Dat De Boo twijfelde aan zichzelf is opmerkelijk na een seizoen waarin hij wereldkampioen sprint werd en tijdens de Olympische Spelen in Milaan twee zilveren medailles veroverde. “Het is misschien iets heel doms, hoor. Je sluit het seizoen af als wereldkampioen en het kan eigenlijk niet mooier”, vertelt hij na afloop van de 1000 meter.

“Alleen je hebt de hele zomer nog niet op het ijs gestaan, alleen getraind. De resultaten op de fiets en in de krachthal zijn goed. Maar uiteindelijk is schaatsen super technisch. Het is ook een gevoelssport. Bij de eerste paar wedstrijden vraag je jezelf als schaatser altijd af: kan ik het nog?”

Het lukte hem, maar daarvoor moest hij diep gaan. Hij reed als enige sprinter een 1.07 (1.07,76) en zag de andere toppers niet aan zijn tijd komen. “Het zijn geen nobody's. Joep (Wennemars, red.) en Tim (Prins, red.) hebben mij er vaak genoeg opgelegd, dus ik was niet zeker van mijn zaak. Ik zag het zo gebeuren dat ze onder mijn tijd zouden duiken. Ik ben heel blij dat het mij gelukt is. Het is een geslaagd weekend.”

Verstandige keuze

Na de eerste 500 meter vrijdag besloot De Boo in overleg met zijn staf de tweede omloop over te slaan. Achteraf bleek dat een verstandige en volwassen keuze. “Ik kon echt merken dat ik eerder ben gestopt. Zelf zou ik misschien niet die keuze hebben gemaakt. De staf heeft me tegengehouden, misschien maar beter ook, want ze kennen me te goed."

Tijdens de live-uitzending van de NOS vertelde hij dat hij met wat kwaaltjes kampte, maar daar wilde hij verder niet op ingaan. “Er waren dingen waardoor ik niet honderd procent aan de start kon staan. Het was iets fysieks, maar jullie hoeven je geen zorgen te maken. Ik probeer gewoon mijn krachten te sparen. Het seizoen is relatief kort, dus ik wil voorzichtig zijn. Ik ben een sprinter en heb geen heel grote batterij. Ik kan maar beter zuinig zijn. Ik wil er in februari op het WK staan.”

De wereldkampioen wil vooral pr’s rijden en dat zou betekenen dat hij het wereldrecord 500 meter nadert. “Of ik moet het met één honderdste verbeteren, maar dan staat het nog steeds op naam van Pavel Kulizhnikov. Dat zou heel zuur zijn. Ik wil niet per se beter zijn dan Stolz, maar vooral beter dan mezelf van vorig jaar.”

Twee honderdsten

Zijn mentor Kjeld Nuis viel net buiten de boot. Niemand minder dan zijn eigen ploeggenoot Tim Prins hield hem van een startbewijs af. Vorig jaar waren de rollen tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi juist omgedraaid en miste Prins de Spelen met een miniem verschil. “Ik vind het heel bijzonder. Ik moet zo'n scorebord geloven. Het is wat het is. Blijkbaar reed ik er twee honderdsten achter”, zei hij balend.

Kjeld Nuis WCKT 2026
Nuis reed 'als een natte krant'. | Foto: Orange Pictures

In de rit tegen De Boo noteerde Nuis op dat moment de vierde tijd (1.08,73). Daarna kwamen nog vier rijders in actie. Scheperkamp en Snel bleven boven zijn tijd, maar Wennemars (1.08,34) en Prins (1.08,72) doken er wel onder en nestelden zich in de top vijf.

“Ik was de hele dag al zenuwachtig. Ik zat met de wissel van Jenning in mijn hoofd. Tegen iedereen wilde ik rijden, maar niet tegen hem. Ik heb daar gewoon wakker van gelegen. Ik verdiende het vandaag ook niet om me te plaatsen. Het was onder mijn niveau en zeer slecht. Ik reed echt als een natte krant.”

Alle uitslagen van het WCKT zijn hier te vinden.