Het gebaar van Gary Hekman is inmiddels wel bekend. Koud over de streep kuste de krachtpatser zijn indrukwekkende sperballen. De spieren in zijn benen hadden even daarvoor het werk gedaan. De kracht en de macht van Hekman is voor de rest nauwelijks te breken. Ook erkende sprinters als Berga en Timmerman konden niet op tegen het geweld van de man van Van Werven.

Zo pakte Hekman alweer zijn vierde nationale titel op de marathon. Een aantal dat alleen nog wordt overtroffen door Arjan Smit, die met zeven titels nog op eenzame hoogte staat. ’’Aan dat record ga ik nu natuurlijk wel denken. Al wil ik er dan natuurlijk wel eentje overheen, dus wat mij betreft ben ik halverwege.’’

Hekman verzamelde die vier titels in negen jaar. Met zijn eerste was hij er al vroeg bij. ’’Die pakte ik toen ik zeventien was. Daarna heeft het even geduurd, maar nu gaat het met twee titels op rij natuurlijk opeens hard. Als ik nog negen jaar mee kan, heb ik nog even de tijd voor de volgende vier.’’

Natuurlijk ging het in Achterveld vooral over Gary Hekman. De winnaar trekt immers altijd aandacht. Maar het respect was er vooral ook voor zijn ploeggenoot Crispijn Ariëns. Die schroefde in zijn eentje de amusementswaarde van het NK flink op met een lange solovlucht. Ariëns reed alleen weg en denderde vervolgens ronde na ronde solo door de straten van Achterveld, tot een maximale voorsprong van 22 seconden.

Dat was een iets ander scenario dan de ploeg Van Werven vooraf had bedacht, maar het kwam uiteindelijk wel goed uit. ’’We wilden in het begin heel actief zijn om de wedstrijd zo hard mogelijk te maken, maar toen Crispijn opeens weg was, kwam dat eigenlijk ook goed uit’’, erkende Hekman. Hij hoefde zich met zijn ploeggenoten immers niet meer druk te maken. De concurrentie mocht zich inspannen om de ontketende oud-wereldkampioen terug te halen. ’’Wij hebben gewoon een beetje met onze handen op de rug gereden en gelachen om wat de rest deed.’’

Terwijl het talrijke publiek keer op keer de handen op elkaar bracht voor Ariëns, was in het laatste deel van de koers al wel duidelijk dat de Brabander het niet zou redden. Dat wist Hekman ook. ’’Op het moment dat het verschil terugloopt naar tien seconden, weet je dat het gedaan is. En dan weet je ook dat het een sprint moet worden en dat ik daarin degene ben die het moet doen.’’

Ariëns rekte het lijden van de rivalen nog even, maar gooide uiteindelijk de handdoek in de ring. ’’In de finale wilde ik toch ook weer de sprint aantrekken voor Hekman. Dan moest ik wel weer een beetje fris zijn.’’

Ook die taak vervulde Ariëns met verve. In de finale lanceerde hij Hekman perfect. ’’We hadden afgesproken dat hij de sprint zou aantrekken tot de flauwe bocht net voor de finish en dan naar rechts zou uitstappen’’, vertelde Hekman. Met die strategie was de rest eigenlijk op slag kansloos. ’’Aan de binnenkant kon er niemand tussendoor, aan de buitenkant eigenlijk ook niet. Omdat de finishstraat voor mij ideaal was en ik op maximale snelheid kon doorgaan, kon het bijna niet misgaan.’’

Dat gebeurde ook niet. Hekman kon andermaal de spierballen laten rollen nadat hij het werk van de ploeg had bekroond. ’’Want dit was echt een teamprestatie.’’ De overmacht van het team Van Werven is niet zo groot als vorig jaar, erkende Hekman. ’’Toen wonnen we op één koers na alles. Maar op de belangrijke momenten staat we er nu toch steeds weer.’’ Die verminderde suprematie heeft alles te maken met een andere werkwijze in de voorbereiding op het schaatsseizoen. Hekman: ’’Die gaat soms ten koste van het inline-skaten. Dat is niet anders. Ook bij mij. Ik fiets veel, rij veel koersen en maak veel kilometers. Betekent wel dat ik superfit ben. Momenteel zit ik zelfs onder koersgewicht. Dat voelt geweldig.’’