Dat Wories het moest doen met een vijftiende plaats op de Nebelhorn Trophy van afgelopen weekend zit haar niets eens dwars, maar wel de manier waarop. “Mijn korte en mijn lange kür gingen allebei niet goed qua techniek. Ik kwam niet in de buurt van wat ik kan.”

En dat terwijl het kunstrijtalent deze zomer juist zo hard gewerkt had aan haar techniek en aan een nieuwe kür. “Het was de eerste keer dat ik deze kür in wedstrijdverband reed”, vertelt ze.

Dat zou een excuus kunnen zijn, maar daar wil Wories niet aan. “Er zijn sommigen die zeggen: ‘het is je eerste keer, dan is het logisch dat het niet zo goed gaat’. Maar ik vind dat niet. Foutloos was misschien niet mogelijk geweest, maar zo slecht was niet nodig geweest.”

Het liefst had ze de jury omvergeblazen met haar nieuwe kür, maar het lukte haar niet de sprongen goed uit te voeren. Meermaals lukte het niet om voldoende rotaties te laten zien en in de vrije kür van zaterdag kwam ze bij haar laatste sprong zelfs ten val.

“Ik ben heel teleurgesteld, maar het is nu niet anders”, zegt ze. “Maar het is niet zo dat ik nu denk: ik stop ermee. Sterker nog, ik ga nu weer extra hard werken.”

Een lichtpunt voor de negentienjarige kunstrijdster was de waardering die ze voor haar presentatie kreeg. “Normaal gaan je punten voor presentatie omhoog als ook je technische score goed is, maar nu was het gat tussen de technische score en mijn presentatie heel groot. Dat betekent dat ik mijn presentatie wel goed had gedaan. Dat is een vooruitgang.”

Over vier weken wacht de volgende wedstrijd en dan wil Wories een betere indruk maken en bovendien voldoen aan de limiet voor het EK. Op basis van vorig seizoen heeft ze die voor de ISU al gehaald, maar voor uitzending door de KNSB dient ze nogmaals aan de selectie-eisen te voldoen.