“Als blijkt dat ze dat met passie doen, vinden wij het belangrijk dat ze ook een beetje opleiding op zak hebben”, zegt Van der Vlugt. “Uiteindelijk willen we dat 80 tot 100 procent van onze trainers een opleiding heeft gevolgd.”
De meeste opleidingen worden gevuld door een combinatie van verenigingen. Zo werkte de Diemer IJsclub samen met andere verenigingen die actief zijn op de Jaap Eden IJsbaan. HC De Vechtstreek deed hetzelfde met verenigingen op De Vechtsebanen in Utrecht. De Ter Aarse IJsclub vulde zelf een hele opleiding, die in het eigen clubhuis kon worden verzorgd. Van der Vlugt: “Dat maakte het laagdrempelig en dankzij het legaat was het voor ons nog aantrekkelijker.”
Derk Eggink, die de nalatenschap van zijn broer afhandelt, is blij dat het geld op deze manier wordt besteed. “Het is echt ontzettend goed, leuk en gaaf hoe jullie dit hebben opgepakt.” Hij is ervan overtuigd dat zijn broer het daarmee eens zou zijn. “Schaatsen was echt zijn grote passie. Als er natuurijs lag, ging hij altijd schaatsen op de IJzeren Man in Vught. Hij zou dit ook hartstikke leuk vinden. Zeker weten.”
Verenigingen die belangstelling hebben getoond om de ST1-opleiding komend seizoen te laten volgen, zijn de IJsclub Haarlem, IJsclub Tilburg, DKIJV (Delft), IJVP (PIjnacker), de IJsvereniging Volendam en diverse clubs uit Leiden. “De verwachting is dat hun trainers de opleiding in november, december zullen volgen. Daarmee maken wij de honderd vol en hebben wij het jeugdschaatsen bij deze verenigingen weer een steviger basis kunnen geven”, zegt Trouw (KNSB). ”En dat alles dankzij het legaat van meneer Eggink. Wij zijn hem daarvoor uiteraard zeer erkentelijk!”