Kijk naar buiten en je beseft: de lente is in het land! Dat is voor velen een feest, maar natuurijsmeesters moeten dan even slikken. “Ik hoop dat we nog ergens een dagje open kunnen, maar voorlopig ziet het daar niet naar uit”, beseft Hendrik van Prooije, natuurijsmeester van de Winterswijkse IJsvereniging. Hij is de drijvende kracht achter de combibaan, waarop ze sinds 2020 letterlijk over één nacht ijs kunnen gaan.

De winter van 2025-2026 was er weer één die de liefhebbers van schaatsen op natuurijs afdoen als een kwakkeleditie. Het KNMI omschrijft hem als ‘zacht’ met hogere temperaturen dan gemiddeld, veel sneeuw en gladheid en minder vorstdagen dan gemiddeld (31 in plaats van 35). Van een Friese Elfstedentocht, voor de laatste keer verreden in 1997, konden we deze winter alleen maar weer dromen...

In Winterswijk braken ze echter een record: de natuurijsbaan kon op maar liefst 22 dagen open. Op twintig dagen was het publiek ook echt welkom om te schaatsen, twee dagen waren gereserveerd om de eerste marathon op natuurijs te houden. “We draaien nu onze zesde winter, in andere jaren waren we minimaal negen en maximaal dertien dagen open. We hebben dus echt weer een grote stap gezet”, zegt Van Prooije.

Hendrik van Prooije (r) en WIJV-voorzitter Auke Spijkstra. "Wat wij doen is een combinatie van wetenschap en boerenverstand." | Foto: Carl Mureau

In de media, die al vanuit heel de wereld aandacht besteedden aan WIJV, is vaak gesproken over ‘het wonder van Winterswijk’. Daar halen ze achterin de Achterhoek slechts hun schouders over op. “Dat wonder leeft alleen in het hoofd van journalisten”, zegt Van Prooije. “Wat wij hier doen is een combinatie van wetenschap en boerenverstand, in de goede zin des woords.”

Heel kort samengevat betekent het dat ze in Winterswijk de weersomstandigheden optimaal benutten om een schaatsbaan van natuurijs neer te leggen, zonder op kunstmatige wijze (lees: koeling met machines) warmte aan het water te onttrekken. Nog korter: WIJV slaagt erin om al bij minimale vorst een natuurijsbaan te creëren.

De basis daarvoor werd in 2020 al gelegd: de asfaltbaan met daaronder een isolerende laag schuimbeton, die voorkomt dat warmte uit de grond het ijs doet smelten. Een baanbrede sproeiarm zorgt ervoor dat je de ijsvloer laagje voor laagje kunt opbouwen. Afgelopen zomer kwam de finishing touch: een witte coatinglaag op het asfalt. Die voorkomt dat zonlicht de baan opwarmt, want elke zonnestraal wordt direct weerkaatst. Van Prooije: “Ik had gedacht dat ons dit vijftig procent meer schaatsdagen zou opleveren, maar het effect is nog veel groter gebleken.”

Het verven van de 400 meterbaan werd mogelijk via sponsoring en crowdfunding, want er was ruim een ton voor nodig. Op de krabbelbaan was al geëxperimenteerd met verschillende soorten coating. WIJV koos voor het beste van het beste materiaal, dat in twee lagen zou worden aangebracht. “Maar toen in september de eerste laag erop zat, was het effect zo groot, dat er meer condensatie optrad dan verwacht. De baan bleef te nat om de tweede laag te kunnen aanbrengen. Dat laten we nu komende zomer doen.”

Ze wachten daarmee wel weer zo lang als het kan. Want zo’n witte asfaltbaan blijft niet lang hagelwit, vanwege het stof en vuil dat erop neerdaalt. De reinigingsmachine is er al overheen gegaan. “Ongelooflijk wat voor grijze soep ervan afkomt. En omdat hij vochtiger blijft, vanwege condenswater dat minder snel verdampt, heb je ook meer algengroei. Dus aan iedereen die zijn baan wit maakt het advies: zorg dat je hem schoonhoudt!”

Vanuiit heel het land bestaat belangstelling voor Winterswijk. Van Prooije deelt hier zijn kennis met het Gilde van Natuurijsmeesters. | Foto: Vincent Riemersma

Van Prooije beseft dat ze, in dit oostelijke puntje van Nederland, vaker dan elders profiteren van lage temperaturen en heldere luchten. Bij helder weer heb je meer kans om een natuurijslaag te bouwen dan bij mist of laaghangende bewolking. Van zijn leermeester uit het Zuid-Hollandse De Lier, Wim van den Berg, leerde Van Prooije: “Je mot niet naar de thermometer, maar naar de lucht kaiken!”

