“Ik heb er heel veel zin in”, zegt Dijkhuizen over haar tweede Junior Grand Prix van het seizoen. Op donderdag rijdt ze haar korte kür, twee dagen later volgt de vrije kür. “Ik kijk er vooral naar uit om weer een Junior GP te rijden en te proberen heel goede küren neer te zetten.” Het wordt haar eerste bezoek aan Georgië.
Aan haar programma verandert ten opzichte van haar eerdere Junior Grand Prix niet veel. “Ik heb wat sprongen omgewisseld, maar verder is alles precies hetzelfde.” Eén getal zit daarbij nadrukkelijk in haar hoofd: 160. Dijkhuizen wil dit seizoen de grens van 160 punten doorbreken. Batumi zou daarvoor een mooi moment zijn. “Dat is wel het doel, ja.”
De eerste internationale krachtmeting van het seizoen bracht Dijkhuizen naar China. De entourage maakte indruk. Een groot stadion, veel publiek en volop aandacht voor de junioren. “Ik hoorde dat zoiets vaak bij wedstrijden voor senioren gebeurt. Ik vond het heel leuk dat ze dat ook een keer voor de junioren deden.”
Vooraf zorgde het grote stadion voor extra spanning. “Ik was heel erg zenuwachtig, omdat er zoveel mensen waren.” Eenmaal op het ijs verdwenen die zenuwen en kon Dijkhuizen zich concentreren op haar kür. Helemaal volgens plan verliep de wedstrijd niet. In zowel haar korte als vrije kür mislukte de beoogde triple-triple-combinatie. “Daar baalde ik natuurlijk van, maar over de rest was ik tevreden.”
Dat Dijkhuizen tegenwoordig de wereld over reist voor haar sport, begon met een toevallige uitnodiging. De paarden van haar familie stonden met die van de buren in de wei. Zowel Lucca als haar buurvrouw reed paard. Toen de buurvrouw wilde leren kunstschaatsen, besloot ze proeflessen te nemen. Ze vroeg de vijfjarige Lucca een keer mee. "Ik vond het wel leuk,” blikt Dijkhuizen nuchter terug. Op de ijsbaan viel haar aanleg al snel op. Van het een kwam het ander.
Inmiddels is vooral springen haar handelsmerk. Haar moeder omschrijft haar lachend als een ‘springkanon’. Dijkhuizen zelf kijkt graag naar Alexandra Trusova, die bekendstaat om haar viervoudige sprongen. “Ik wil later ook graag quads springen.”
Dijkhuizen werkt al enkele jaren samen met coach Thomas Kennes. Vooral technisch leert ze veel van hem. “De manier waarop hij werkt, past heel goed bij mij. Hij begrijpt me.” Hun samenwerking biedt ook ruimte voor plezier. “Hij kan streng zijn als het nodig is, maar hij kan ook grappig doen.”
Naast de technische ontwikkeling wil Dijkhuizen steeds meer laten zien wie ze op het ijs is. Haar korte kür rijdt ze op muziek uit de film Rio 2. Voor haar vrije kür koos ze dit seizoen met choreografe Eva-Lotta Kiibus voor Cruella. Juist dat programma voelt als een goede match. “Ik ben niet de meest sierlijke”, vertelt Dijkhuizen. “Met Cruella kan ik scherp, strak en mooi zijn.” Ook technisch is een stap gezet. Zo voert Dijkhuizen in een van haar sprongseries na een triple lutz twee dubbele axels uit. “Ik ben op mijn lange kür het meest trots. Hij past meer bij me, dus lukt het me ook beter om hem over te brengen.”
Haar wedstrijdpakje voor Cruella ontwierp Dijkhuizen deels zelf. Met Kiibus en Leah Zadoks, die haar wedstrijdkleding maakt, ontstond een zwart-wit-roodontwerp met stippen en veel glitters. Een bijzonder detail maakt het pak extra persoonlijk: aan haar middel is een stukje krant verwerkt, geïnspireerd op een krantenartikel uit de film. Dat werd speciaal aangepast met foto’s en teksten over Dijkhuizen. “Je ziet het haast niet”, vertelt haar moeder, “maar wij weten allemaal dat het erin zit. Dat maakt het juist zo grappig.”
Over de vraag wat haar grootste droom is, hoeft Dijkhuizen niet lang te overdenken: “de Olympische Spelen.” En 2030? Ook daar durft ze al aan te denken. “Dat zie ik wel zitten.” Eerst wacht Georgië. Met twee kansen om te laten zien dat het ‘springkanon’ klaar is voor haar volgende internationale stap.