Het bovenlijf van Blokhuijsen glinstert in de zon. Zweet rolt in dikke druppels over zijn huid als hij nog eens alles geeft in de zware oefeningen waaraan coach Jan van Veen zijn ploeg onderwerpt. Niet vreemd, want de temperatuur op Tenerife stijgt in de ochtenduren al snel naar het kookpunt. Zeker in de arena waarin de Corendon-rijders werken. "Kijk", zegt Blokhuijsen met een hoofdknik richting zee. "Allemaal glas. Die wind van zee komt hier nooit. Bloedheet dus."
Het post-olympisch jaar valt hem tot nu toe niet eenvoudig, vertelt Blokhuijsen even later, als hij zich met een fles water in de schaduw van een parasol heeft genesteld. "Het was echt een lang jaar, ook qua spanningsniveau. Ik had in mei echt problemen met opstarten, merkte dat de Spelen de laatste twee jaar wel iets van me gevraagd hebben."
Hij zwijgt kort, lijkt wat woorden af te wegen. "Eigenlijk wilde ik het nu even iets rustiger aan doen. Zeker in het begin was ik er nog niet aan toe mezelf weer af te peigeren. Ik dacht het allemaal dit jaar even wat minder nauw te nemen, ook met eten. Vorig jaar had ik die taart echt niet aangeraakt", zegt hij over het flinke exemplaar ter gelegenheid van de verjaardag van Robert Bovenhuis. "Maar nu vreet ik af en toe lekker mee."
Blokhuijsen kent echter zijn verantwoordelijkheden. Weet dat zijn positie binnen de ploeg een bepaalde verantwoordelijkheid met zich meebrengt. "Ik ben kopman. Deel dat nu misschien met Koen Verweij, maar dat neemt niet weg dat ik wel de kar moet trekken. Ik wil het zo nu dan misschien wat rustiger aan doen, maar er zijn ook mensen binnen de ploeg die magere jaren hebben gehad en voor wie er juist nu veel van afhangt. Die moeten nu laten zien wat ze kunnen. Tegenover die ploeggenoten kan ik het niet maken een stap minder te doen. Daarom benader ik alles misschien iets relaxter en leg ik mezelf wat minder druk op, maar ik train wel keihard."
Voor het eerst in zijn loopbaan heeft Blokhuijsen een volledige olympische cyclus achter de rug. Natuurlijk, in Vancouver was hij erbij, maar maakte hij niet het hele traject mee. "Dit was anders. Vermoeiender." Twee tellen later valt het woord ‘sabbatical’. Blokhuijsen is eerlijk: "Ik verbaas me erover dat niet meer mensen gewoon eens een jaartje er tussenuit stappen. Ik zou het zelf wel eens willen. Andere dingen doen. Gave dingen, die je in een sportjaar niet kunt doen. Ik zou misschien gaan hiken in zo’n onherbergzaam gebied als de Andes of de Himalaya. Weet je, je moet als schaatser altijd rekening houden met je lichaam. Dat een keertje loslaten lijkt me lekker. Of misschien ook een jaar iets anders doen. Shorttrack, marathon, een zomertje inline-skaten, zoiets. Iets waarvoor je jezelf nooit de tijd gunt om dat uit te proberen."
Moeilijk, beseft hij zelf. "Maar zo na de Spelen sta je daar wel bij stil. Wat zou ik missen als ik er een jaartje uit stap, denk ik dan. Je hebt daarna nog drie jaar tot de volgende Spelen. Ik denk echt dat het helemaal niets uitmaakt, dat je er misschien zelfs beter van wordt. Ik ben 25 jaar, sport mijn hele leven al. Dat ben je niet in één keer kwijt. Probleem is dat je nu een goede ploeg om je heen hebt, een goed salaris verdient. Waarom het risico nemen dat je niet meer kunt terugkomen op die plek? Maar het houdt me wel bezig."
Hij merkt ook dat sinds Sotsji zijn status is veranderd. Er is best wat op hem afgekomen. "Ik ben niet van een duikplank gesprongen", zegt hij lachend, "maar ik krijg wel veel aanvragen." Verder hebben de Spelen ook iets met hem zelf gedaan. "Ik heb zo lang gedroomd van die olympische medaille. Dat is waarvoor ik ben begonnen. Maar die plak verandert helemaal niets. Natuurlijk, de prestatie blijft me altijd bij en ik word er om herinnerd. Maar ik ga er echt niet harder van rijden. Ik moet straks weer gewoon schaatsen, net als ieder ander. In die zin ben ik weer helemaal terug bij af. Dat is wel een soort van eye-opener."
Sinds twee maanden heeft hij gezelschap van Verweij, die man met wie hij in zijn jeugd veel tijd doorbracht. Samen reden ze op inline-skates bij Radboud in Medemblik, waar in het clubhuis hun namen nog steeds zijn terug te vinden in de eregalerij. "Ik ken hem inderdaad al heel lang, maar als schaatsers hebben we maar een jaartje bij elkaar in de ploeg gezeten, in Jong Oranje."
Blokhuijsen is blij met de komst van de wereldkampioen allround. Hij drong zelf ook aan op versterking in een gesprek met Corendon-directeur Atilay Uslu en trainer Jan van Veen. "Met Sjoerd de Vries hebben we al meer kwaliteit gekregen en Koen is natuurlijk ook een absolute meerwaarde. Ik vind het perfect. Lekker als je tegenstand krijgt, als iemand je achter je broek aan zit of op het ijs even hard onderdoor komt. Dat houd je wel scherp en dat is wat ik vorig jaar een beetje gemist heb."
Verweij is ploeggenoot, maar ook concurrent. Hij heeft wat Blokhuijsen graag wil: de wereldtitel allround. "Ik weet dat ik het in me heb die te pakken, ik moet het er alleen uit krijgen." Blokhuijsen denkt dat hij daarvoor iets te lang op de lange afstanden heeft getraind. "Terwijl ik van nature iets meer een sprinter ben. Daarom wil ik dit jaar wat meer 1000 en 1500 meters rijden. Op die laatste afstand wil ik zelfs graag naar de World Cups. Als ik daar stappen zet, win ik tijd die ik op de lange afstanden niet meer hoef terug te halen. En daar kunnen Koen en Sjoerd me mooi bij helpen."
Blokhuijsen heeft daarbij nog één probleempje te overwinnen: hoe kan hij zijn kracht vertalen op het ijs. Dat houdt hem behoorlijk bezig. "Fysiek zou ik bijvoorbeeld een heel goede 1500 meterrijder moeten zijn. Op de fiets, in wattages en minuten, rijd ik alle gasten in de ploeg helemaal naar huis. Ook met krachttraining, squatten en voorslaan ben ik de sterkste. Alleen op het ijs, tja. Schaatsen is dan toch heel anders dan andere sporten. Kijk naar Bob de Jong, daar heb ik een jaar mee getraind bij VPZ. Ik snapte daar echt niets van. In de zomer kon hij helemaal niets, maar hij schaatste wel superhard. Dat heeft me ervan overtuigd dat schaatsen ook gewoon een trucje is. Een kunstje. En dat moet ik ook kunnen."