Langebaan
De Nederlandse schaatssuccessen op de Winterspelen hangen ongetwijfeld nog ergens in het verse geheugen, wat de medaillewinnaars van Milaan daarnaast hebben gepresteerd zal onderhand moeten worden gerubriceerd onder de noemer vage herinneringen. Daarom is het leuk het brein wat op te frissen.
Want vergeten we niet hoe goed dat eerste deel van het seizoen was dat Joy Beune - zilver op de ploegenachtervolging in Milaan - draaide? Ze vlóóg in de World Cup, en ook nog van zege naar zege. Zes keer reed ze naar goud, twee keer werd ze tweede en een keer was er brons. Toch was er een vrouw nog effectiever: sprintwereldkampioen en olympisch kampioen Femke Kok. Zij zegevierde in zeven wereldbekers op de 500 meter. Als bonus greep ze de eerste plaats mee op de 1000 meter in Calgary, en een kroon op het snelle werk was het fabelachtige wereldrecord op de sprint (36,09) dat ze in haar tweede internationale wedstrijd van deze winter reed op de baan van Salt Lake City.
Jutta Leerdam beleefde een grillige campagne waarin voor haar een moment ertoe deed: op 9 februari, de olympische 1000 meter die ze op een weergaloze manier in winst omzette, nadat Kok de lat op Duplantis-achtige hoogte (verwijzing naar de wereldrecordhouder polstokhoogspringen, Armand Duplantis) had gelegd in de race voor haar. Verder was de Westlandse schaatsdiva de beste in drie World Cups op de 1000 meter. Dat aantal voegde ook Marijke Groenewoud toe aan haar wereldbekertotaal van zestien zeges. De olympisch kampioen op de mass start, de nummer twee van het WK Allround en de vrouw die bovendien 'even gauw' drie marathons op een rij in de wacht sleepte en op nieuwjaarsdag nog de energie had om de nationale marathontitel te prolongeren, hoeft zich geenszins te schamen voor haar winter.
Antoinette Rijpma - de Jong maakte haar olympische plakkenverzameling compleet in Italië, door tamelijk verrassend de 1500 meter te winnen. Het zilver van de team pursuit was een mooie bijvangst. Ze heeft inmiddels zes medailles van drie Spelen: een goud, twee zilver en drie brons. Tijdens de wereldbekerfase kwam ze twee keer dicht in de buurt van de winst op de schaatsmijl. Op het WK Allround lag ze tot na de 1500 meter keurig op koers voor een medaille; leeggereden als ze was werd de vijf kilometer een deceptie en tuimelde ze terug naar de vijfde plaats in het algemeen klassement. Ze kon er prima mee leven.
Drie keer individueel zilver vermeldde de erelijst van TeamNL op de Spelen, behaald door twee atleten. Merel Conijn miste op een fractie het goud op een knap gereden vijf kilometer. Wat er van haar nog meer in het oog springt? De twee NK-titels op de drie en vijf kilometer, en haar aparte route die ze insloeg richting de Spelen.
Nee, dan Jenning de Boo, goed voor dubbel zilver (500 en 1000 meter), de wereldtitel sprint in eigen huis en het abonnement dat hij had op het podium van de World Cup (zeven keer top-3). Uiteraard, meestentijds viel er niets te beginnen tegen Jordan Stolz; het sierde de Groninger dat hij bleef volharden, er rotsvast van overtuigd dat de grote rivaal een keer zou bezwijken. Mooi dat het gebeurde, onder de mokerslagen van De Boo, in Thialf. Drie van de vier afstanden leverden de eerste plek op, alleen de slot-1000 meter was voor Stolz.
Al eindigde zijn rush niet in een olympische triomf, Kjeld Nuis kachelde in een enerverend gevecht tegen zichzelf, Zhongyan Ning en de latere starter Stolz naar een oogverblindend mooie bronzen medaille. Zo nam hij afscheid van het hoofdstuk Winterspelen, als misschien wel de beste 1500meterspecialist die er ooit heeft rondgereden op bevroren water. Dat onderstrepen zijn uitslagen van de World Cup in de voorbije maanden ook: vijf keer op de startlijn, in vier gevallen bij de beste drie, meestal in het gezelschap van Stolz en Ning.
Tot slot is er good-old Jorrit Bergsma, de onverslijtbare. Zijn bronzen optreden op de tien kilometer vormde een hoogtepunt, niet wetend dat de toegift van nog grotere schoonheid was. Bijna solo jakkerde hij naar de gouden medaille op de mass start, waarbij álle concurrenten op voorhand hadden kunnen vertellen hoe de sluwe, Friese vos het karwei zou aanpakken. De World Cup? Dat bleek zijn speeltuin om zich voor te bereiden op de olympische apotheose. Zijn andere lichtpuntje zat helemaal voorin het seizoen: de Nederlandse afstandstitel op de 10.000 meter.
