Ogenschijnlijk gemakkelijk sleepte Wüst haar eerste allroundtitel sinds 2009 in de wacht. Maar zo eenvoudig was dat niet, benadrukte ze. “Van tevoren lijkt iedereen te denken dat ik die titel wel even zal ophalen, maar ik mag ook geen steken laten vallen en moet gefocust blijven.”
Toch kon ze op de afsluitende 5000 meter met relatief gemak rijden, want haar voorsprong was riant. “Ik kon lekker rijden met de wetenschap dat ik een tijd van 7.20 moest rijden”, zei ze. “Ik hoefde niet tot het gaatje.”
Tegelijkertijd wilde ze zich er niet gemakkelijk vanaf maken. “Ik wilde een solide vijf kilometer rijden voor het EK. Daar heb ik straks toch met Martina Sablikova te maken.”
Dat het dit NK-weekend relatief gemakkelijk liep besloot Wüst sowieso naar het EK in Tsjeljabinsk te gaan. “Als ik dit weekend helemaal tot het gaatje had moeten gaan, was ik misschien niet gegaan.”
Daarbij speelde mee dat haar ploeggenote Jorien Voorhuis zich ook voor het EK plaatste. “Het was de keus: of een kwalitatief trainingskamp, of het EK en omdat Jorien en mijn coaches ook naar Rusland gaan, wordt het het EK.”
Voor Wüst betekende het NK een mooie afsluiter van het beste jaar uit haar carrière, waarvan de drie kilometer in Sotsji het absolute hoogtepunt vormde. “Er werd toen bijna zo gedaan alsof het een NK was. Of ik die titel wel even in zou koppen. Ik voelde daar enorme druk door. En toen het lukte was de ontlading geweldig.”
En hoewel Wüst als schaatsster het olympisch jaar eigenlijk al heeft afgesloten en in een volgend jaar zit werd ze de afgelopen maanden een aantal keer op een aangename manier aan haar topprestaties in februari herinnerd. Ze werd door het IOC uitgeroepen tot beste sportster van de Winterspelen en werd tot sportvrouw van het jaar uitgeroepen door Reuters.
“Dan staat op een doodgewone donderdagavond ineens de telefoon roodgloeiend omdat je in een verkiezing van Reuters Serena Williams verslagen blijkt te hebben”, lachte ze.
Ook de prijs van het IOC, die ze in Bangkok uitgereikt kreeg, deed haar veel. “Dat zijn kippenvelmomenten.”