Want zo is de situatie wel, met alleen nog de relay voor de mannen en de 1500 meter die de vrouwen vrijdag rijden. Jens van ’t Wout had al plaats genomen op de troon als de koning van de spektakelsport, dankzij de op soevereine wijze behaalde olympische titels op zijn ‘mindere nummers’ 1000 en 1500 meter; hij deed er woensdag zowaar nog een derde duit van bronzen kleur bij door op de 500 meter als derde te finishen. De Milano Ice Skating Arena was opnieuw een sfeervol ijspaleis waar de Nederlandse schaatsvorst zich op zijn gemak voelde, omringd door vele landgenoten in het herkenbare oranje. Zij gaven vanaf de kwartfinale het spreekwoordelijke zetje in de rug van Van ’t Wout, maar net zo goed in die van zijn broer Melle en Teun Boer. Ook zijn slalomden zich, al dan niet geholpen door tegenstanders die te gretig waren en zich vergaloppeerden, naar de eindstrijd.

Een even gedroomde als ongelooflijke samenstelling van de finale, met drie Hollanders en twee kerels van Team Canada. Om en om opgesteld op de startlijn - Jens, wereldkampioen Dubois, Boer, Dandjinou en de jarige Melle - was het publiek bij voorbaat verzekerd van een amper veertig seconden durende kamikazeshow.

“De 500 meter is een kwestie van zo hard mogelijk starten en rijden tot aan de finish, veel meer valt er dan niet te doen”, zo had de 24-jarige import-Fries Jens van 't Wout in de aanloop de opdracht voor zichzelf eenvoudig samengevat. Dat het in de praktijk vaak genoeg heel anders uitpakt, bewijzen de cijfers van de World Tour. Deels door ziekte, maar ook een gebrek aan vorm kwam Jens niet een keer op het podium van de kortste afstand. In Dordrecht werd hij vierde, en eerder op de thuisbaan van Dandjinou - een van zijn meest geliefde ‘speelkameraden’ uit het circuit – pakte hij een vijfde plek mee. De Noord-Amerikaan kende een score van bijna honderd procent (drie zeges op vier races).

Dubois vertrok als een raket, Jens nam plek twee in, achtervolgd door de andere drie. Toen Dandjinou hopeloos in de fout ging, Boer daarbij onreglementair attaqueerde en zichzelf sowieso uitschakelde voor een prijs(je), lag de weg vrij voor de man met wie niemand rekening had gehouden: Melle van 't Wout. Hoewel hij nog aandrong in de slipstream van de ontketende Dubois, hield de kleine bebaarde artiest de deur dicht. Maar die zilveren medaille was voor Melle misschien nog wel iets groters dan de drie medailles die zijn jongere broer bij elkaar heeft geschaatst. Wild van vreugde vielen de broers elkaar om de nek. Dit scenario had niemand voor mogelijk gehouden.

De derde individuele hoofdprijs op de Spelen voor Jens van 't Wout zou een uniek wapenfeit hebben betekend, want in shorttrack trekken bijna nooit dezelfde atleten aan het langste eind. Sinds deze discipline op het olympisch programma staat (sinds 1992) wist niemand de trilogie te realiseren. Van ’t Wout bijna, en op een heel simpele manier: door keer op keer de schaatsen onder te binden en alleen te denken wat houd ik hier toch veel van. Al hoeft geen mens te twijfelen aan zijn plichtsbesef, inzet en toewijding die eraan vooraf zijn gegaan en de basis vormen van zijn prachtreeks in Milaan.

Jens en Melle vol ongeloof
Ongeloof in tweevoud: twee broers samen op het podium van de Spelen op de 500 meter. | Foto: TeamNL/ ANP - Sem van der Wal

In de wondere, maar vooral onvoorspelbare wereld van shorttrack kun je vandaag een kampioen zijn die morgen al niet meer meetelt. William Dandjinou zal het beamen. De lange Canadees die deze winter de World Tour naar zijn hand zette en speelde met zijn concurrenten, mag blij zijn dat hij De Winterspelen niet helemaal met lege handen verlaat. Op de mixed team relay was er zilver voor Canada, achter het verrassend sterke Italië. De slotfase van de 1000 meter brak Dandjinou op; leeggereden zag hij hoe Van ’t Wout hem voorbijstak, gevolgd door nog twee anderen (vierde plaats). De 1500 meter liep nog minder af: vijfde. En de penalty die hij na de video-review ontving, was de ultieme domper.

“Ik had me er veel meer van voorgesteld”, erkende hij. Ondanks zijn persoonlijke malaise van de voorbije anderhalve week had hij veel lof voor het Nederlandse goudhaantje. “Jens’ uitslagen verbazen me niet. Ik ken hem onderhand zeven jaar, want zo lang komen we elkaar geregeld tegen rond de competities. Onze benadering van de races lijkt veel op elkaar; het belangrijkst is dat we ervan kunnen genieten door elkaar uit te dagen om een spel te spelen. Ik moet voor nu tevreden zijn met het zilver van de gemengde aflossing. Zowel Jens als ik heb het geluk dat we jong zijn en minstens nog twee Spelen mee kunnen. Er komen dus nog voldoende gelegenheden om de strijd aan te gaan.”

En al vlug op een ook niet onbelangrijk toernooi: het wereldkampioenschap in zijn home town Montréal…