Aernout Lubbers is geen man die zichzelf graag op de voorgrond zet. Sterker nog, hij lijkt bijna ongemakkelijk wanneer hij moet uitleggen dat hij soms dingen ziet die anderen missen. “Voor mijn idee doe ik niks bijzonders”, zegt hij. “Ik probeer naar het totaalplaatje van iemands beweging te kijken en te zien waar het lichaam gaat compenseren. Vervolgens probeer je dat beter te laten bewegen en kijk je of het ook echt verschil maakt. Eigenlijk is dat heel logisch.”
Sporters komen regelmatig bij hem terecht als ze al langer met klachten rondlopen. Soms ziet Lubbers daarbij patronen of compensaties die eerder nog niet op die manier waren benaderd. Niet omdat anderen slecht kijken, benadrukt hij meteen respectvol. “Iedere therapeut doet het met zijn of haar eigen gereedschapskist, de beste bedoelingen en de kennis die hij of zij heeft. Maar iedereen kijkt anders en past die combinatie op een andere manier toe.”
Zijn fascinatie voor beweging zat er vroeg in. “Mijn vader was gymleraar. En dát wilde ik niet”, zegt hij lachend. “Maar bewegen vond ik wel altijd interessant. Vooral het analyseren ervan. Ik kijk altijd hoe mensen bewegen. Dat is misschien ook een beetje vakidiotie.”
Lubbers studeerde Fysiotherapie in Groningen en helpt inmiddels al zo’n twintig jaar 'gewoon actieve mensen', maar ook topsporters uit het turnen, wielrennen, inlinen en vooral het schaatsen. Het bijdragen aan iemands doel door een beweging niet alleen pijnvrij, maar ook efficiënter te maken, vindt hij het mooiste aan zijn vak. “Ik hou niet van spelletjes, maar wel van puzzelen”, zegt hij met een grijns. “Soms gaat het om heel kleine dingen. Dan probeer je erachter te komen op welke plek in het lichaam precies het probleem zit waardoor het hele systeem vastloopt. Juist die puzzel vind ik interessant.”
Om die puzzel beter te begrijpen, verdiepte Lubbers zich in verschillende methodes. Bijvoorbeeld Redcord, een behandelmethode waarbij met touwen zwakke schakels in spieren en bewegingsketens worden getraind. Maar ook dry needling, mobilisatietechnieken en later het werken met een klein hamertje. Juist dat hamertje werd bij het grote publiek ineens bekend toen camera’s hem in Milaan op de boarding bij Jutta Leerdam vastlegden. “Als iets niet goed beweegt, dan geven we er een tik op. Door die impuls gaat een gewricht weer meebewegen zoals het zou moeten”, legt Lubbers uit.
Dat er vervolgens zoveel reuring ontstond rondom dat moment tijdens een training op de boarding in Milaan, verbaasde hem. “Ik vond het grappig dat het zo groot werd gemaakt”, zegt hij. Er werd volop gespeculeerd over blessures en over de vraag wat hij precies met dat hamertje deed. Ook het feit dat Jutta Leerdam zich volledig op haar race wilde focussen en de media even afwees, zorgde voor discussie. Zelf voelde Lubbers weinig behoefte om zich daarin te mengen. “Het gaat dan heel snel specifiek over de klacht van de sporter”, zegt hij. “En daar ga ik niks over vertellen.”
Wanneer hij over de afgelopen olympische periode praat, wisselen trots, dankbaarheid en blijdschap elkaar zichtbaar af. Het is duidelijk dat hij intens genoten heeft van alles wat er in de wintermaanden gebeurde. “Het is super gaaf om op deze manier met een sporter op de Olympische Spelen te komen”, zegt hij. Vooral het teamgevoel is hem bijgebleven. “Uiteindelijk draag je het met z’n allen”, zegt hij. “En daarom was dit hele traject natuurlijk ook zo geweldig.”
