In Heerenveen staat de telefoon van Wilma Schellingerhoudt (66) vrijwel altijd roodgloeiend. Atleten houden zich nu eenmaal niet aan kantooruren, vertelt ze met een knipoog. "Met name schaatsers denken niet na over: oh, het is misschien midden in de nacht. Ik heb wel afgeleerd om 's nachts mijn geluid aan te hebben", grapt ze.
Wie rustgevende wellnessmuziek en wierook verwacht, komt bij Wilma bedrogen uit. Hoewel de masseur klein van stuk is en met haar blonde krullen een buitengewoon vriendelijke uitstraling heeft, is haar behandeling allesbehalve zacht. "Mensen zeggen weleens: lekker, ik ga me laten masseren. Maar bij mij kom je niet per se voor een lekkere massage. Ik ben altijd perplex als mensen weer terugkomen nadat ik ze zo pijn heb gedaan."
Elke ochtend puzzelt ze haar agenda vol met schaatsers, shorttrackers, turners, judoka's en recreanten. In het hoogseizoen probeert ze topsporters het liefst dezelfde dag nog te helpen. "Zij zitten zo strak in hun schema's, dus ik probeer me echt in te leven in hoe hun dagen eruitzien."
Dat meedenken gaat ver. Ze weet vaak precies wanneer iemand traint, reist of juist rust heeft. En als het nodig is, maakt ze voor een belangrijke wedstrijd gerust een uitzondering. Dat betekent soms schuiven, een extra ritje op zondag of een behandeling op het laatste moment. "Die sporters doen ook bij nacht en ontij de meest idiote dingen om beter te worden. Dan moet je mensen om je heen verzamelen die net zo gek kunnen zijn." Dat hoort erbij, vindt ze. "Als je denkt dat je een baantje van negen tot vijf hebt en om vijf uur de deur dichttrekt, dan moet je dit werk niet doen."
Lang voordat olympiërs op haar behandeltafel belandden, was Wilma actief in een heel andere wereld. Na een opleiding tot verpleegkundige werkte ze jarenlang in de reclame. De omslag kwam na de geboorte van haar dochter. "Mijn oudste werd heel ingewikkeld geboren en had haar nekje heel erg verrekt."
Via het consultatiebureau kwam ze terecht bij een cursus babymassage. Aanvankelijk was ze sceptisch. "Ik vond het een beetje geitenwollensokken-gedoe." Tot ze zag wat het met haar dochter deed. "Ik zag haar helemaal meegeven en voor het eerst écht ontspannen. Toen dacht ik: daar wil ik meer van weten."
Die nieuwsgierigheid groeide uit tot een fascinatie voor het menselijk lichaam. Via opleidingen en jarenlange praktijkervaring bouwde ze haar kennis op en verdiepte ze zich in bewegingsleer, fascia (bindweefselnetwerk), pezen en herstel. Ook na bijna twintig jaar in de topsport is die honger naar kennis niet verdwenen. "Een Formule 1-auto kun je ook niet met één APK-keuring per jaar laten rijden. Daar wordt de hele dag aan gesleuteld. Dat is bij topsport net zo."
In de gangen van Thialf fladdert Wilma als een vrolijke vlinder van ruimte naar ruimte. Even een praatje hier, een knuffel daar, een grapje met een trainer of sporter. Ze kent vrijwel iedereen en vrijwel iedereen kent haar. Haar energie werkt aanstekelijk.
Daardoor vergeet je bijna hoe fysiek zwaar haar werk eigenlijk is. Op drukke dagen behandelt ze zestien tot twintig sporters. En in de schaatswereld betekent dat flink aanpoten. Grote bovenbenen, krachtige bilspieren en stijve heupen vragen om stevige handen. "Een Jutta Leerdam heb ik echt werk aan. Een groot lichaam. Echt gespierd. Dat is heel wat anders dan een turnstertje van 1 meter 60."
