Tranen. Nog meer tranen. “Ik denk dat hij nu nog staat te janken bij de persconferentie”, zei Johan de Wit glimlachend. De Noord-Hollander van 46 uit Bergen was inmiddels weer de doordacht pratende schaatsexpert, maar een uur eerder was hij ook echt niet aanspreekbaar geweest door het even onverwachte als prachtige en verdiende succes voor de ‘mijlman’ uit Azië. Die promoveerde met good-old Kjeld Nuis zijn rit (nr. 13) in het programma van vijftien paren tot het hoogtepunt van een verder niet zo bijzondere namiddag in het Milano Speed Skating Stadium.

Met de 1.41,98 zette de 26-jarige atleet zoveel druk op de duo’s die na hem en Nuis aan de beurt waren dat allen bezweken. Ja, inclusief de onklopbaar geachte Jordan Stolz die na een beroerde opening al naar de hoofdprijs leek te kunnen fluiten. Bij de machine uit de Verenigde Staten weet je het nooit: de aanwezigheid van Duits bloed in zijn familie wordt immers dikwijls geassocieerd met nooit opgeven, wat vooral bekend is uit de voetballerij. Stolz capituleerde ook niet echt; hij kon deze keer echter niet voldoende snelheid uit zijn turbodijen rammelen om nog onder Nings tijd door te kruipen. Dat lukt hem wel bij Nuis (1.42,82), al was het verschil nipt: 1.42,75.

Waar Nuis zich op voorhand zeer content had getoond met de start in de buitenbocht, hamerde De Wit tijdens de voorbereiding op het voordeel dat zijn pupil pas daarna zou hebben. “Kjeld startte buiten, had dus twee buitenbochten achter elkaar om snelheid te maken. Daarna heb jíj twee buitenbochten, wat nog voordeliger is om je topsnelheid vast te houden. En het maakt niets uit als Kjeld op dat moment een stukje voor je uit rijdt. Uiteindelijk doet zich de kans voor om naar hem toe te springen”, aldus de Nederlander.

Ning schreeuwt het uit bij de huldiging
Zhongyan Ning gebruikt het laatste beetje lucht om zijn zege extra glans en geluid bij te zetten. | Foto: Orange Pictures

Zoals gezegd ging het ook. “Daarom waren wij blij met de start op de binnenbaan. Dit doet veel met me”, liet hij erop volgen. Wat heet, de taferelen die zich kort na de schitterende apotheose voordeden langs de baan en op het middenterrein, benadrukten dat. Terwijl Ning, compleet uit het veld geslagen door zijn magistrale triomf, een Chinese vlag in zijn handen kreeg gedrukt en werd gesommeerd een ererondje te schaatsen – en vervolgens nog een –, moest De Wit bij herhaling de tranen uit zijn ogen wrijven. Beklijvend was het moment dat zijn vroegere assistent in Azië, Dennis van der Gun, hem om de hals vloog, Gerard van Velde daarna zijn kans schoon zag om hem uitgebreid te feliciteren en fysiotherapeut Johan Methorst hem als derde in een halve wurggreep nam. Hij mag dan al een seizoen of tien ver van onze westerse wereld zijn schaatsevangelie prediken, men is hem niet vergeten.

Aansluitend nam De Wit een minuutje voor zichzelf om in stilte te genieten. Hij zette zich op een bankje in het vak van de coaches waar niemand meer was en verborg zijn gezicht achter zijn handen. Ning had weliswaar voor de schaatsstunt op het ijs gezorgd, maar zonder de teugels die De Wit de afgelopen jaren soms strak en soms juist wat losser had laten vieren, was dit nooit gelukt.

Hoe Ning volgend seizoen verdergaat, is een vraag. De Wit, in feite in dienst van de Japanse grootheid Miho Takagi (die vrijdag een gooi doet naar olympisch goud op de 1500 meter), weet al maanden dat het door hen opgezette Team Gold stopt. Hij keert sowieso terug naar Nederland, in afwachting van wat er op zijn pad komt. “Daarom is dit een goed moment om zo’n overwinning te pakken”, sprak hij met een knipoog. De naam van Stolz viel. Hoewel de Amerikaan zich niet liet vangen, bleven De Wit en zijn assistent beweren dat hij te verslaan zou zijn.

Zhongyan Ning onderweg naar goud
Ning onderweg naar goud. | Foto: Orange Pictures

“Als iemand zo hard kan schaatsen, kan een ander dat ook. Daar gaan we voor, heb ik steeds gezegd, het hele jaar door. Hij gaat er een keer aan. Wanneer je het elke keer weet op te brengen aan de start te verschijnen met dat idee, dan moet je het blijven proberen. Dat heeft Ning gedaan. Ongelooflijk knap. Want de meeste concurrenten van Stolz krijgen vroeg of laat een klap en beginnen te denken: die kerel is niet te verslaan. Zhongyan heeft dat niet. Hij hoorde dat hij tegen Kjeld moest rijden. ‘Yes, Kjeld’, riep hij verheugd. Anderen denken: Shit, Nuis. Dat is net wat anders.”