Het weer heb je niet in de hand, wel wat je met de omstandigheden doet. Het kunstje van natuurijs maken, hebben ze in Winterswijk knap onder de knie. Dat lukt alleen maar dankzij een enthousiaste, en nog altijd groeiende, groep vrijwilligers. Je moet maar zin hebben om je nachtrust op te offeren om anderen een paar uurtjes schaatsplezier te bezorgen. Niet zelden is de ijsbaan, die ‘s ochtends zo vroeg mogelijk opengaat, rond het middaguur alweer gesloten, omdat de zon te krachtig schijnt.

Van Prooije: “Wij werken met drie shifts per nacht, dat scheelt.” Voordeel in Winterswijk is ook, dat je de zelfrijdende sproei-installatie gewoon vanuit het clubhuis kunt monitoren; je hoeft niet permanent buiten in de kou te zijn om zelf op een trekker rondjes te rijden. Misschien verklaart dat de enorme inzet van vrijwilligers. “Voor de sproeiploeg hebben we deze winter weer vier vrijwilligers bijgekregen.”

Bij deze mannen thuis – vrouwen telt het korps niet – is tijdens Kerstmis wel een vloek gevallen. De vorst was kwam in het land en dus ging bij WIJV alle hens aan dek om op Tweede Kerstdag de eerste marathon op natuurijs te kunnen houden. “Heel bijzonder dat je weer tachtig vrijwilligers in touw hebt en het samen weer voor elkaar krijgt, ook met dank aan onze buren van de voetbalclub FC Trias. Sportief gezien was het hartstikke mooi, maar ik weet wel dat het in sommige huizen geknetterd heeft...”

Het publiek geniet van Natuurijs in Winterswijk
Publiek ziet het marathonpeloton langsrazen in Winterswijk. | Foto: Lotte Bolhuis

Nu de lente is aangebroken, blikt Van Prooije tevreden terug op de voorbije winter. Hij heeft nog wel een wens: “Het zou mooi zijn als we nog één dag open kunnen. Nu zijn we twintig dagen open geweest voor het publiek, dan maken we de drie weken vol.”

Komende zomer of najaar krijgt de asfaltbaan alsnog zijn tweede witte coatinglaag, dan is de combibaan onderhand helemaal af. Of ziet Van Prooije nog meer kansen om de techniek-van-het-natuurijs-maken verder te perfectioneren? “Eerlijk gezegd denk ik dat we de grootste klap nu wel hebben gemaakt”, zegt hij. “Ik zou niet goed weten wat we nog meer kunnen doen, voordat je van kunstijs moet spreken. Waar misschien nog een beetje winst te halen valt, is in het afblokken van luchtstromen, meer schaduw boven je baan en: hoe houd je je baan de hele winter perfect wit?”

Bij het UT Fieldlab in Enschede draait een proef om te komen tot de ideale samenstelling van de combibaan 2.0. Winterswijk heeft hiervoor input geleverd, maar acht de kans klein om van de resultaten te profiteren. Gekeken wordt vooral naar de ideale samenstelling van de asfaltlaag en het isolerende schuimbeton eronder. “Misschien blijkt zoab het best. Wellicht is een asfaltlaag van vijf centimeter beter dan negen. Daar kunnen anderen dan hun voordeel mee doen.”

De KNSB wil graag, verspreid over het land, minimaal twintig combibanen zoals Winterswijk, om zo het schaatsen op natuurijs levend te houden. Vanuit heel Nederland zijn 68 clubs op bezoek geweest in de Achterhoek, wat leidt tot veel initiatieven. In Kerkdriel is deze winter de eerste kopie geopend, de kans is groot dat er meer volgen. Voorlopig blijven ze in Winterswijk koploper: 22 schaatsbare dagen in een kwakkelwinter. Daar kwam geen natuurijsclub bij in de buurt. Van Prooije, met enige onderkoeling in de stem: “Je hoort mij niet te hard klagen.”

Elke maandag komen vrijwilligers bijeen om op en rond de combibaan te klussen, en soms ook om van het zonnetje te genieten. | Foto: Winterswijkse IJsvereniging