Wereldranglijst
De Adelskalenderen, de Noorse benaming voor de wereldranglijst van het langebaanschaatsen die in 1928 (dus bijna een eeuwling) het levenslicht zag, heeft bij de mannen vandaag de dag Jordan Stolz als de aanvoerder van de lijst. De Amerikaan staat intussen 123 dagen op kop. De Canadese Cindy Klassen leidt de dans al 8853 dagen - sinds 21 december 2001.
Nog even in de herinnering roepend: de ranking is samengesteld aan de hand van persoonlijke records van schaatsers op de grote vierkamp (500 meter-1500 meter-5 kilometer-10 kilometer, bij de mannen; voor de vrouwen geldt dat er wordt gekeken naar de 500-1500- 3km en 5 km). De beste tijden (in seconden) van die afstanden worden gedeeld door het aantal 500 meters in die afstand. De 500 meter wordt dus gedeeld door één, de 1500 meter door drie, de 5000 meter door tien (vrouwen: 3 km door zes) en de 10.000 meter door twintig (vrouwen: 5 km door tien). De dan verkregen resultaten, in punten uitgedrukt, worden tot op drie decimalen naar beneden afgerond en vervolgens bij elkaar opgeteld. Dat puntentotaal bepaalt wie waar terechtkomt op de Adelskalender.
Stolz en Classen prijken bovenaan, en dat zal voorlopig niet wijzigen. Maar met name de tweevoudig olympisch kampioen van Milaan (500 en 1000 meter) weet dat er nieuwe jagers in aantocht zijn. De Tsjech Metodej Jilek is de voornaamste bedreiging. Verleden seizoen sloot hij af op de 37e plaats, intussen is de tiener opgerukt naar de vierde stek. Sander Eitrem schoof dankzij zijn fenomenale wereldrecord op de vijf kilometer in Inzell op van plaats zeven naar vijf. Zijn landgenoot Peder Kongshaug maakte een flinke sprong voorwaarts: van 16 naar 7. En de Pool Vladimir Semirunniy is de top-10 binnengekomen op 9, vanaf de veertigste plek!
De verschuivingen in de vrouwentabel zijn minder schokkend. Marijke Groenewoud behoorde al tot de beste tien vrouwen; ze is nu van 10 naar 6 geklommen, in haar kielzog gevolgd door wereldkampioen Ragne Wiklund. De Noorse was elfde en is nu nummer 7. Joy Beune wisselde van plaats met Irene Schouten: van 4 naar 3 (en andersom voor de reeds gestopte Schouten).
Shorttrack
Buiten het olympisch shorttracktoernooi schaatste de elite zich dit seizoen gedurende de World Tour warm voor de twee hectische weken op Milanees ijs. De een nam de serie wat serieuzer dan de ander, feit is dat de World Tour net zo'n sterk bezette wedstrijd is als de races op de Spelen of het WK. Bondscoach Niels Kerstholt van TeamNL bleef er wel op hameren dat het zwaartepunt voor zijn ploeg niet in de periode oktober-november 2025 lag. De briljante score van de Winterspelen (zeven medailles) leek dat te bevestigen.... Maar wie stak er bovenuit van Holland, buiten de Canadese tandem William Dandjinou en Courtney Sarault, winnaars van de Crystal Globe (het eindklassement van de World Tour) en ware kannibalen in de medaillejacht van de vier weekends in Montréal (twee), Gdansk en Dordrecht?
Al won Xandra Velzeboer niet heel veel, ze stelde nooit teleur. De 500 meter is het domein waarop ze heerst. Drie van de vier sprints die op het programma stonden, zette ze om in een overwinning. Een bronzen plak op de 1000 meter in het tweede weekend in Montréal zou de enige podiumplek blijven. In kwalitatief opzicht scoorde ze daarmee beter dan de Amerikaanse Corinne Stoddard: die haalde acht keer het ereschavot zonder een keer goud te veroveren. Niemand was echter zo goed als Sarault. Ze deed vier ronden lang aan alle nummers mee, stapte negen keer van de twaalf op het podium en in vijf situaties als laatste (dus goed voor goud). Met de Koreaans tandem Gilli Kim (twee), Minjeong Choi (twee) en de Belgische Hanne Desmet (een) zijn de andere winnaars in een adem genoemd.
Jens van 't Wout presteerde niet best in de World Tour. Hij ving ziek aan, rommelde dikwijls tijdens zijn duels op het ijs en beging dure missers. "Ik was aan het oefenen voor de Spelen en dat is gelukt", zo verzekerde hij een kleine week geleden nonchalant tussen de WK-wedstrijden door vanuit Montréal. Het kan de verklaring zijn voor de schamele resultatenlijst: een keer een overwinning op de 1000 meter, tevens de enige podiumspot. In deze periode moest hij genoegen nemen met een bijrol in het hoofdprogramma waarin Dandjinou niet uit het licht van de schijnwerpers was te slaan en keer op keer de shows regisseerde.
