Al op de 500 meter maakte de Tsjechische indruk. Ze verbeterde zichzelf met een kwart seconde op de afstand die haar het minste ligt. Ze beperkte daarmee de achterstand op Wüst tot een minimum.
Na de eerste afstand wist Wüst dat er maar een ding op zat: erin vliegen. “Het was alles of niets. Op een WK moet je met lef durven rijden. Je moet vechten voor wat je waard bent”, stelt Wüst. “En met een laffe drie kilometer win je sowieso niet.”
En dus ging ze van start als een raket. Ze speelde zelfs nog met de gedachte van een nationaal record. Die hoop hield ze de eerste drie rondes nog vast, maar moest er daarna snel afscheid van nemen. “De laatste drie rondes waren heel zwaar. Ik kwam de man met de hamer goed tegen.”
Ze moest zo diep in haar reserves tasten dat ze het tijdens haar race in ademnood kwam. Dus frummelde ze tot twee keer toe aan de rits van haar schaatspak. “Ik kreeg geen lucht meer. Ik had het zo heet, man”, verzucht ze. “Ik was alleen maar aan het overleven. Ik dacht niet meer aan een tijd. Het was alleen: het ene been voor het andere.”
Het bleek niet genoeg voor een tijd onder de vier minuten. Dat verbaasde de vijfvoudig wereldkampioene. “Vorig jaar reed ik hier bij de World Cup met een poeprace 3.59.”
De conclusie dat de wereldtitel al aan haar neus voorbij is gegaan, onderschrijft Wüst niet. “Ik concludeer niets tot na de 5000 meter van morgen. Ik zal vechten en het beste uit mezelf halen”, zegt ze strijdbaar.
Tegelijkertijd kan ze niet ontkennen dat het een teleurstelling is dat ze niet haar gewenste niveau haalt in Canada. “Dat is wel frustrerend. Zeker als je bekijkt dat ik vorig jaar in Heerenveen vergelijkbare tijden reed. Ik ben niet blij met 38,7 en 6,00.”
“Ik had gehoopt op meer, maar ik kan mezelf niets verwijten”, aldus Wüst. “Ik heb gestreden en ben gestrand.”