De eerste stap heeft de achttienjarige Wijfje vorig jaar gezet. Ze werd geselecteerd voor Jong Oranje en toog van Korteraar in Zuid-Holland naar Heerenveen. Een sprong in het diepe voor een zeventienjarig meisje, geeft ze toe. Maar een plek in Jong Oranje vereist nu eenmaal een verhuizing naar het noorden.
"Ik kan me goed vinden in die eis", zegt ze. "Ik was zeventien en soms was het best zwaar, maar het was vooral een hele leuke stap." Bovendien, zo benadrukt ze, worden Jong Oranje-rijders niet aan hun lot overgelaten: er is huisvesting, er wordt gekookt en de nabijheid van ploeggenoten zorgt voor een goede sfeer.
Het allerbelangrijkste voor Wijfje is de rol die het schaatsen sindsdien in haar leven speelt. "Het is nu leven voor het schaatsen in plaats van schaatsen naast het leven", vat ze het samen. Ze is van iemand die schaatst een schaatser geworden. "Het is er daardoor ook alleen maar leuker op geworden. Ik weet steeds beter hoe het moet en ik leer steeds beter wat ik kan."
Vorig jaar was zichtbaar dat ze in het tenue van Jong Oranje grote progressie maakte, aanvankelijk nog in de schaduw van haar ploeggenote Antoinette de Jong. Aan het einde van het lange seizoen waarin de één jaar oudere De Jong debuteerde op de Winterspelen, liet Wijfje echter zien ook De Jong naar de kroon te kunnen steken.
Ze werd wereldkampioene junioren op de 1500 meter. In het Noorse Bjugn verwees ze De Jong naar het zilver op die afstand. Op de 1000 meter en 3000 meter was het andersom en ook op het eindpodium van het allroundtoernooi eindigde Wijfje op de tweede trede, net achter De Jong, maar dat ze veel in haar mars heeft, was meer dan duidelijk.
Dat ze komend jaar zich nog verder zal ontwikkelen ligt in de lijn der verwachting, maar zulke aannames zijn weinig waard, weet Wijfje. "Er zijn wel dingen die ik wil halen, wedstrijden waar ik me voor wil plaatsen. Dat zijn doelen, maar geen verwachtingen. Het kan immers altijd anders uitpakken."
Haar doel voor de komende winter staat voor de vice-wereldkampioene dan ook buiten kijf. "Ik wil Antoinette opvolgen als wereldkampioene. Dat is mijn doel, maar ik verwacht niet dat ik dat zomaar doe. Ik moet daarvoor zorgen dat ik fit blijf en mezelf blijf verbeteren."
Aanvankelijk leek het erop dat Wijfje dit jaar weer met Erik Bouwman als coach aan de slag zou gaan, maar in de zomer bleek dat de bondscoach een contract had getekend bij de Koreaanse schaatsbond. Per direct volgde Jeroen van der Lee, al enkele seizoenen assistent, hem op. "We kregen het twee dagen voor het trainingskamp in Inzell te horen en daar ging Erik al niet meer mee naar toe."
"Het is wel jammer voor ons, maar een mooie kans voor Erik", zegt Wijfje. "Bovendien hebben Erik en Jeroen altijd dezelfde visie gehad. Ze hebben daarvoor lang genoeg samengewerkt." In de praktijk is er daarom niet veel veranderd, legt ze uit. "En Erik is niet van de aardbodem verdwenen. Met Whatsapp en Skype ben je niet ver bij elkaar vandaan. Ik spreek hem dan ook nog vaak."
Onder leiding van Van der Lee verwacht Wijfje zich ook komend seizoen weer te verbeteren en de voortekenen zijn goed. Tijdens een zomerwedstrijd op 25 juli in Inzell noteerde Wijfje op de 1500 meter een nieuw persoonlijk record: 1.57,62.
Het zou dus zomaar kunnen dat Wijfje na De Jong de volgende rijdster van Jong Oranje is die zich met de senioren zal kunnen meten. Dat kan tot hogere druk leiden, maar bang is ze daar niet voor. "Ik heb bij Antoinette gezien wat er gebeurt als je als junior goed rijdt. En ook al reageert iedereen anders op zo'n situatie, ik heb er daardoor wel een beeld van. Ik heb in Antoinette een voorbeeld gehad."