Dat kleine team rondom Jutta Leerdam voelde voor Lubbers soms als 'een soort gekkenhuis'. En hij bedoelt dat liefdevol. Hij gaat rechtop zitten, maakt met zijn handen een soort kommetje alsof hij alle persoonlijkheden even bij elkaar wil houden, en begint dan één voor één de namen op te noemen.
“Kosta. Daniel. Thomas. Jutta. Ikzelf. Frank. Wilma.” Bij iedere naam wordt zijn glimlach breder, alsof hij duidelijk probeert te maken: zie je het voor je? “Allemaal mensen met hun eigen bijzondere genialiteit”, zegt hij uiteindelijk. “Maar iedereen vertrouwde blind op elkaar. Zonder dat iemand iets wilde claimen of zichzelf belangrijker wilde maken dan het geheel.” Werken in de topsport vraagt volgens Lubbers sowieso om een bepaald type mens. “Je moet een kronkel hebben”, zegt hij lachend.
Noot van de redactie: Lubbers doelt op coach Kosta Poltavets, performance coach Daniel Greig, materiaalman Thomas Geerdinck, orthomanueel therapeut Frank Versélewel de Witt Hamer en masseur Wilma Schellingerhoudt.
Samen met nog een aantal belangrijke krachten achter de schermen groeide dat kleine, gedreven collectief toe naar een race waarin alles moest kloppen. In Inzell, een paar weken voor de olympische 1000 meter, voelde Lubbers hoe het team steeds dichter bij iets groots kwam. “Je zag dat alles beter begon te lopen”, zegt hij. “Iedere training viel er weer iets op z’n plek. Toen dacht ik echt: what the fuck, hoe goed is dit?”
Toch was de olympische periode niet zonder uitdagingen. Achter het vertrouwen en de rust die Lubbers uiteindelijk uitstraalde, zat ook spanning. “Met het OKT had ik echt stress”, geeft hij eerlijk toe. “Toen ze viel bij de 1000 meter, moest die 500 meter gewoon goed. Die druk voelde je aan alles.”
Zijn onrust bleef niet onopgemerkt bij Jutta Leerdam. “Op een gegeven moment zei ze: ‘Aernout, nu even wat minder, deze energie is niet goed.’” Lubbers moet er achteraf om lachen, maar nam het wel serieus. “We hadden vanaf het begin afgesproken: als er irritaties zijn, spreken we die direct uit.”
Dus ging hij aan de slag met zijn eigen spanning. Richting de grote wedstrijd zocht hij naar manieren om zijn rust te bewaren: ademhaling, muziek, wandelen, sporten. “In Inzell liep ik ’s ochtends vroeg door de sneeuw”, vertelt hij. “Om mijn eigen stressniveau laag te houden. Want op zo’n wedstrijddag moet ik rust uitstralen. En vertrouwen dat het goed is.”
Dat lukte. Op de dag van de olympische 1000 meter voelde hij ineens dat hij het los kon laten. “Alles was gedaan. Alles was gecontroleerd”, zegt hij. “In de tweede bocht wist ik dat het ging lukken. Het klopte volledig. Haar versnelling, haar timing, haar slag. Alle aandachtspunten waar we mee bezig waren geweest, vielen daar samen.” Waar coach Kosta Poltavets de rit omschreef als een kunstwerk, omschrijft Lubbers het als een ingewikkelde formule die eindelijk exact uitkwam. “Je zag: dit is de dag.”
Na afloop van het traject sprak Jutta Leerdam in persoonlijke woorden haar waardering en dankbaarheid uit naar hem en het team voor hun rol richting olympisch goud. Voor Lubbers zit precies daarin de echte voldoening van zijn werk. "Ik hoef niet van de daken te schreeuwen dat ik geholpen heb”, zegt hij met een glimlach. “Het team en ik weten wat er gebeurd is en wat mijn aandeel daarin is geweest. Dat vind ik veel waardevoller.”