Onder al die sterke schaatsbenen en gespierde bilpartijen schuilt volgens Wilma vaak dezelfde boosdoener: de piriformis, diep onder de grote bilspier. "Als die piriformis heel strak staat, is het net een houten stokje. Dan wil je er weer een soepel draadje van maken. Een goede spier moet niet voelen als beton, maar als een goede biefstuk."
Om dat verschil te voelen, vertrouwt ze volledig op haar handen en werkt ze nauwelijks met haar ellebogen. "In een bot van mijn elleboog zit geen gevoel. Dan voel ik niet of die spier meebeweegt, soepeler wordt of waar de triggerpoints zitten. Met mijn duim merk ik dat wel." Na naar schatting twintigduizend behandelingen hoeft ze vaak nauwelijks meer te zoeken. "Het gaat bijna in één vloeiende beweging." Soms vindt ze een probleemplek die niet groter is dan een houtsplinter. "Dan druk ik erop en zeggen ze meteen: 'ja, dát is precies de plek'."
Dat vakmanschap wordt nog indrukwekkender als je weet dat Wilma met één oog helemaal niets ziet en met het andere nog maar dertig procent. Op de ijsbaan herkent ze sporters daardoor vaker aan hun houding dan aan hun gezicht. "Jens van 't Wout heeft van die kikkerpootjes. Daaraan herken ik hem meteen." In haar behandelkamer ervaart ze haar zicht nauwelijks als een beperking. "Ik denk dat ik daardoor beter ben gaan voelen."
Hoewel sporters voor hun lichaam komen, vinden ze bij Wilma vaak nog iets anders: een plek waar ze hun verhaal kwijt kunnen. Over trainers, relaties, spanning, school of onzekerheden. Urenlang liggen ze op haar tafel, waardoor gesprekken al snel verder gaan dan alleen spieren en pezen. "Je bent wel een praatpaal en mensen moeten zich op hun gemak voelen. Maar uiteindelijk ben ik hun behandelaar, dus je moet ook een beetje afstand houden."
Soms willen sporters juist even rust. Ook dat begrijpt ze. "Jutta heeft weleens gezegd: 'ik heb vandaag geen zin om te praten'. Dat is natuurlijk ook helemaal goed."
Door de jaren heen bouwde Wilma met veel sporters een hechte band op. Ze maakt hun hoogte- en dieptepunten van dichtbij mee en hoort over blessures, selecties, teleurstellingen en dromen. "Dat je uiteindelijk die Ferrari kan laten winnen. Dat vind ik fascinerend."
Toch zit het belangrijkste element van topsport volgens haar ergens anders. Niet in spieren, materiaal of techniek. "Winnen doe je tussen je oren", zegt ze stellig. Ze zag het van dichtbij bij Jutta Leerdam, die afgelopen seizoen regelmatig drie keer per week bij haar op tafel lag. Niet alleen het fysieke talent maakte indruk, maar vooral de mentale overtuiging. "In Milaan reed Femke Kok een duivelse tijd. Dan moet je mentaal opbrengen: ik kan dit ook en ik kan nog harder. Ik vind dat iets heel bijzonders."
Toen 'haar Jutta' olympisch goud won, keek ze vanuit haar woonkamer mee. "Ik was echt een muppetshow", lacht ze. "Ik stond op mijn stoel en hoorde mezelf roepen: hou die deur dicht, hou die deur dicht!" Terwijl ze het vertelt, maakt ze dezelfde beweging die ze thuis voor de televisie ook maakte. Haar vuisten gebald, snel tegen elkaar rammend van spanning. "Na afloop stortte ik helemaal in en had ik er spierpijn van! Ik beleefde het zo serieus. Maar ik heb ook meteen een fles champagne opengetrokken om het te vieren!”
Wanneer ze vertelt over een sporter die zijn of haar doel bereikt, schiet haar stem nog altijd vol. Na al die jaren, na al die behandelingen en na al die medailles is dat gevoel niet minder geworden. "Ik word er al emotioneel van als ik erover praat… Ik vind het zo mooi als iemand kan bereiken wat hij graag wil. En als ik daar dat millimetertje aan kan bijdragen..." Ze valt even stil. "Dat vind ik echt goud waard."