De immer vriendelijke Noord-Amerikaan ving zeven keer de hoofdprijs die uit te shorttracktombola viel, dat is een winstscore van meer dan vijftig procent. De overige matadoren die aan de goede kant van de streep stonden: Van 't Wout (een) Jongun Rim (twee), Pietro Sighel (een) en dé verrassing van de reeks: Andrew Heo uit Amerika die zowaar in Dordrecht de meesters van de sport te slim af was: Dandjinou, Sighel, Van 't Wout en Steven Dubois waren zijn tegenstrevers geweest....
D'r resteert nog een medaillewinnaar van Milaan: Melle van 't Wout. Het bereiken van de Spelen beschouwde de oudste van de broers als een hemels geschenk voor zijn doorzettingsvermogen na jaren blessureleed. Melle kwam in de olympische selectie dankzij de drie top-10 klasseringen op de 500 meter in de World Tour van Montréal (10e en 8e) en Gdansk (7e). Daarmee was zijn seizoen volmaakt. De wonderbaarlijke finale op de 500 meter, met de broers daarna samen bij de huldiging, en het goud op de mannenrelay, maakte Melle letterlijk sprakeloos. Niet al te lang, trouwens.
Marathon
Zonde dat Esther Kiel er volgende winter niet meer bij is. En Tessa Snoek, Maaike Verweij, Mats Stoltenborg, Evert Hoolwerf...., en nog veel meer marathonvrouwen en - mannen. De uittocht is enorm geweest, en da's jammer, want met welke aantallen en kwaliteit zullen de pelotons weer verder trekken? De sport overleeft, geen twijfel mogelijk, al is het alleen al op basis van het spektakel dat de voorbije maanden is geleverd op het kunstijs, de Weissensee en in de barre kou van Lulea.
Esther Kiel werd niet toevallig als eerste genoemd. Wat deze 29-jarige kanjer presteerde in de slotweek van haar prachtcarrière, leek op de dadendrang van 's werelds beste profwielrenner van het moment, Tadej Pogacar. De Sloveen vertrekt, fietst en overwint: dat is het menu van de koersen waar hij zijn opwachting maakt. En zo deed Esther het ook op de Baltische zee: drie keer sloeg ze genadeloos toe en maakte zo een tiental van Grand Prix-zeges rond. Een gedroomd slotakkoord van een elf jaar durende kroniek op topniveau, opgeluisterd door acht kunstijsoverwinningen, twee Open Nederlandse titels en tal van andere trofeeën. Om maar te zwijgen van de suprematie die ze begin 2026 toonde op de Weissensee.
Wie ook uitstekend op dreef waren? Kim Talsma en Daan Gelling. Bij eerstgenoemde komt langzamerhand het besef dat ze veel beter is dan ze denkt meer naar de oppervlakte en begint de telg uit een echte schaatsfamilie daar ook naar te acteren. Ze legde in de Marathon Cup drie keer beslag op de dagoverwinning en hield het hoofd koel in de spannende finalerit, toen Maaike Verweij een ultieme poging deed de rollen nog om te draaien in het eindklassement.
Daan Gellings verhaal klinkt niet minder dan een sprookje. 'Het NK, de Vierdaagse van Noord-Holland, klassementen op kunst- en natuurijs: hij won ze dit seizoen allemaal. Het ONK op de Weissensee en een 200 kilometer had hij ook al. Noem het de grand slam van de marathon. Gelling heeft de verzameling compleet', meldde Schaatsen.nl tien dagen terug, na de huldiging van de Groninger die voor de wedstrijd al zeker was van de eindoverwinning die hij extra luister bijzette door de slotrace ook maar toe te voegen aan zijn palmares.
Andere opvallende feiten: Gioya Lancee vond het winnende pad in de marathon (drie ritten achter elkaar) en profiteerde tussen de marathons door handig van een NK Allround zonder de gevestigde langebaanorde door het kampioenschap op te eisen. Minstens zo mooi om zien: Ronald Haasjes die eindelijk een keer de handen juichend omhoog kon steken in Zweden, waar Veerle van Koppens zege in de Sea Ice Classic ook leidde tot de eerste plaats in het GP-klassement. Of Anne Tauber, de 'vergeten' kampioen van een Alternatieve Elfstedentocht in 2018 die plotseling weer opduikt om...weer de Alternatieve naar zich toe te trekken. En niet te vergeten de overtuiging waarmee Chris de Velde en Amber van der Meijden (beiden wonnen zes marathons) hun tijd bij de B's afsluiten. Volgend jaar treden ze aan in de Topdivisie.